Latest Posts

Une Boîte

Als je schrijfster wilt worden, dan komt dat niet uit de lucht gevallen. Dan moet je boeken lezen en oefenen met het schrijven zelf en vervolgens actief teksten de wereld inzenden, want niemand leest ze vanaf je computerscherm.
Het vergt tijd.
Als je alpinist wilt worden, dan moet je serieus investeren want je wordt er niet als één wakker. Je wordt misschien wakker met het verlangen in de bergen te zijn, maar niet met de capaciteit om de berg op te rennen of af te skiën.
Als je zowel schrijfster als alpinist wilt worden, kun je geen fatsoenlijke baan aanhouden omdat je al je energie verbruikt aan het klimmen en de tijd om uit te rusten verbruikt aan lezen en schrijven.
Als je geen fatsoenlijke baan aanhoudt, heb je geen fatsoenlijk inkomen.
En zonder fatsoenlijk inkomen moet je leven als een hippie.

Chulé en ik hebben een caravan gekocht voor 500 euro. Vandaag zijn we de hele vallei doorgereden op zoek naar een plek om het ding te vestigen, niet al te illegaal of ver weg van voorzieningen. Het voelt alsof we een eerste huis hebben gekocht, want het hele ding is van ons en we kunnen ermee doen wat we willen. De voormalig eigenaresse is een hippie aan huis die het weer van een andere hippie heeft gekocht en deze laatste hippie noemde het ‘Une Boîte’. Een doos. Een dertig jaar oude doos die bijzonder goed functioneert, met lichten en waterpompen en een bed aan elk uiteinde. Een verborgen Chamoniaanse schat die onder soortgenoten doorgegeven wordt.

Ik was nooit zozeer van plan een hippie te worden maar ze noemen me Miss Woodstock op werk en elke dag lijkt me verder te verwijderen van mijn oude, Heemsteedse levensstandaard. Ik vertoef me in de wereld van kampvuren, tig verschillende nationaliteiten, muziek en sociale gebaren die zover gaan dat ik me af en toe schaam om mijn eigen koude, Hollandse hartje. Ik rook geen joints en stop geen bloemen in mijn haar, maar ik ben ontegenzeggelijk op avontuur in een cultuur die nieuw voor me is. Stap zoveel: De aanschaf van een doos, gedeeld met Chulé, een pup en de tijd om volledig voor die twee dingen te gaan die ik het liefste doe.
Klimmen en schrijven.

Als er ooit geld op het dak van de caravan valt, dan zal ik niet klagen en in één klap miljoenen euro’s verkwanselen aan camelots, lawinepieps en het opknappen van een landhuis met land dat reikt tot over het hele alpenmassief. Tot die tijd echter romantiseer ik mijn hippiebestaan, het mooiste bestaan dat er is, het beste bestaan in de bergen omdat het me de tijd gunt.
Dat is alles wat ik wil.

De Kleine Viking

Camptocamp

Gejat van Camp to Camp

Achterin Glacier d’Argentière ligt een ijslijn die naar Pointe du Domino loopt en al wekenlang springt om beklommen te worden. Le Petit Viking, de Kleine Viking, ijsklimmen in de Alpen. De middag vóór mijn vrije dag komt Marcel naar me toe en zegt: ‘We gaan de Kleine Viking doen, morgen, vroeg’, en ik denk: ‘shit, ik heb nog steeds geen ijsbijlen en geen schroeven en ik werk vanavond dus wat nu’. Gelukkig is het heel stil op mijn werk en kan ik onder werktijd de SnellSports bezoeken, enigszins gestrest omdat ijsbijlen een loterij kosten en ik nog steeds niet weet welke ik wil.
Quarks. Nomics. Quarks. Nomics. Quarks. Nomics.
Bijna in paniek grijp ik twee Nomics van de haak en gooi ze op de toonbank. Gehaast vraag ik om nog een ijsschroef en daarna ren ik naar buiten, in mijn werkblouse terug naar werk.
Mijn baas treft me in de gang en kijkt gefascineerd naar mijn aankoop. ‘You actually going to do something with this? Can I use it to protect myself?’ Hij pakt één van de Nomics en loopt wijdbeens een rondje door de receptie met de bijl over zijn schouder.

Die nacht zit ik op de vloer in de woonkamer, omringt door schroeven en touwen en mijn tas pal voor me in een poging de Nomics erop te sleutelen. Vier uur later gaat mijn wekker en zes uur later sta ik in de rij voor Grands Montets samen met allerlei gevaarlijke alpisten in maximale uitrusting, een zee vol gidsen en een absoluut gebrek aan vrouwen. Ik voel me niet bijster op mijn gemak.

De waardering van de Kleine Viking is TD-, Très Difficile min een beetje. Die waarderingen zijn niet alles, waarschijnlijk is deze TD alleen omdat er ijs door loopt (of, dat zullen we uitvinden). Mijn alpine ijs/sneeuw ervaring reikt hoe dan ook niet veel verder dan AD en de laatste keer dat ik ijs heb geklommen (buiten het avontuur in de grot) was nog voor mijn val, in mijn hoofd jaren geleden.
Maar het is niet eens het gootje dat me stilletjes tegen de ramen van de lift laat leunen. We moeten vanaf de top van Grands Montets naar beneden skiën en ik word weer vergezeld door de onmogelijke ski’s.
Ik kan daar nog steeds niet mee.

In de eerste drie meter ga ik onderuit. Daarna weet ik het pad te volgen, maar alleen met een reeks schietgebedjes in mijn hoofd en alle spieren in mijn benen op spanning. Uitgeput kom ik op de gletsjer aan. ‘I hate skiing, Marcel’. Ik ben zo moe van het buiten controle zijn dat het hele medium me tegen is gaan staan.

photo 5 (8)We skiën op de wandelstands naar het begin van de ijslijn, twintig meter voor de randspleet. Gegeven dat het skiën naar boven op steil terrein nog steeds net zo’n uitdaging is als het naar beneden gaan, zet ik mezelf neer in de sneeuw om bij te komen en laat ik Marcel op zoek gaan naar een weg over de randspleet. Vervolgens leidt hij de twee lengtes over steile sneeuw en vraag ik me stilletjes af of ik überhaupt wil en zal voorklimmen.
De zon bereikt mijn standplaats terwijl ik zie hoe Marcel zich stapje voor stapje naar boven werkt. Het is een gek moment, realiseer ik me later: Ik voel me als bij verassing voor het eerst weer comfortabel in de bergen sinds mijn val, voor het eerst écht zoals het vroeger was, geen knagend, stil, stiekem wantrouwen meer, alleen de sensatie van het op avontuur zijn. Marcel daarentegen wordt verrast door het kleine trauma van zijn laatste alpine tocht waarin hij iemand uit zijn beoogde route zag vallen, moest constateren dat diegene dood was en vervolgens de helikopter belde om de dode van de gletsjer te halen.

Ijs.
Marcel vraagt me of ik de eerste lengte wil voorklimmen en daar ga ik, niet zeker van wat me te wachten staat.
De Nomics en ik.
Na een paar meter realiseer ik me dat ik het kan. Ik kan ijsklimmen. Ik vertrouw mijn bijlen en mijn stijgijzers en overzie de passen die ik moet maken. Het klimmen laat me verdwijnen, symbiose, ik, berg. Ik spreek onbewust Nederlands tegen Marcel omdat ik zo erg in mijn eigen wereld zit.
Om en om klimmen we de eerste paar lengtes. We gaan goed.

Maar er is een probleem.

photo 3 (21)

Mijn twee aapjes

Er komt shit uit de lucht (excuus voor de uitdrukking maar geen woord komt dichterbij). Naarmate we langer in de route zitten worden we meer en meer belaagd door ijs dat door de zon in het couloir gesmeten wordt. Eerst zijn het kleine ijsbrokjes, maar daarna hoor ik dingen langs suizen die alleen zulk geluid maken als ze groot zijn. Links en rechts zien we sneeuwmanifestaties instorten en boven ons rust een hoeveelheid witijzige dingen op de rotsen die we liever niet op onze hoofden hebben. Juist omdat het klimmen soepel loopt is het een lastige beslissing om terug te keren. De zon schijnt, de wereld is stil, vredig en van ons zolang er niets om onze oren vliegt.
Maar we keren terug.

Mijn rust wordt bruut verstoord door de rappels die me nog steeds tot op het bot angst inboezemen. Eerder in de route brak één van de pitons uit de standplaats en zoiets laat me niet los. Marcel kent mijn verhaal en laat me mijn tijd nemen, niet te veel omdat de zon inmiddels oorlog met ons voert en er nauwelijks meer een moment is dat er niets uit de hemel komt gevlogen. We maken Abalakovs (een touwtje door het ijs, een truc om rappels te maken zonder ijsboren achter te laten) en worden onderwijl belaagd door een kleine lawine die ons dicht tegen de wand laat hopen dat het snel overgaat.

Zelfs op de sneeuwhelling worden we bekogeld. Skies aan en venga, weg hier.

photo 2 (28)

Marcel met de twee tassen

Snel weggaan op ski’s is natuurlijk geen optie want we hebben het over mij op ski’s en de moeilijkste sneeuw die er is, diep met harde toplaag en het hele skisysteem functioneert niet meer. De steile helling kom ik nog redelijk af, maar de gletsjer zelf is Sodom en Gomorra. Ik kan simpelweg niet overeind blijven. De tas is zo zwaar dat het tegengewicht op mijn rug te groot is om op te staan nadat ik gevallen ben en ik neem de tijd van dagen om de vlakke gletsjer over te bewegen. De zon trekt zich terug, Marcel krijgt het koud, ik frustreer me maar realiseer me tegelijkertijd dat als dít het grootste probleem binnen mijn leven is (klungelen in een omgeving zo stil en mooi dat ik er met woorden niet bij kan), dan is het goed.

Marcel neemt mijn tas over zodat ik in ieder geval op kan staan nadat ik val. Dat is erg heftig om te accepteren als semi-alpine-feminist, maar het gevecht is te groot, ik verlies. Ik doe een dansje zodra we de pistes bereiken.

Piste skiën kan ik wél. Het is goed om de dag te eindigen met iets succesvols.

photo 1 (31)

Het huis is afgeladen met huisgenoten en vrienden als we na negenen binnen komen zetten. Er is soep en wijn en taart. De sportievelingen horen ons uit en buigen zich over mijn nieuwe Nomics. Ik laat de drukte even over mij heenkomen en stort in, te moe voor interactie, voor eten, voor wakker blijven. Ik neem de Nomics mee naar beneden, want daar moet je mee knuffelen voor het slapen gaan, en val in slaap ondanks het rumoer boven in het chalet.

De Kleine Viking is niet beklommen. De winst ligt ergens anders; bij het feit dat zulke routes binnen de mogelijkheden liggen als de omstandigheden het toelaten. Bij het feit dat ik terug ben, na mijn val, ik ben terug in de bergen en nu weet ik pas zeker dat het goed komt.
We realiseerden ons op voorhand niet dat het in april al zó warm kon zijn dat de zon je actief uit de route kickt en ik denk dat we die fout niet meer maken. Wat betreft het skiën: de weg die ik nog moet afleggen is héél, héél erg lang.
Maar ik leer het alleen door het te doen.
Dus, op naar een volgende Kleine Viking.

De Winterlente

Het weer doet rare dingen, soms regent het, soms sneeuwt het, soms is het bloedheet en lopen ze rond in shorts op slippers.
Er zijn er chagrijnig want het seizoen is voorbij, iedereen vertrekt richting huis en de zomer voelt heel ver weg. Wij, de overblijfselen, en de tijd vertraagd. De pistes zien er niet uit, alsof de ratten er ’s nachts aan vreten en het enige wat iedereen zegt is dat het skiën nergens meer over gaat. Chamonix is volledig sneeuwvrij en in Le Tour zie je af en toe nog een hoopje vergane glorie naast de opritten. De weerberichten voorspellen een Afrikaans klimaat in het hooggebergte en ik ben nieuwsgierig naar de uitwerking daarvan.

Gek genoeg ben ik meer aan het skiën dan ooit tevoren omdat er een aantal meters hoger nog best veel sneeuw ligt. Zoveel zelfs dat ik gigantisch faal in het skiën op de ski’s die me tegenwoordig vergezellen, licht en klein en onhandelbaar. Het toeren brengt me op hoogte van dikke lagen half verse wat-moge-het-ook-wezen sneeuw en ik zeg je met volle overtuiging dat ik ski alsof ik nooit eerder op ski’s gestaan heb, wat misschien vier maanden geleden waar was maar inmiddels een beetje pijn doet.

photo 3 (20)

Drie dagen geleden maakten we vanuit huis een toer over Col des Grands en eindigden we in Zwitserland. Ik leed omhoog en nog meer naar beneden. Een bijdehante voorbij skiënde Fransman zei me  ‘il faut pas tomber en montagne’ terwijl ik op mijn verzuurde benen overeind probeerde te blijven. Hij had een punt in die zin dat het lawinegevaarlijk was waar ik mijn strijd voerde en ook Marcel wachtte ongeduldig op de controle in mijn lijf, wij allemaal, en het ‘het is moeilijke sneeuw en jou ski’s maken het nog moeilijker’ weergalmde slechts zachtjes tussen alle duizend vallen die ik maakte.

Troost kwam echter van de vallei waar we in uitkwamen. De lente en winter
maakten samen een sprookje van witte sneeuw en lichtgroene natuur waar we in zigzag langs de bomen doorheen skiede.

De verandering in de buitenwereld geeft elke dag iets onbepaalds en avontuurlijks. De pistes staan op het punt van sluiten en tegelijkertijd verliezen klimroutes de sneeuw die hen onmogelijk maakte. Laatst verveelden we ons op het werk tot de regenboog totaal onverwacht tussen het massief aan de overkant verscheen. Geen druppel regen was er.
De bergen nodigen uit en stoten af tegelijkertijd.  Het gemoed slingert heen en weer van mistroostige regenbuien naar de belofte van vogeltjes en lange dagen.

Wij bepalen niet, de buitenwereld bepaald.

photo 1 (29)

Drie Dagen Vrij

De laatste après-ski is geweest, we waren allemaal verkleed als een dier en ik koos als een papagaai mijn laatste hardcore horecasessie door te gaan. De schmink lag in een dikke laag op mijn gezicht, glinsterend van de hitte, tot ik het met veel moeite s’nachts van mijn gezicht veegde.
Mijn baas verwachtte een hoop calamiteiten omdat vorige jaren de tent was afgebroken onder het ‘en nu doen we het goed’ devies van dronken Zweden, maar iedereen gedroeg zich en de hel van een avond werd een lieve hel, een laatste hel met de tragiek van het einde.

IMG_2533De avonden daarna werd het nieuwe a la carte menu geïntroduceerd en stonden er opeens servetten en dinerkaarsen op de tafels waar eerst half ontblote mannen bier naar elkaar gooiden. Voor zowel mij als Chamonix was de overgang zo abrupt dat de avonden traag en stilletjes passeerden.
Sindsdien ben ik vrij, als een kleine vakantie voor het echte einde. Drie dagen om de bergen in te trekken, een nieuw huis te regelen, op jacht te gaan naar een puppie en mijn leven opnieuw uit te vogelen.

Gisteren klom ik met de twee Catelanen op ski’s over de pistes van Grands Montets naar Glacier d’Argentière. De hellingen waren zo ijzig en stijl dat wegslippen zou uitdraaien op een rechtstreeks parcours naar de brasserie onderaan het dorp. Maar, zei Marcel, als je dit beheerst dan hoef je je over de rest geen zorgen te maken.
De tocht over de gletsjer toonde me alle bergen die ik zelfs na een jaar Chamonix nooit van dichtbij had gezien. Aiguille Verte, Les Droites, Les Courtes. In het topje van de Noordwand van Les Courtes zagen we drie skiërtjes naar beneden gaan en voor diegene die niet bekend zijn met die berg: Dat is vrij heftig. Dat is Chamonix.
We keerden eerder terug omdat ik blaren had op elk stukje voet dat lichtjes uitstak en Adria naar zijn werk moest. Halverwege de terugtocht (die terugtochten en beslist ook de weg omhoog zijn nog gigantisch uitdagend voor mij maar ik heb even genoeg van het uitdiepen van mijn eigen onkunde) realiseerden we ons dat we ernstig gestraft waren voor het vergeten van de zonnebrand. Sindsdien dragen we alle drie een brandend masker dat bij mij, als niet Spanjaard, zelfs tot mijn nek reikt.

Diezelfde dag hadden twee chaletgenootjes een kijk in een potentieel nieuw huis in Montroc genomen en dat beviel ze zo goed dat ze bijna voor mij en Adria het contract al hadden getekend. Eind April worden alle tien vagebonden het chalet uitgekickt en omdat Millan nog een tweede operatie aan zijn knie moet ondergaan kunnen we ons geen tijdelijk zwerven door Chamonix permitteren. Daarbij, Chule en ik hebben heb plan opgevat een puppie te nemen, maar die komt er alleen als het huis er is.

Een puppie.
Een kleine hond.
We nemen een monster in huis.
In principe voeden Chulé en ik het samen op, maar hoogst waarschijnlijk neemt Chulé het op een zeker moment mee naar Argentinië. Dat geeft mij een mogelijkheid om te experimenteren met de verantwoordelijkheid over een hond en haar dat beest dat ze altijd gewild heeft. En als het beest vertrekt, dan neem ik mijn eigen.

IMG_3710

Vandaag wandelde ik mijn oude hardlooproute omhoog naar de grotten in de Mer de Glace om daar ijs te klimmen met een segment huisgenootjes dat er zojuist de nacht had doorgebracht. De Mer de Glace is op zichzelf al een gigantische toeristische trekpleister, met een historisch treintje dat dagelijks heen en weer langs het begin van de gletsjertong tuft, maar schijnbaar was het nodig om ook nog eens een museum in het ijs te hakken. Naast de museumgrot ligt een tweede grot en onbemand als ze is maken wij alpinisten er een oefenterrein voor ijsklimmen van.
Gletsjerijs is superblauw, doorzichtig en keihard. We hadden touwen en gordels mee maar alleen traverseren langs de wanden was al genoeg om de onderarmen te laten verzuren.
Het begon te regenen buiten de grot, precies om twaalf uur, en tijdens de afdaling kropen we onder een kleine stortvloed door. Zeiknat zaten we in de bibliotheek van het ENSA op zoek naar een avontuur op ski’s voor de volgende morgen. Fresh powder, fresh powder, hoorde ik zo’n twintig maal om me heen. En lawinegevaar. En wat nog meer.

Morgen vul ik zodoende mijn laatste vrije dag op met een skitocht die dwars over allerlei gletsjers gaat, mits de lawines ons niet op voorhand al onderuit schoppen.
Al mijn vrije dagen zullen op deze wijze opgaan aan avontuur in de bergen. Na april zal ik eerste instantie niet werken om precies zó mijn leven te leiden: Van de ene tour naar de andere.
En dan schrijven, een boek, want daar heb ik tijd voor. Het opvoeden van de pup. We hebben een muzikaal gezelschap dat met een beetje discipline tot een band omgetoverd kan worden. Chamonix poging 3: Vrije tijd en een leven zoals ik het zou uittekenen op voorhand.
Ik moet het een keer proberen.

IMG_3809

IMG_3700

IMG_3647

IMG_3732

IMG_3633

Ik kom uit Amsterdam

Ik mis Amsterdam de laatste paar dagen. Zonder directe aanleiding flitsen beelden van de stad door mijn hoofd, die spontaan de deur naar mijn herinnering open zetten. Ik denk aan Oost, waar ik woonde, de straten die ik doorfietste, de lijnen van de tram. Op het pontje door het Ij, avond aan avond, naar Monk, naar de universiteit langs de grachten, Amsterdamse kinderen en vrouwen en mannen op de stoep of in parken of cafés.
Ik kan nog steeds op de fiets stappen en door elke straat fietsen, ik kan het doen in mijn gedachten en dan ben ik er nagenoeg. Het zit allemaal in mijn hoofd.

Het gekste is dat ik iedereen fysiek dichtbij had, eens, die nu in woorden tussen kaders van Facebook of WhatsApp bestaan of net als de straten van Amsterdam in mijn hoofd, dat het mogelijk was om naar ze toe te fietsen.

De wisseling van seizoen ligt ten grondslag aan mijn verlangen om even terug te zijn in mijn oude leven. Ik weet het zeker. Want nu ligt de wereld weer als een keuze voor me; alles hier is op zijn beloop en mensen vertrekken naar huis. Amsterdam doet zich echter niet voor als een optie, het doet zich voor als een herinnering. Een bezoek aan Amsterdam is een uitje naar het museum.
Wat ik zou willen is terug in de tijd gaan en een dag in mijn oude leven doorbrengen, zonder hoe-gaat-het-nu gesprekken, zonder het grote weggaan op de achtergrond, midden in de vanzelfsprekendheid van ontmoetingen met mijn vrienden en avonden in de klimhal. Dat zou ik willen.

Je hoort hier dagelijks de vraag: Waar kom je vandaan?
Ik kom uit Amsterdam, zeg ik dan.
Het Amsterdam van mijn herinneringen.

Eerste skitocht ooit

Het begint bij een ontmoeting in de bus.
(De bus is fantastisch in deze vallei, ’s avonds leeft de bus van huisgenoten, grappende buschauffeurs, de aangeschoten onderlaag van de Chamoniaanse samenleving – een verhaal op wielen)
Mijn huisgenootje raakt in gesprek met een Catelaan en na twee weken is de Catelaan vaste gast in huis. Hij neemt iedereen mee in de bergen, gaat drytoolen met de allerluiste trawanten en speelt ’s avonds gepassioneerd accordeon op de rode bank in de woonkamer.
Marcel. Ik zeg hem bijna elke avond hier dat ik ook met hem de bergen in wil, maar mijn tijd lijkt daarvoor op de vlucht, zich te verschuilen achter werk en verplichtte cocktailavonden, en dus stap ik naar mijn manager en zeg ik: Ik wil twee dagen vrij op een rij want ik ga een alpine toer maken met Marcel.
Dinsdag en woensdag krijg ik van hem.
Ik word weer vaste gast van Meteo Chamonix en bereid me voor op Courloir Copt aan het Trient Plateau, een ski-randonnee-geinigheftig-avontuur dat begint in mijn achtertuin en hopelijk ook eindigt in mijn achtertuin.

Marcel heeft al zijn spullen klaar in een woonbusje op de parkeerplaats van Le Tour. Ik moet langs elke uithoek van het huis, vind het gros bedolven onder ski’s en BMXfietsjes en wordt er gelijk aan herinnert dat de poot van mijn zonnebril kapot is en mijn Goretex zowel kapot als kwijt door Spanje zwerft en mijn binnenhandschoentjes ergens zwerven maar ik weet niet waar en mijn stijgijzers uitgeleend zijn aan iemand..
En ik mijn ijsbijlen nooit gekocht heb en skistokken ook niet en lawinepiep ook niet.

Dinsdag is het weer slecht en woensdag semislecht. Ondanks de onzekerheid of het avontuur doorgaat sta ik dinsdagmiddag voor de spiegel in de winkel van Patagonia, met mijn armen gestrekt in de lucht om te zien of mijn Goretex prooi groot genoeg is. Ik sprint weg uit de winkel, de schim van een absurd bedrag nog bij de toonbank, en voel me thuis tussen de rijke stinkerts als ik met mijn nieuwe aankoop over de hoofdstraat naar de bus loop. (Ik heb gekozen voor een zwarte jas, dat werd uiteindelijk de grootste twijfel, ik word bijna blind van alle felle kleuren in Chamonix en voel me een ware recalcitrant. Aardekleuren is het nieuwe toverbal, ik zeg je).

Met de ijsbijlen van Roeland en de zonnebril van mijn huisgenootje en de ski’s van Marcel en de skischoenen (illegaal geleend) van het werk van Adria en de Goretex van mij (!!) sta ik op woensdagmorgen onderaan Glacier de Tour, of waar misschien ooit Glacier de Tour was maar nu de groene piste langs wat bomen en beschaving loopt. Het is warm en grijs, windstil in de vallei. Tweeduizend meter hoger ligt het einde van het beoogde couloir en ik bereid me mentaal voor op uitputting.

Ski Randonnee. Lopen met ski’s aan je voeten en skiën op hele kleine skietjes die in niets lijken op de monsters waarmee ik normaal over de piste ga.
Ik volg het spoor van Marcel en kruip in de rol van volslagen debutant. Het lukt me niet eens de ski’s in te klippen na een steil stuk te voet. We glijden in zigzag naar boven en ik moet me blijven concentreren op mijn bewegingen, de bochten gaan alles behalve vanzelf, ik glijd achteruit of zijwaarts als Marcel stoïcijns naar boven gaat en voel me uit balans en buiten mijn comfortzone. Het is steil en ijzig op sommige stukken en de afdaling spookt meer en meer door mijn hoofd. Hoe in naam van alles dat los en vast zit ga ik dit skiën?
Onze tassen zijn zwaar en ik put mezelf uit, blaren op mijn hielen, gedachten in mijn hoofd.
Vlak voor het begin van de gletsjer weet de wind ons te vinden. In een gladde bocht zet ik mijn ski’s zover uit elkaar dat ik geen van beide meer kan bewegen en moet constateren dat ik mezelf heb vastgezet in een achterwaartse pizzapunt waar ik niet uit kan zonder me in te graven en mijn ski’s uit te klikken.
We besluiten terug te keren op nog geen 900 meter boven ons beginpunt.

Voor tien minuten laten we de wind door ons heen waaien en onszelf om ons heen staren. Marcel ziet zijn busje en ik mijn chalet. Zwarte puntjes bewegen gedisciplineerd langs een lijntje tot ze in alle richtingen naar beneden skiën.

photo 3 (18)De afdaling.

De sneeuw is diep en heel anders dan toen ik oefende op de kleine ski’s. De backpack rust als een blok beton op mijn rug terwijl ik geen idee heb hoe de bochten functioneren met het gebrek aan gewicht aan mijn voeten. Ik sta weer eens klassiek boven aan de helling, mezelf smekend om wat lef voor de eerste bocht.
Mijn intuïtie zwijgt, mijn ervaring is absent (de naargeestige truc van het skiproces, keer op keer, stort jezelf maar in de diepte dan zie je wel wat je lichaam doet), ik sta hier voor het eerst en al die 900 meter staren me aan. Wat, Ruby, wat wil je nou eigenlijk. Ik weet overeind te blijven maar heb geen idee wat ik doe.
Marcel moedigt me aan. Tu peux tomber, aller.
Uiteindelijk blijk ik toch te kunnen skiën. Het is één grote balansact en geen vezel in mijn lijf weet zich te ontspannen, maar zelfs de stukken die me omhoog angst inboezemde ski ik naar beneden. Ze lijken bijna minder steil, alsof de berg me een beetje tegemoet wil komen.

We skiën naar huis tot in de tuin met de ingestorte iglo’s en de pootafdrukken van de huishond. Ik ben twintig tegengestelde emoties als ik de ski’s tegen de buitenwand zet en met een zeiknatte broek de woonkamer inloop. Ja, het was cool, het was ongelofelijk, maar het was zwaar en de weg die ik nog moet afleggen is zo lang als een rondje wereld. En ja, dat is leuk, dat is een proces, maar oeff, ik had ook graag gewoon de bergen in willen trekken. Zo werkt het niet. Ski randonnee moet je leren en ik sta aan het begin.

Het eindigt met een uitstapje naar Gailland met Marcel en de hond die elke bushalte naar buiten stapt en in vier talen teruggeroepen wordt. De zon komt door en het klimgebied oogt als van de zomer, met half ontblootte Zweedse seizoenarbeiders en gezinnetjes onderaan de rotsen. De hond raken we kwijt en vinden we terug in een groep van Spaanse klimhippies. Wij pogen wat routes maar komen niet echt van de grond, graven ons in tussen de stenen en sfeer van de zon, onder de bergen, onder wat we zijn, wat we doen. De belofte van de zomer steekt af tegen het winterse avontuur van deze ochtend, mijn Goretex ligt doelloos naast de touwen, en ik heb moeite met het volgen van mijn leven, maar het is ok. Het is goed.
We zien wel wat er komen gaat.

photo 1 (27)

In de Gang

WordPress is lastig om uit te vogelen als je geen digitale genen hebt. Blogs en afbeeldingen poppen op in ongekozen thema’s of verdwijnen achter categorieën die opeens in drievoud op de hoofdpagina verschijnen. Het is een labyrint; bereid je voor als je denkt even een blog te beginnen.
Ik mag niet poepen in mijn eigen nest, maar het kan denk ik gemakkelijker. Of ik ben achterlijk.

Mijn eerste blogtitel luidde ‘Paard’ en de blog zelf bevatte louter de zin: ‘In de gang.’ Dat was een hoop creatiever dan de blog die volgde.
‘Heehee’.
‘Poging 30’ als tekst.

Datum van beide: 23 maart 2013.

Vier dagen geleden bestond mijn blog precies drie jaar en als mijn moeder me er niet aan herinnert had (ik had haar op voorhand gevraagd door wat teksten te gaan omdat ik – wederom – van plan was mijn blog groots te promoten) was ik er volledig aan voorbij gegaan.

Ik kan nu op zijn minst zeggen dat ik het systeem van WordPress begrijp, alhoewel in mijn statistieken de pagina ‘belangrijke zaken’ dagelijks meerdere keren wordt aangeklikt en ik nog steeds geen idee heb waar die pagina te vinden is en wat er in godsnaam op staat.

Hoe dan ook, ‘Paard’, dat was de titel van mijn eerste blog en ik vind dat nog steeds een ijzersterk begin van mijn online schrijfcarrière. Daarom heb ik een paard gegoogeld en als afbeelding gekozen. Ik schreef de blog slechts om te zien waar dat paard terecht zou komen en ik ben mezelf dankbaar dat ik het nooit om esthetische redenen verwijdert heb.
Het is echter jammer dat ik de blog nooit afgeschreven heb.
Bij deze:
“jaja, een paard in de gang,
o, o, een paard in de gang,
bij buurvrouw Jansen”
(André van Duin, 1989).

Dus, waar staat het paard?

Ik hoop dat je nu een afbeelding van een paard in de gang bij buurvrouw Jansen in je hoofd hebt (of een stel dronken carnavalsvierders).

Proost, blog.
Op drie jaar bloggen.

Een Oud Schrijfseltje

Dat toch graag gepubliceerd wilde worden.

Je hebt van die momenten dat je boven het leven uitstijgt. Dat het werkelijk voelt alsof je je lichaam achterlaat en weg surft op geluk en energie en potentieel. Daar valt geen analyse aan vast te knopen. Het gebeurt. Een ervaring die zich niet in woorden laat vatten, die iets van elk woord in zich heeft – stel dat woorden het hele leven zouden omvatten.
Maar dat doen ze niet, dat is het hele punt juist.
Excuus.

Een ervaring die zich niet in woorden laat vatten.

Deze poging is dus bij voorbaat kansloos, maar ik wil hem – de ervaring- toch met woorden proberen te benaderen, want hoe meer ik daarin faal, hoe bijzonderder die ervaring blijkt te zijn.

Dus. Een soort super-in-leven zijn. Dat de dood er niet toe doet, en de verre toekomst ook niet, het verleden evenmin, een soort explosie in het nu. Soms is het een klein moment, soms een gigantisch moment.
Ik heb alleen mijn eigen voorbeelden:
Ik zit in de bus richting Chamonix na een ochtend op de piste, naast het raam, waar de bergen langzaam voorbij schuiven, nu helemaal ijzig, nog sprookjesachtiger en duisterder dan van de zomer. Ik leg mijn voeten op een rand voor me en mijn hoofd tegen het raam, luister muziek die op zichzelf al de neiging heeft om dwars door mijn hart te spoelen, en denk- mijn bus, mijn vallei, mijn bergen. Dit heb ik geflikt.
Of, ik zie Fieke haar blije kop opeens in mijn café verschijnen.
Of, het is een uur of elf in de avond en gasten weigeren binnen te komen omdat de laatst vertrekkende gasten alle sfeer hebben meegenomen. We sluiten de deur, zetten onze eigen spotify playlist op, dimmen de lichten en hebben heel de vloer van het restaurant om te dansen.

Zoiets.

Ik heb er nog zo’n duizend en oooh, ik wil niets anders. Kijk, dit is het moment waarop ik in de war raak en moet stoppen met omschrijven, om niet…die hele magie ervan dicht te timmeren.
Hierbij laat ik mijn pogingen, dit was de benadering, ik denk dat je het wel snapt.

Trop de Temps

Hij is er altijd. We hebben huissleutels, maar niemand gebruikt ze omdat, zelfs als alle negen anderen de hort op zijn, hij nog altijd thuis is. Vanaf de eerste dag van het seizoen is hij thuis.

Voor ik mijn gewicht ooit op een ski had gezet en de tien huisgenoten elkaar fatsoenlijk kenden, op een mooie dag met weinig sneeuw maar mogelijkheden om een beetje off-piste te spelen, gingen Millan en Andrés de berg in de achtertuin af. Twee uur later lag Millan in het ziekenhuis met gescheurde kruisbanden.

Ik kan me het moment dat ik hem voor het eerst ontmoette nog heel goed herinneren. Hij is namelijk fascinerend mooi, met een glimlach die de hele breedte van zijn hoofd beslaat, grote groene ogen en donkere dreads die in een magische knot op zijn hoofd rusten. Omdat ik geen Spaans spreek en hij alleen maar Spaans spreekt kon ik nauwelijks met hem communiceren, maar hij had geen woorden nodig om sympathiek over te komen. Hij verdeelde zijn manderijnpartjes onder ons allen, negen huisgenoten, iedere keer als hij één voor zichzelf pelde. Hij gebruikte handen en voeten om iets duidelijk te maken en lachte maar en lachte maar.
Niemand kan zich tegen zijn vriendelijkheid verdedigen.
Misschien zijn de dokters en verzekeringsmaatschappijen daarom zo aardig tegen hem, want naast dat het leven hem op grote schaal tegenzit lijkt het op kleine schaal dingen goed te maken.

Tekening Millan3Millan was van Spanje naar Chamonix gefietst. Hij kwam hier aan in December en had alleen de bezittingen die in zijn fietstas pasten en héél veel zin om de bergen in te trekken. Na het ongeval bedacht hij maar dat het beter was om te revalideren in een omgeving als Chamonix dan thuis in Spanje. Nu zie ik hem vaak uit het raam staren, op momenten dat wij allemaal rondrennen op zoek naar handschoenen of skistokken.
Hij neemt de bergen in zich op, hij lijkt er bijna een geheim pact mee te hebben. Alsof hij en zijn grote groene ogen van dezelfde familie zijn als die schoonheid achter de ramen.
Die jongen is mythisch.
Alhoewel hij net een operatie achter de rug heeft en over twee maanden een tweede operatie moet ondergaan, heb ik hem nooit kunnen betrappen op frustratie of ongeduld. Alhoewel hij sportief is tot in al zijn vezels en gevangen zit in een chalet met negen idioten, blijft hij zo vrolijk dat ik hem af en toe wil slaan om hem wat menselijker te maken.

Sinds de operatie komt er elke dag een verpleegster langs. Een verpleger in het begin, tot grote teleurstelling van het overschot aan mannelijke huisgenoten die al ver op voorhand hun fantasie hadden laten lopen. Maar nu klinkt er een hoog en vrouwelijk Bonjour door het huis en reageren zeven lage stemmen verwachtingsvol.
Ze is er echter voor Millan.

Laatst zag ik hem een tekening maken van de bergen, aaah tu es un artiste, riep ik uit. No, no, no, zei hij, trop de temps… trop de temps.

Het getik van krukken in huis is net zo normaal als het geluid van een kraan of gekraak van de deuren. Zijn aanwezigheid is ons gewoon, dierbaar inmiddels, en we gaan het nog missen zodra hij weer kan doen waarvoor hij gekomen is.
Al is dat alles wat iedereen wilt.
Dat hij weer naar buiten kan.

Tekening Millan

Hangbordtraining en het Zonnetje Buiten

Ik woon in een achterlijk veelbelovende omgeving. Als de zon hier schijnt, wil je ergens opklimmen of vanaf skiën. Sinds drie dagen loopt het gros van Chamonix rond met bruine wangen en een nog bleek voorhoofd, mijn ijdele vriendinnetjes gebruiken gretig de minuten in de skilift om de goggle weg te branden.

We spelen allemaal buiten. Daarom zijn we hier.
Maar ik speel nu en dan verplicht wat uurtjes binnen, want ik ben een trainingsschema begonnen. Het voelt belachelijk om op dagen als deze een hal binnen te gaan. Zelfs de hardcore trainingshal waar ik een abonnement heb genomen, waar mensen net zoveel aan het campusbord hangen als aan de grepen en ik beter naar ze kan verwijzen als gorilla’s – de gorilla’s, de gorillahal -, is leeg rond het middaguur.
Op Ruby na.
Ruby hangt aan het hangbord.
1…2…3…4…5…

Ik volg de climbing training manual, een heel heftig trainingsboek dat zelfs durft te zeggen dat we wat minder moeten gaan hardlopen, want daar worden de benen te gespierd van (je hebt geen fuck aan gespierde benen, loos gewicht die benen, loos die benen).
Nu wil ik een alpiniste worden, dus ik houd ze.
Hoe dan ook, ik heb eerst een maand lang actief met de pet naar de eerste fase van het trainingsprogramma gegooid, omdat het verschrikkelijk saai was en ik dikwijls de verleiding van de gorillahal niet kon weerstaan. Ik had haar net ontdekt en schoot liever als een balletje in een flipperkast langs de routes dan dat ik dertig minuten aan een stukje muur bleef kleven.
Ik heb mezelf het falen van de eerste fase vergeven.

En nu zit ik in de tweede fase, wat zo mogelijk nog saaier is.
Ruby hangt aan het hangbord.
1…2…3…4…5… (en de zon schijnt buiten).
En ik doe het nog ook. Ik zit al aan de vijfde training, tweede week, en nog steeds hang ik daar.

Het is de bedoeling dat ik vooruitgang boek. Zodat, als ik straks buiten speel, ik kan buiten spelen op een niveautje hoger.
Dit is niet de eerste training die ik volg en potentieel faal, en ik ben nog altijd in dubio of ik niet gewoon lekker moet gaan klimmen. Soms vraag ik me af waar de motor om ‘beter’ te worden überhaupt uit bestaat. Kan het niet gewoon zijn zoals het is, zo vermakelijk als het uit zichzelf al is…?
Maar ik ken de voldoening van controle, van het maken van bizarre passen, van de flow, van het ervaren van je eigen kracht, van de mogelijkheid tot het klimmen van daken en spleten en platen, alle routes in een klimgebied, alle mogelijke lijnen, de mogelijkheid, het is de mogelijkheid.
Hoe beter ik word, hoe meer ik kan klimmen.
Hoe harder ik train, hoe beter ik word.
Ruby hangt aan het hangbord.
1…2…3…4…5…

Hangbordtraining gaat om het versterken van de vingers. Hierna mag ik door naar de ‘power phase’, en ik heb stiekem al gezien dat het hangbord van het menu gaat en ik me helemaal aan gort mag boulderen.
In de gorillahal én buiten.
Nog eventjes.
Kom op, nog eventjes…