Latest Posts

De Wasserij

Ik moet nog altijd aan Mr. Bean denken als ik mijn kleren in de wasmachines van de wasserij stop. Mr. Bean stond voor de wasmachine en dacht; tsjah, de kleren die ik nu draag zijn toch eigenlijk ook wel vuil. Hij kleedde zich daarom uit in de wasserette en besloot op het laatste moment zelfs zijn onderbroek mee te wassen.
Ik wil dat eigenlijk ook.
Maar ik heb het lef van Mr. Bean niet.
Dan zou ik hier nu naakt dit verhaal typen.

Vervolgens waste hij ook zijn haas mee en die kromp natuurlijk gigantisch. Ik geloof dat het erin resulteerde dat hij schoon de wasserij uitliep met de haas in het borstzakje op zijn jasje.

Mijn oma woonde bij ons in huis. Ze maakte ons ’s ochtends klaar voor school en ving ons op als we ’s middags vrij hadden. Dan maakte ze thee voor ons en hadden we eigenlijk het geduld niet om rustig aan tafel te blijven, wat achteraf gezien zonde was, want ik heb later nooit iemand meer ontmoet die zo goed luisterde als zij.
Hoe dan ook, oma hielp ook met huishoudelijke klusjes en was en streek onze kleren. Die kwamen vaak rechtstreeks vanaf de wasmand onder haar hoede en eindigden dan schoon en gevouwen op haar strijkplank.
Het probleem was dat ze steeds ouder werd (ze werd heel oud, 92) en op een zeker moment liet ze onze kleren krimpen en kleuren. Dan was ons nieuwe witwollen vestje paars en drie maten kleiner.
Daar moet ik nu aan denken, nu ik hier in de wasserette zit en me zorgen maak om al die fragile alpine onderkleren.

Mijn moeder deed overigens het merendeel van de was en heeft ons altijd buiten de vuil-schoon cyclus gehouden. Toen ik uit huis ging deelde ik opeens het onbekende wezen van de wasmachine met mijn 8 huisgenootjes. Allemaal meisjes. Ik herinner me nog de verzameling aan vrolijk gekleurd kanten ondergoed dat rondom de wasmachine hing.

In Amsterdam ontbrak het thuis aan een wasmachine en ging ik voor het eerst naar de wasserette. Bij een grappende Turkse man aan de Molukkenstraat. Ik herinnerde me het toch wel gek te vinden dat al mijn ondergoed publiek in de rondte draaide. De man bood aan om mijn kleding van de wasmachine naar de droger over te brengen, zodat ik langer met mijn boek op een terras kon zitten, en toen dacht ik: nee, die arme man, moet ‘ie in de weer met mijn strings.
Toen dacht ik: Nah, hij heeft waarschijnlijk zoveel strings in zijn leven gezien dat de mijne hem niet van zijn stuk zullen brengen.

Hier in Chamonix heb ik een paar keer mijn kleding aan de rivier gewassen.
Dat is zo ongeveer een dagtaak.
Vlekken zijn best hardnekkig. Ik heb respect voor de wasmachine.

Misschien ga ik de volgende keer in een handdoek naar de wasserette, zodat ik al mijn kleren kan wassen en me tegelijkertijd een beetje één voel met Mr. Bean. Niet helemaal, maar een beetje.

Migot

De allergrootste berg rondom Glacier du Tour staat aan de overkant van Refuge Albert Premier. In zijn eentje.
Zo indrukwekkend en grote-berg-achtig dat je hem niet echt vergeet na een eerste bezoek, met een lange witte graat aan de linkerzijde en een grote rotskop aan de andere kant.
Hij heet Chardonnet (lijkt op Chardonnay).

Vanaf de andere kant, de Argentière kant, is het misschien niet de állergrootste berg. Om hem heen staan beesten als de Verte, Droites en Argentière en je moet wel heel erg berg zijn om daarmee te wedijveren.

Juul, Flo, Roel, Line en ik beklommen de Chardonnet vanaf Glacier du Tour en hadden dus toch te maken met de allergrootste berg.

‘Eperon Migot’ volgt de graat aan de noordkant, recht omhoog, over rots, ijs en sneeuw naar de top. Het is een AD+ (of D-) die in de topo wordt omschreven als ‘a good introduction to mixed climbing’.

Alles zit los

Woensdag 3 Augustus om halfvier ‘s ochtens begonnen we aan de oversteek van Glacier du Tour. We verdwaalden in het donker. Geen van ons had de dag ervoor even gekeken waar dit jaar de snelweg liep.
In daglicht troffen we de voet van de graat, waar je op moest klimmen via rotsen aan de rechterkant. Drie Fransen waren ons al voor en trapten als een malle stenen naar beneden.

Gedraag je eens, dacht ik.

We wachtten tot we uit hun vallijn kwamen en begonnen officieel aan onze route.

Ik heb nog nooit geklommen op zulk shittig terrein. Echt niet. Alles lag los, zowel het kleine als het grote. Het bleek volstrekt onzinnig om protectie te plaatsen want je zou de gehele eperon meenemen in je val. Wat de Fransen nog niet naar beneden hadden getrapt, lag nu voor ons klaar.

Gaat dit de hele route uitmaken? Vroegen we ons af. Moeten we nu al terugkeren?
Wat een drama.

Pas op de sneeuwgraat konden we ontspannen. De sneeuw was wit en overtuigend, de rest van de route oogde solide, de zon scheen en redenen om te alpineren kwamen terug. We lagen achterop schema en toch leek het avontuur ons niet meer vijandig gezind.

Klimmen op stijgijzers

Het gedeelte ‘mixed’ was een stuk minder ‘mixed’ dan ik me had ingebeeld. Ik klom het grootste gedeelte met blote handen en schopte alleen bij grote uitzondering mijn stijgijzer in een klein laagje gecamoufleerd ijs. Roel manoeuvreerde zich over besneeuwde rotsplaten die lastig af te zekeren waren. Juul moest wennen aan het soort terrein.
Ik geloof wij allen.

In feite was het gewoon een droge bedoeling op stijgijzers, met dan toch weer passages waarbij een pickel en stijgijzers onmisbaar waren.

De Fransen sloegen linksaf, wij bleven rechts.
Het devies was ‘omhoog’, en eerder rechts dan links, maar de zwakke lijn was niet zo uitgesproken. We joegen Line en Flo een couloir in dat ze alleen met vrij serieus drytoolen doorkwamen en ik klom mezelf ongenadig vast in een droge goot. Een enkele voettree van een groot los blok, een jam, een cam, stress, een alpine standplaats onder me, dat waren zo mijn opties. ‘Yo, kan ik vallen?’ vroeg ik de mannen.

Wederom gaf een sneeuwgraat ons de mogelijkheid om even te ontspannen.
De top was zichtbaar.
We werden ervan gescheiden door een wand van diepe sneeuw op hard ijs, niet de meest frivole condities, maar met een beetje zen in het hoofd was het goed te overbruggen.

Om 12 uur stonden we op de top.

De afdaling

De afdaling had ons naar verhouding drie keer meer voorbereiding gekost dan de beklimming. Op basis van de topo’s en waarschuwingen verwachtte ik een labyrint aan te treffen. De weg was echter netjes gespoord en het leek allemaal vrij logisch (de illusie die het gebaande pad je geeft). We troffen overal abseils aan, waar we gretig gebruik van maakten omdat de sneeuw nog steeds een bende was.
We troffen eveneens een drietal Ierse klimmers aan dat sinds maandag al op de berg rondzwierf en een vrij labiele indruk maakte.
Als touwgroep van vijf waren we ongelofelijk traag, maar zij remden ons dusdanig af dat ik me afvroeg of we wel voor het donker beneden zouden komen. Roel controleerde hun zekeringen, abseils, gaf ze water. Moesten we een helikopter bellen?
Mwah.
Ons touw raakte vast op de één na laatste abseil en de col tussen Adams Reily en Chardonnet hulde ons in dikke mist. We hadden geen zicht op de afgrond die onze afdaling uitmaakte noch op de ‘heroic jumps’ over gigantische spleten die ons volgens de topo met open kaken zouden opwachtten.

Ik was het zat, tegen die tijd, dat kan ik je wel zeggen.

Gelukkig waren Roel en Juul relaxed en leken de meisjes oké.
We zagen de Ieren een abseil nemen, volgden en kropen al snel onder de wolken door.
Het was dermate een zegen om tegen het avonduur bij de gletsjer aan te lopen, dat we hier en daar wat regels aan onze laars lapten en midden over het spletenterrein naar de hut liepen.

Conclusie

We hadden zo’n 13,5 uur over die hele grote berg aan Glacier du Tour gedaan. Niet helemaal gidsjestijd, maar in het gidsje hadden ze geen uitgeputte Ieren voorzien. Later, tot ik nog even goed de route onderzocht, realiseerde ik me pas hoe droog de Migot was geweest.

Niet ideaal, maar wat zal ik zeggen, we hebben ervan geleerd. We hebben überhaupt een hoop geleerd.
En nog een cliché; klimmen met zulke goede maatjes is bij voorbaat een succes. Ook al beklim je een uitgedroogde Chardonnet , een pepernoot voor mijn part, als je ’s avond uitgeblust een pizza eet met Roel, Juul, Flo en Line, dan is het allemaal wel goed.

_DSC7568 (2)

_DSC7573 (3)

Het alpinistenvriendje

Hee lief, even voor de duidelijkheid: ik heb je niet uitgekozen om me vervolgens zorgen om je te maken.

Het was een rustige avond, een mooie avond met de volle maan, ik zat lang op een terras met Affligem en een vriendin. Omdat ik pas de laatste nachtbus nam verwachtte ik je thuis aan te treffen.

Je bent er niet.

Als je nou bij de bank werkte en op je vrije dagen door het museum slenterde, dan had ik hoogstens kunnen denken dat ze je in het kantoor of dan toch naast van Gogh hadden opgesloten.
Maar jij, vriendje, jij bent een alpinist.
De minimale kans dat je in een gletsjerspleet ligt laat me elke twintig seconden uit het raam kijken of je gestalte al op de parkeerplaats verschijnt.
Ik ben niet zo’n gevoelig type… maar de gletsjerspleet evenmin. En ik zeg je: Zorgen verslinden de ratio zonder een gedachte genade. Het interesseert me geen flikker wat mogelijkheid en logica me zegt, want jij zit hier niet naast me.

Die arme moeder van mij, nu snap ik haar pas.

Als je nou op zijn minst iemand was die zijn mobiele zaken op orde hield, dan had je me nu vanuit de gletsjerspleet kunnen smsen dat je in elk geval nog leeft. Maar ik weet dat die mobiel van jou waarschijnlijk nog net de wekker overleefde en het liftje van de Aiguille du Midi nooit gehaald heeft.
Nu is de vraag: Moet ik gaan rondbellen?
Ik heb de nummers van je vrienden niet, maar mijn vrienden hebben wel de nummers van de vrienden van jouw vrienden.
We zitten echter al over 00:00 en ik wil hier nou ook weer geen gemeentelijk drama van maken.

Mijn God, stuur je me zomaar een berichtje middendoor het beslissingsproces.
‘I’m coming’.
Het leeft.
En de mobiel schijnbaar ook nog.

Dit zal niet de laatste keer zijn, niet? Staat waarschijnlijk in de kleine lettertjes van het alpinistenvriendjescontract.

Volgende keer ga ik toch voor een medewerker van de ABN Amro.

Kabeltje aan kabeltje

Ik heb het eindelijk voor elkaar gekregen om mijn Iphone van een berg te gooien.
Van Aiguille du Genepi, om precies te zijn.

Het was me een raadsel waarom het me al tweeëneenhalf jaar lukte hem bij me te houden. Als ik optel hoeveel gelegenheden ik heb gehad om hem te verliezen, dan is het miraculeus dat ik nu pas, op zo’n 200 meter boven de gletsjer, hem definitief kwijt ben geraakt.

Het was wel een beetje tragisch.
Daar vloog hij.

Stiekem was mijn Nederlandse abonnement al maanden geleden opgezegd en kon ik er nauwelijks meer iets mee. Ik had hem meegenomen om onze lengtes mee te timen.

Het gekke is dat ik zojuist een plastic Frans telefoontje had aangeschaft en die nog geen drie dagen later verloor.
Die is gewoon op pootjes de bus uitgelopen.

Echt waar.

We zagen hem als laatst rond tien uur ’s avonds op het bed en de volgende morgen was hij weg. Niet in de materiaalkisten, niet in het keukenkastje en ook niet in een broekzak in de waszak.

Ik denk dat hij, maar dat weet ik niet zeker, Glacier d’Argentière omhoog is gegaan om de Iphone te zoeken.
Voor mijn eigen gemoedsrust beeld ik me in dat ze elkaar hebben gevonden en vanaf Aiguille du Genepi kabeltje aan kabeltje de mobiele hemel in zijn gevlogen.

Nu is de vraag: Als je tweeëneenhalf jaar over een Iphone kunt waken, maar binnen drie dagen twee telefoons weet te verliezen, is het dan wel of niet verstandig om een mooie nieuwe telefoon aan te schaffen?

(zeg ja)
 

Fase #12


Het is lastig om een trip naar huis door te zetten, omdat ik eigenlijk nooit wil. Ik haal liever mijn familie en vrienden naar Chamonix.
De laatste (en eerste) keer dat ik in Nederland was na mijn verhuizing naar Frankrijk had ik het ingewikkeld. Het was alsof ik opnieuw het keuzeproces door moest maken en me een tweede keer moest losscheuren van mijn vertrouwde samenleving. Er lag hier thuis een hoop warmte, maar ook een hoop nadenken.

Dit keer is het anders.

Thuis is comfortabel en ongecompliceert. De weilanden zijn plat en de lucht is bewolkt; zoals het altijd geweest is. De koelkast ligt vol producten en uit de douche komt eindeloos water, de lakens zijn gewassen en het koffieapparaat loopt. Er liggen vraagstukken hier en daar maar het denken daarover lijkt meer op filosoferen en dagdromen. Ik voel me als in een luxeresort waar ik verzorgd wordt door mensen waar ik heel erg van houd.
Heel veel beter krijg je het niet.

Ik ben zelden meer bezig met ‘het grote emigreren’ maar besef deze dagen dat ik vooralsnog in een (typisch) proces zit.  Fase #12: Terugkomst naar een jaar.

Het actuele bijproduct is liefde. Een hele hoop onvoorwaardelijke liefde.

Gekozen

Mijn vader heeft me ooit gezegd: Als je niet tussen twee dingen kunt kiezen, dan zijn ze even goed.
Dus als je voor de schappen staat en twijfelt tussen de ananasyoghurtjes en de aardbeiyoghurtjes, dan zal je van beide net zoveel genieten.
Dat gaat heel vaak op. Voor zowel de zinnige keuzes als de yoghurtjes.

Het lastige is dat keuzes vaak lijken op een menukaart en je een glazen bol nodig hebt om in te schatten hoe de opties zullen uitpakken. Dus of de crème bruleé lekkerder gaat zijn dan de chocoladebrownie, dat weet je pas als ze geserveerd worden. Dan kunnen de keuzes op voorhand wel even goed zijn, maar nadat de realiteit ermee aan de haal is gegaan blijkt er toch echt een betere te zijn (de chocoladebrownie die je zus besteld had).

Gelukkig blijken veel keuzes na afloop best wel wat ruimte over te laten voor ‘het andere’. Je zus geeft je een hapje chocoladebrownie of de volgende keer bestel je de chocoladebrownie.
En je kunt jezelf ook aanleren om gelukkig te zijn met datgene wat je hebt – de crème bruleé.

Maar zelfs met dat in gedachte blijft het soms haast onmogelijk om te kiezen.

Mijn intuïtie is een schreeuwlelijk waar ik bij dit soort graag op terugval.
Ik merk alleen dat mijn intuïtie de nare gewoonte heeft om zich pal tegenover mijn ratio op te stellen en ik ben ook wel fan van de ratio.
Ik wou dat ik kon zeggen dat de ene een betere toekomstvoorspeller (de glazen bol) is dan de andere, maar ik ervaar inmiddels dat je twee verschillende levens kweekt op basis van de een of de andere (mijn ratio kiest vaker ‘veilig’, mijn intuïtie vaker ‘vrij’).

Soms helpt het leven een welkom handje.
Doordat je niet toegelaten wordt in de ene opleiding, en wel bij de andere, of de site van de ene plotseling platligt en de andere supergladjes functioneert. Doordat je voor het ingaan van de ene route vlakbij een gigantisch rotsblok ziet vallen (dan ga je wel de andere in).

En als het leven zwijgt dan kun je haar laten spreken door een muntje op te gooien.
Marcel gooit immer een muntje op. Hij laat het leven altijd kiezen.

Ik val altijd toch weer terug op de wijze raad van mijn vader, al is het om mezelf gerust te stellen: Als je niet tussen twee dingen kunt kiezen, dan zijn ze even goed.
Je kunt toch niet in de toekomst kijken.

Ik denk dat ik daarnaast immer drie dingen in mijn achterhoofd moet houden:
1. Ik heb geen haast. Als ik nu niet voor de studie geneeskunde kies, dan kan ik dat nog altijd op mijn dertigste doen. Of op mijn vijftigste.
2. Keuzes zijn vaak constructies die ik héél belangrijk maak, maar die achteraf opgaan in een vrij willekeurige levensloop.
3. Als ik kies… Dan zet ik vervolgens alles in.

Dat laatste is op het moment mijn grote baken.
Mijn grootste wijsheid.
Als je eenmaal hebt gekozen vergeet je de andere keuzes en twijfels, alle andere yoghurtjes en brownies en opleidingen, als je eenmaal hebt gekozen dan concentreer je je en ervaar je maximaal het pad dat je bent ingeslagen.
Zodat je werkelijk kunt zeggen, voordat je aan al de andere opties begint, ‘ik heb het werkelijk geprobeerd’.

En nu kies ik Chamonix.

Noorderwind

Is het tijd om de hort op te gaan?

Dat vraag ik me de laatste tijd veel af.
Mijn intuïtie stuurt me weg uit Chamonix. Zoek de romantiek op Ruby!
Mijn ratio zegt: Ja maar, het leven is lang en je moet investeren. Heb je genoeg geïnvesteerd in Chamonix? Heb je het werkelijk een kans gegeven – de bergen, het alpinisme, de ontegenzeggelijke alles-of-niets cultuur?

Ik voel me de vrouw met de rode mantel uit de film Chocolat, met het dochtertje en diens imaginaire Kangaroo Pantouffle. Eens in de zoveel tijd wordt moeder aangesproken door de noorderwind die haar vraagt om de hort op te gaan, op zoek naar nieuwe werelden, andere verhalen. De moraal in de film is een beetje dat je soms ondanks de noorderwind gewoon moet blijven en wortelen (met name als Johnny Depp bereid is met je mee te wortelen).

Ik denk veel aan Briançon (Des Écrins, het vooraf ingebeelde einddoel van de hele gang naar Frankrijk). Moet ik nu blijven wortelen in Chamonix of de hort op gaan? Soms weet ik zeker dat ik oktober verhuis, soms zie ik mezelf toch weer het winterseizoen van Chamonix induiken.

Ik heb een ingewikkelde bundel aan dromen die zich elk idealiter op een andere plek zouden afspelen.
Ze sturen me de stad in en het hooggebergte op hetzelfde moment.
Ik heb veel meer rust nodig dan ik Chamonix zou kunnen krijgen en erger me tegelijkertijd aan het gebrek aan cultuur van dat kleine stadje waar bergen, sporters en anonieme alcoholisten domineren.

In feite is het nooit goed en is er altijd een groot compromis.
Tegelijkertijd is het altijd goed want uiteindelijk is er overal een weg te vinden.

Een deel van het keuzeproces speelt zich gek genoeg af in de klimhal van Les Houches. Ik ga er te vaak heen om geen abonnement te nemen (14 euro per keer) maar twijfel te veel om me voor een jaar vast te leggen.
Veel meer nog ervaar ik de noodzaak van het kiezen in de plastic routes die ik keer op keer instap. In Les Houches klim je alles en tête, dus ook geniepige mini-tree 7a+ projectjes op vlakke wanden. Het dwingt me om eindelijk consequent de gewoonte van het voorklimmen aan te nemen (na vier jaar sportklimmen, ongelofelijk). Ik sta elke afzonderlijke route voor een keuze; ik kies à la Ilgner in La Voie des guerriers du rocher en vanaf dat moment ben ik ongenadig toegewijd en sluit ik mijn angsten en gedachten buiten. Vanaf dat moment is de route en mijn eigen leerproces alles wat er is.
Choisir, heet het hoofdstuk waarin Ilgner ons de keuze voorlegt.  

Het is niet alleen de progressie die ik boek in Les Houches waardoor Chamonix me langzaam weer gunstiger stemt. Het is met name het idee dat ik mezelf train op de onverbiddelijke keuze en deze noodzaak ook begin te herkennen in de grote schaal van mijn traject.
Het boek van de rotsstrijder gaat nog veel meer op als metafoor voor het gehele leven dan ik tijdens het lezen ondervond.

Nu dus, wat kies ik?
De noorderwind sleurt harder aan me naarmate ik meer neig naar Chamonix. De romantiek van Briançon weet me van veraf te verleiden. Ik weet echter zeker dat ik nog nooit heb gekozen voor Chamonix zoals een rotsstrijder zou kiezen voor een route. Ik ken Chamonix niet in de gedaante die het aan zal nemen wanneer ik me volledig toewijd.

Eén ding is zodoende zeker: Zodra ik kies voor Chamonix, dan ben ik volle overgave door het dolle heen overgeleverd aan het meest gestoorde bergdorp ooit en zullen ze voor me moeten oppassen.

Als ik ga naar Briançon, dan bepaald de noorderwind.

En Quête

Ik lees een boek en het is interessant.
Volgens mij ligt het overal in de boekenwinkels in Frankrijk. Ik weet niet of het vertaald is in het Nederlands, nog niet misschien.
Het heet Trois Amies en Quête de Sagesse en is geschreven door een monnik, filosoof en psychiater die ergens in een hutje in de natuur het gesprek aan zijn gegaan.
Ik leer allemaal wijze Franse woorden nu.

Ze schrijven over het Ego (mijn nieuwe vriend) en emoties, het lichaam en vrijheid en altruïsme en ondertussen maken ze geinig eenvoudige opmerkingen die me dagenlang aan het denken zetten.
Deze blog gaat om een van hen.
Op de bladzijden die ik een paar dagen geleden las raadde ze me aan om in de ochtend niet als eerste aan mijzelf te denken (wat ga ik doen vandaag, wat gebeurde me gister, mijn zorgen en plichten en ingewikkelde dagen) maar om mezelf af te vragen: Wat ga ik voor een ander betekenen vandaag?

Het allereerste dat je denkt op een dag.
Wat ga ik voor een ander betekenen.

Ik probeer dat sindsdien en begin mijn dagen fundamenteel anders. Niet persé met goede voornemens, maar voornamelijk met het idee dat ik mijn eigen leven niet zo belachelijk serieus hoef te nemen vanaf het allereerste moment dat ik bewust aan mijn dag begin. Het breekt op wonderbaarlijke wijze mijn meest slaperige en geroutineerde denken open.
Nu sta ik op (meestal met berenhonger) en slenter ik naar de havermout met het (op dat moment) bijna onwerkelijke vraagstuk: Wat ga ik voor een ander betekenen?

Vrienden, kennissen, onbekenden, de wereld. 24 jaar lang stond ik op met alleen mezelf en nu sta ik eventjes op met iedereen.

Mr. Bricolage

_DSC7372

Ik was een tijdje van de radar.
Niet vanwege een alpine tocht of spontane trip naar het buitenland, maar vanwege een spontane trip naar de parkeerplaats van Mr. Bricolage in Sallanches.

Op een héél, héél regenachtige dag besloten Marcel en ik onze tijd te spenderen in de klimhal van Les Houches. Het was daar zo druk dat er, zoals het de gemiddelde route in Chamonix betaamd, rijen wachtende klimmers voor de wanden stonden.
Die avond zouden er op Place de Mont Blanc de finales van de World Cup Escalade van start gaan. De klimsterren die ze gemist hadden klommen met ons in Les Houches. Het Spaanse team, Oostenrijkse team en Franse team gewoon om ons heen.
Dan heb je plotseling een klimhal met uitgeteerde adolescenten die opwarmen in je projectjes en een rij vormen voor de 8a’s waar normaal gesproken alleen die ene welbekende lokale goeroe zich in loopt te frustreren.

Het regende nog steeds hard toen we (nog steeds onder de indruk maar volslagen paranoia van de mensen) onze weg naar Chamonix inzetten. We werden opgepikt door een klimmersbusje.

En dit was er nog eens een. De klimmer in kwestie had een huis daar, iets met houten muren en een volledige keuken en een gigantisch bed, niets dat nog aan een bus herinnerde behalve het feit dat de buitenwereld bewoog. Die jongen sleepte zijn eigen hotelkamer mee.
We keerden terug naar onze eigen stinkende oude ambulance en wisten precies wat ons te doen stond.

In een container in Chamonix vonden we door puur geluk een grote lading hout (van dat geelwitte in-klik hout, licht en gemaakt voor debielen) dat we die avond nog, na de finales van de World Cup, stiekem in onze bus parkeerden. De volgende morgen reden we langs een plek in het bos van Les Bossons waar Marcel eens ladingen hout gezien had die resteerden van een gestrand boomhutavontuur. We kozen vier zeiknatte planken vol afgebladderde spuitbusverf, modder en slakken en sleepten ook die naar de bus.
En daarna maakten we onze weg naar Mr. Bricolage in Salanches.

_DSC7385
Bij Mr. Bricolage vind je alles; van gordijnringen, superlijm en wc-potten tot moderne vogelhuisjes en glittertjes om mee te knutselen.

We parkeerden de bus op de eerste parkeerplaats vanaf hun ingang en begonnen ons klussende leven.
Eerst moest de vloer van de ambulance eruit. Dat kostte ons de eerste dag.
De spullen lieten we die nacht buiten onder de oude vloer, dat ons de aanblik gaf van twee zwervers die zich schaamteloos naast Mr. Bricolage gevestigden. De volgende morgen begon met een conversatie met de bedrijfsleider.
We mochten blijven als we het er fatsoenlijk (en klussend) uit konden laten zien.
De tweede dag ging op aan de nieuwe vloer, die we uit de vier natte planken zaagden en in de bus pasten. ’s Avonds kwam de politie polshoogte nemen; waarschijnlijk een check of we geen bommen timmerden. Ze troffen mij aan met mijn zij-projectje – een gekleurde dromenvanger met bungelende dennenappels – en zagen dat het goed was.
De derde dag ging op aan de muren en de reorganisatie van het bed.
De vierde dag ging op aan het maken van een lade onder het bed en het in elkaar zetten van de keuken.
En toen waren we klaar en zaten we vol blaren op onze handen van het schroeven en zagen en kon ik niet meer slapen vanwege de pijn in mijn rug en hadden we het hipste busje van het hele Noordelijk halfrond (misschien is dat niet waar, maar er zit zoveel liefde en obsessie van ons in dat ik het momenteel niet anders kan waarderen).

_DSC7391

Ik voelde me gedurende de gehele sessie een beetje bezwaard vanwege ons verblijf naast Mr. Bricolage. We hielden in feite drie parkeerplaatsen bezet, ook tijdens spitsuur, hadden ons hele huishouden naar buiten gehaald (hoe meer de zon scheen, hoe meer we explodeerden) en kochten niet bijster veel omdat we al dat hout al hadden gerecycled en het ons alleen aan wat lijm, verf en scharnieren ontbrak (de schroeven waren goedkoper bij de SuperMarché die naast Mr. Bricolage lag).
Maar ze waren vriendelijk.
Volgens mij vonden ze ons wel grappig en hadden ze ergens medelijden dat we gedwongen waren een vierde dag op het parkeerterrein door te brengen.
Ze kwamen allemaal even kijken in het houten paradijsje en de manager gaf ons (nieuw!) hout en plastic cadeau omdat hij zag dat hier en daar wat ontbrak.

_DSC7394

Het is nu de vijfde dag, de zon schijnt en ik word wakker zonder persé iets af te moeten maken. De parkeerplaats ligt vol puin en als we dat naar het vuilnis rijden, is het project afgelopen. Er zijn altijd nog kleine dingetjes die links en rechts gemaakt en verbeterd kunnen worden, maar nu is het weer tijd om te klimmen, terug op de radar te verschijnen en mee te draaien in de wereld buiten Bricolage.

Terug naar Chamonix.

_DSC7382_DSC7351_DSC7387

Kracht

Ik ben sterk.
Ik voel een kracht in me die onvergelijkbaar is met elke andere emotie. Een kracht die thuishoort bij woeste rivieren en de diepte van de bergen. Daarin ligt de waarde van mijn leven, het recht van mijn bestaan, daarom zal ik immer alles doorstaan totdat iets me van het leven beroofd. Misschien hebben alle mensen het, die kracht, misschien ligt het verwikkeld in allerlei emoties en toestanden, misschien bestaat het alleen omdat ik ervoor kies het uit mijn ervaring op te pikken en vast te leggen. Maar ik voel het, ik ben sterk.
Voor nu en voor altijd.