Migot

De allergrootste berg rondom Glacier du Tour staat aan de overkant van Refuge Albert Premier. In zijn eentje.
Zo indrukwekkend en grote-berg-achtig dat je hem niet echt vergeet na een eerste bezoek, met een lange witte graat aan de linkerzijde en een grote rotskop aan de andere kant.
Hij heet Chardonnet (lijkt op Chardonnay).

Vanaf de andere kant, de Argentière kant, is het misschien niet de állergrootste berg. Om hem heen staan beesten als de Verte, Droites en Argentière en je moet wel heel erg berg zijn om daarmee te wedijveren.

Juul, Flo, Roel, Line en ik beklommen de Chardonnet vanaf Glacier du Tour en hadden dus toch te maken met de allergrootste berg.

‘Eperon Migot’ volgt de graat aan de noordkant, recht omhoog, over rots, ijs en sneeuw naar de top. Het is een AD+ (of D-) die in de topo wordt omschreven als ‘a good introduction to mixed climbing’.

Alles zit los

Woensdag 3 Augustus om halfvier ‘s ochtens begonnen we aan de oversteek van Glacier du Tour. We verdwaalden in het donker. Geen van ons had de dag ervoor even gekeken waar dit jaar de snelweg liep.
In daglicht troffen we de voet van de graat, waar je op moest klimmen via rotsen aan de rechterkant. Drie Fransen waren ons al voor en trapten als een malle stenen naar beneden.

Gedraag je eens, dacht ik.

We wachtten tot we uit hun vallijn kwamen en begonnen officieel aan onze route.

Ik heb nog nooit geklommen op zulk shittig terrein. Echt niet. Alles lag los, zowel het kleine als het grote. Het bleek volstrekt onzinnig om protectie te plaatsen want je zou de gehele eperon meenemen in je val. Wat de Fransen nog niet naar beneden hadden getrapt, lag nu voor ons klaar.

Gaat dit de hele route uitmaken? Vroegen we ons af. Moeten we nu al terugkeren?
Wat een drama.

Pas op de sneeuwgraat konden we ontspannen. De sneeuw was wit en overtuigend, de rest van de route oogde solide, de zon scheen en redenen om te alpineren kwamen terug. We lagen achterop schema en toch leek het avontuur ons niet meer vijandig gezind.

Klimmen op stijgijzers

Het gedeelte ‘mixed’ was een stuk minder ‘mixed’ dan ik me had ingebeeld. Ik klom het grootste gedeelte met blote handen en schopte alleen bij grote uitzondering mijn stijgijzer in een klein laagje gecamoufleerd ijs. Roel manoeuvreerde zich over besneeuwde rotsplaten die lastig af te zekeren waren. Juul moest wennen aan het soort terrein.
Ik geloof wij allen.

In feite was het gewoon een droge bedoeling op stijgijzers, met dan toch weer passages waarbij een pickel en stijgijzers onmisbaar waren.

De Fransen sloegen linksaf, wij bleven rechts.
Het devies was ‘omhoog’, en eerder rechts dan links, maar de zwakke lijn was niet zo uitgesproken. We joegen Line en Flo een couloir in dat ze alleen met vrij serieus drytoolen doorkwamen en ik klom mezelf ongenadig vast in een droge goot. Een enkele voettree van een groot los blok, een jam, een cam, stress, een alpine standplaats onder me, dat waren zo mijn opties. ‘Yo, kan ik vallen?’ vroeg ik de mannen.

Wederom gaf een sneeuwgraat ons de mogelijkheid om even te ontspannen.
De top was zichtbaar.
We werden ervan gescheiden door een wand van diepe sneeuw op hard ijs, niet de meest frivole condities, maar met een beetje zen in het hoofd was het goed te overbruggen.

Om 12 uur stonden we op de top.

De afdaling

De afdaling had ons naar verhouding drie keer meer voorbereiding gekost dan de beklimming. Op basis van de topo’s en waarschuwingen verwachtte ik een labyrint aan te treffen. De weg was echter netjes gespoord en het leek allemaal vrij logisch (de illusie die het gebaande pad je geeft). We troffen overal abseils aan, waar we gretig gebruik van maakten omdat de sneeuw nog steeds een bende was.
We troffen eveneens een drietal Ierse klimmers aan dat sinds maandag al op de berg rondzwierf en een vrij labiele indruk maakte.
Als touwgroep van vijf waren we ongelofelijk traag, maar zij remden ons dusdanig af dat ik me afvroeg of we wel voor het donker beneden zouden komen. Roel controleerde hun zekeringen, abseils, gaf ze water. Moesten we een helikopter bellen?
Mwah.
Ons touw raakte vast op de één na laatste abseil en de col tussen Adams Reily en Chardonnet hulde ons in dikke mist. We hadden geen zicht op de afgrond die onze afdaling uitmaakte noch op de ‘heroic jumps’ over gigantische spleten die ons volgens de topo met open kaken zouden opwachtten.

Ik was het zat, tegen die tijd, dat kan ik je wel zeggen.

Gelukkig waren Roel en Juul relaxed en leken de meisjes oké.
We zagen de Ieren een abseil nemen, volgden en kropen al snel onder de wolken door.
Het was dermate een zegen om tegen het avonduur bij de gletsjer aan te lopen, dat we hier en daar wat regels aan onze laars lapten en midden over het spletenterrein naar de hut liepen.

Conclusie

We hadden zo’n 13,5 uur over die hele grote berg aan Glacier du Tour gedaan. Niet helemaal gidsjestijd, maar in het gidsje hadden ze geen uitgeputte Ieren voorzien. Later, tot ik nog even goed de route onderzocht, realiseerde ik me pas hoe droog de Migot was geweest.

Niet ideaal, maar wat zal ik zeggen, we hebben ervan geleerd. We hebben überhaupt een hoop geleerd.
En nog een cliché; klimmen met zulke goede maatjes is bij voorbaat een succes. Ook al beklim je een uitgedroogde Chardonnet , een pepernoot voor mijn part, als je ’s avond uitgeblust een pizza eet met Roel, Juul, Flo en Line, dan is het allemaal wel goed.

_DSC7568 (2)

_DSC7573 (3)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s