De maan is ongelofelijk mooi
(en ik ongelofelijk moe) Driemaal raden wie er woensdagochtend op het rooster stond van mijn favoriete après-ski bar. Ik. En ik heb er vrijwillig voor getekend ook, letterlijk, nog geen dagdeel geleden. Ik heb netjes mijn graf gegraven en neem nu de grote aanloop. Vooruit, ik overdrijf. Het valt me zwaar, deze eerste dagen, en daarom is ook mijn gemoed wat zwaarder en zijn mijn opmerkingen wat overdreven. De aanslag fysiek is al aanzienlijk, het klimmen dat er nu opeens tussendoor moet, maar vooral mentaal sta ik voor een zware dobber. (Er zijn zwaardere dobbers, dat weet ik, dat realiseer ik me). Ik ben terecht gekomen in een hele gevaarlijke dynamiek met ontzettend gehaaide en ronduit venijnige collegaatjes (en werkgevers en gasten) waar ik mijn ontspannen pad in moet vinden. Het is ieders leven, dat bedrijf, ieders raison d’être, en ik… zal mijn best doen. Hoe deed je dat ook al weer, dat boeddhisme? Deze winter wil ik me voorbereiden op het toelatingsexamen van de Franse gidsenopleiding. Superleuk, veel skiën en klimmen, maar alleen op voorwaarde …



