All posts filed under: Blogs

Een kleine zomer

Het is voorbij. Twee weken lang verkeerde Chamonix in een veel te vroeg gekomen lente, met fluitende vogels, volle terrassen en vrolijkheid die rechtstreeks door het zonnetje werd aangewakkerd. Hoe lang kun je dan boos zijn om de groene vergezichten en uitgedroogde ijslijnen? Een panaché met de zon in het gezicht en je denkt er niet meer aan. En een ander voordeel: Je kunt lekker hardlopen over de bergflanken en liedjes zingen op de fiets. Rotsklimmen en picknicken in het gras; een heus voorproefje op de zomer. Maar goed, het is wel volslagen belachelijk. In Februari zouden we ons zorgen moeten maken om lawinegevaar, niet om ons badpakfiguur. De weergoden waren even van het padje en krabbelen eindelijk terug. Het regent momenteel in de vallei, maar daarboven sneeuwt het. Als het even kouder wordt liggen hier de daken weer onder. Winter deel twee, een laatste kans voor de seizoensarbeiders om aan hun skitax te komen. Nu de vallei is gehuld in schaduw, mist en regendruppels en we niet meer worden gesust door het zonlicht, schreeuwen …

Mama, de mannen, de lappenmand en pap en Suus die er niet zijn

19 Februari, 20:48. Ik eet mijn bord leeg in de personeelsruimte van het hotel zonder een woord tegen mijn collega’s te zeggen. Mijn blik is strak gericht op mijn mobiel. Op het treinstation van Les Bossons staat Adria. Het is donker. Hij wacht. Ik wacht. You’ve got them? – bericht ik hem. No, not yet. Dan belt mijn broer. Yo smurf, we zijn er. Ik had Adria gevraagd om mijn moeder, Jaap en Arnold op te halen van het perron in Les Bossons, vlak bij ons chalet. Ze zijn echter keihard door Les Bossons gereden en staan nu met rugzak en al voor de stoep van mijn werk. Ik ren uit de personeelsruimte naar buiten, het bord halfleeg, grote ogen van mijn collega’s, en omhels mijn familie in het barlicht van Chambre Neuf. Adria, I’ve got them here, they went to Chamonix – bericht ik hem nu. Mijn familie is gearriveerd. De volgende morgen zit ik Nederlands te kakelen aan de ontbijttafel, met een groot Vikingbrood dat vanuit Zweden via de nachtreceptionist op de broodplank …

Skitouren en Ijsklimmen

Het lijkt erop dat ik eindelijk tijd overheb voor de bergen. Voor skitouren en ijsklimmen, in plaats van voor kopzorgen over een stel negentienjarigen dat te brak is om hun diensten te draaien. Het skitouren voelt als een cadeautje dat uit de hemel is gevallen. Chamonix is weer eens in de war en straalt alsof het zomer is, grasvelden die overal tevoorschijn komen in Februari, kreten van wanhoop van freeriders die hun ei niet meer kwijt kunnen. Maar wij gaan gewoon de bergen op en vinden daar ons geluk. Lange afdalingen over sneeuw die er prima aan toe is. En verbrandde gezichten, want ook in het hooggebergte is het zomer. Omdat ik nog steeds een groot deel van mijn lijst moet afstrepen, is het belangrijk dat er nu en dan weer iets valt. Maar afdwingen kun je het niet en de tochten die we nu maken zijn zo mooi dat ik moeiteloos kan afwachten. Ben en ik hadden beiden een reeks vrije dagen, wat ons de ruimte gaf om naar Cogne te gaan. Een paradijs …

Dezelfde materie

Precies een jaar geleden ontmoette ik een Spanjaard in het Franse bergdorp Le Tour, aan het einde van de vallei van Chamonix. Naast bergen als de Aiguille Verte en Chardonnet werden we vriendje en vriendinnetje. Vanaf het begin van onze relatie verbaasde ik me over mijn liefde voor hem. Dat lag niet aan hem noch aan onze relatie. Dat lag aan de liefde zelf. Wat is dat nu tussen ons? – dacht ik vaak. Liefde is altijd moeilijk te definiëren, een gevoel dat alle kanten op gaat, juist daarom is het zo leuk om toch op zoek te gaan naar een verklaring. Iets dat de lading dekt. Het bleek voor mij echter geen uitdaging, want opeens rees de verklaring kraakhelder op in mijn geest. Boem. Het begint hiermee: Ik heb eigenlijk veel grotere liefdes dan mijn vriendje. De bergen. Op de wandelvakanties in mijn jeugd zijn ze linearecta mijn hart ingelopen en inmiddels zijn zo ongeveer hetgeen waar mijn wereld om draait. Hoe? Ze zitten altijd in mijn hoofd. Ze zijn mijn dagelijkse decor en …

Tot ze erbij neervallen

Een vrouw van over de zeventig staat te rock-en-rollen aan de bar. Haar grijsblonde, natte haren zwaaien van links naar rechts. Wij staan haar te kopiëren en zij ons, terwijl achter haar tweehonderd mensen volledig uit hun dak gaan. Bij elkaar geplakt voor de band en op de tafels, zingend en springend en dansend, het bier in hun bekers en uit hun bekers, de band bezweet op het podium. Als ik na afloop het mengsel van bier en gesmolten sneeuw van de vloer dweil zie ik haar alleen aan een tafel, met het hoofd in de handen en schijnbaar uitgeput. Are you ok? – vraag ik. Yes, zegt ze terwijl ze opkijkt. That was a good one…. But I’m too old for this. Ik ben verplicht het te ontkennen, zeg dat ze zich prima handhaaft. Dan zegt ze: Yeah, but I might die doing this. Well, if so, vervolgt ze direct, then that’s a damn good way to die. Ik ben het toch wel met haar eens.

Met een doekje onder de koffiemachine

De manager is de tent uit gelopen. Wat nu? Tsjah, we hebben nog wel wat rondlopen. Ruby bijvoorbeeld. Ik was even bang dat ze écht dachten dat ik de bar kon managen. Bovenop het fulltimecontract dat ik al had, gewoon, voor en na het werk eventjes wat dingen regelen. De eerste week in mijn nieuwe rol (functie? nee, niets in mijn contract is gewijzigd) merkte ik hoe de blik van boven veranderd was; misschien maakte ik die illusie deels, maar het kwam ook naar voren uit opmerkingen. Ruby, wat is dit. Waarom sluit je al. Waarom nog niet. Waarom zijn de WC’s niet schoon. Waarom doet Pietje zijn werk niet goed, waarom heeft Marietje de peuken niet van het terras gehaald. Hoe meer ‘verantwoordelijkheden’ ik toegeschoven kreeg, hoe zinlozer het allemaal leek. Hoe mooier vooral de bergen buiten werden. Dat Seb stiekem een biertje had gedronken, dat er dingen niet correct werden aangeslagen, dat Lex een grote mond opzette tegen een arrogante Franse dame, dat de biertank lekte en er NOOIT werd schoongemaakt ONDER de …

Carte Vitale

Frankrijk heeft me geaccepteerd! Mijn Frans toont dan nog wel gebreken, maar in mijn brievenbus lag laatst een heuse Carte Vitale. Dat heeft me (met een beetje overdrijven) bijna twee jaar gekost. Met een Carte Vitale kun je naar de dokter en de apotheek. Er zit een chipje op waarmee je kunt afrekenen. Het is de wonderkaart. Ik zit in een gemeenschap van immigranten die veel klaagt over het functioneren van het Franse systeem en al haar bureaucratische uitspattingen. Gezien ik mijn documenten (geboorteakte, contracten, kopieën enzovoort) twee keer heb moeten opsturen en achteloos tussen Cluses en Sallanches heen en weer gestuurd ben (Oh, hiervoor moet u in Cluses zijn. Nee hoor, hiervoor moet u in Sallanches zijn) zou ik ook het een en ander kunnen opmerken. Toch vind ik het bijzonder dat ik deel uit mag maken van het Franse systeem. Ik als Nederlander, die gewoon maar op een dag aan komt zetten, krijgt haar ziektekosten vergoed. Het is overigens wel zo dat ze een behoorlijk deel van mijn loon afhalen. Nu, een kleine …

Dromen is een optie

Soms droom ik overdag. Als de straten en daken onder een laag sneeuw liggen en ik op weg ben naar de bergen, dan heeft het moment weinig nog met de realiteit te maken. Ik raak los van mijn concepten en de tijd alsof ik toch stiekem een pilletje heb genomen. Dan drijf ik langzaam weg naar een wereld waar geen wetten gelden en ik de vrijheid vind die ik zocht toen ik naar Frankrijk emigreerde. De sneeuw, ik denk dat het is omdat het wit is. Ik heb helemaal geen uitleg meer nodig als ik op mijn ski’s naar beneden glijd. Geen reden om naar boven te klimmen noch om terug te gaan. De bergen zijn zo ongelofelijk mooi als het ijs aan hun wanden plakt dat ik wel kan huilen als ik naar ze kijk. Het is eng om zo te dromen, want dan zou je zeggen dat je ook weer wakker wordt. Maar dat is nu net wat ik geleerd heb: Voor mij bestaat de luxe nog steeds om hiervoor te kiezen. Dromen …

Wintercadeautjes

Het is begin winter als er een auto met een Nederlands kentekenplaat het kleine weggetje naar ons chalet op rijdt. Zijn het Nederlanders? Ja, maar toch ook wel Fransen. En wat nemen die twee mee? Sneeuw. Om twaalf uur ’s nachts neemt Fieke me mee op een kleine wandeling door Les Bossons. We maken gekke sporen in de zojuist gevallen sneeuw. Wijdbeens, rondjes, grote passen. De volgende morgen plakken we samen met Roel de ijsbijlen op de tas en rijden richting Argentière. Watervallen van Le Cremerie. Vlak onder Glacier de Argentière, waar eens de gletsjer zelf lag, aan het riviertje dat uit haar ontspringt, nu onder sneeuw. Het is zo koud dat Fiekes tenen er al afliggen voordat ze haar stijgijzers in het ijs heeft gezet. Terwijl ze een rondje door de vallei rent, klimmen Roel en ik naar boven. Wat een lijden en wat een schoonheid. Overal is sneeuw. Als we die namiddag onze vingers stevig om een warme chocolademelk klemmen, krijgt Fieke plotseling een ingeving. Après-Ski! Vijf minuten later staan we te springen …

Wat Rietjes met de Sneeuw Uithalen

Het is toch wel vreemd, zo’n skioord zonder sneeuw. Iedereen probeert er het beste van te maken, maar het lijkt toch op een geflopt feestje. Een discoavond zonder muziek of een diner zonder eten. Op zich zijn mensen er nog best wel goed in, optimistisch en vastberaden, ook zonder sneeuw een wintersport. Met goggles die zeker niet nodig waren tijdens het ontbreken van een sneeuwstorm naar de après-ski. Spuitkanonnen die de wereld redden. Maar het blijft treurig. Dat voel je maal dertig als de sneeuw dan eindelijk valt: De reden van bestaan is met vertraging gearriveerd, de saisonniers begrijpen weer hun rol en het straatbeeld van Chamonix kan met fatsoen de wereld in gaan. Wat is het nu, een winter met pech of opwarming van de aarde? Laatst had ik een gast aan mijn bar die zich verschrikkelijk druk maakte om de rietjes die ik in alle drankjes stopte. Ik kon daar echt even niet bij, je bent in een tent waar geconsumeerd wordt, ga weg met je rietjesprobleem als je zo nodig wodkacola’s wil …