Wintercadeautjes

Het is begin winter als er een auto met een Nederlands kentekenplaat het kleine weggetje naar ons chalet op rijdt. Zijn het Nederlanders? Ja, maar toch ook wel Fransen. En wat nemen die twee mee?
Sneeuw.

Om twaalf uur ’s nachts neemt Fieke me mee op een kleine wandeling door Les Bossons. We maken gekke sporen in de zojuist gevallen sneeuw. Wijdbeens, rondjes, grote passen. De volgende morgen plakken we samen met Roel de ijsbijlen op de tas en rijden richting Argentière. Watervallen van Le Cremerie. Vlak onder Glacier de Argentière, waar eens de gletsjer zelf lag, aan het riviertje dat uit haar ontspringt, nu onder sneeuw.
Het is zo koud dat Fiekes tenen er al afliggen voordat ze haar stijgijzers in het ijs heeft gezet. Terwijl ze een rondje door de vallei rent, klimmen Roel en ik naar boven. Wat een lijden en wat een schoonheid.

Overal is sneeuw.
Als we die namiddag onze vingers stevig om een warme chocolademelk klemmen, krijgt Fieke plotseling een ingeving. Après-Ski! Vijf minuten later staan we te springen op de dansvloer die ik normaal gesproken van drankjes voorzie.
‘Ik kan dit alleen met hen’, leg ik uit aan mijn collega’s. Nederlanders die zichzelf niet zo serieus nemen.

We eten een burger in Poco Loco.
De volgende morgen stappen ze in de auto om de Zwitserse Tijger een bezoek te brengen.
We zitten allemaal tussen de bergen, komt het nog eens haarscherp binnen.
Dit is geen vakantie, dit is realiteit.
En wat is die mooi.

_dsc0083

_dsc0044