De accordeonspeler
Ruim drie jaar geleden ontmoette ik een waanzinnig interessante jongen die leefde in een oude ambulance en, begin winter, warmte zocht bij het chalet dat ik deelde met een gezelschap gelukszoekers dat bestond uit Fransen, Spanjaarden, Argentijnen, drie honden en een baal wiet. Hij had gereisd en sprak over rituelen, aliens en meditatie, speelde Spaanse gitaar en accordeon op straat, was gevormd tot beeldend kunstenaar in Barcelona (en schilderde prachtig, maar vond schilderen niet persé interessant), sprak vier talen en wilde berggids worden. Ik begreep hem niet zou hem nooit volledig begrijpen. Zelfs al werd hij mijn eerste vriendje. Ik had net een paar pisteschoenen en -ski’s aangeschaft en sleepte ze op onbehoorlijke wijze heen en weer door het skigebied, toen hij voorbijvloog en ze afkeurde, want piste-skiën was niet iets wat je deed (niet over het algemeen en met name niet als aspirant gids). De mysterieuze jongen die ik zojuist had leren kennen was Catalaans, zoals Killian Jornett, had vroeger geracet en was dun als een stokje, hij vloog naar boven en naar beneden …







