All posts filed under: Blogs

Kortjakje

Het is vrijdagavond en het donker is net gevallen. Ik slinger mijn gitaar aan de hals mee naar de Citroën AX, die geparkeerd staat op een stuk gras naast de Clarée in La Vachette. De achterbak gaat open wanneer ik voorzichtig aan het kleine touwtje trek dat uit het slot kruipt. Ik zet mezelf achter het stuur en trek ook aan de starter, en dan maak ik veel lawaai met mijn gaspedaal, want de AX start anders niet. Met name nu het kouder is. Voorzichtig draai ik haar een halve slag in de rondte, en dan rijd ik rustig mijn verlaten dorp door. Want het is stil op de Dodekippenkattenweg. En het is stil op De Verschrikkelijke Weg, tot aan Briançon, waar het eveneens stil is, van het oude centrum tot de dalende Chaussée tot mijn muziekschool. Niet uitgestorven, maar stil. Zoals in de bibliotheek. Mijn gitaarleraar komt uit Gap. Hij is een jaar of vijftig en heeft een klein brilletje en een kale kruin. Ik zit tegenover hem en laat ‘altijd is kortjakje ziek’ …

Als ze lacht

Mijn bazin loopt erg langzaam. Zo’n zes seconden per stap. Het lukt haar niet om haar volgende voet snel genoeg te laten landen, daardoor is ze uit evenwicht wanneer er geen steun beschikbaar is. Gelukkig is het restaurant klein: ze kan via het keukenblad langs de bar en eerste twee tafels naar de uitgang. Die twee tafels staan voor de gelegenheid tegen elkaar aangeschoven. Ik zit naast de ‘comis de cuisine’, de keukenhulp die tegen het einde van het seizoen onofficieel chef is geworden. De weinige klanten die we hadden dachten dat wij samen het restaurant runden. Wat we vooral deden was de tijd doden, vaak door te praten over wat we stiekem op onze telefoons aan nieuws zagen, of over Briançon, of zijn vader, die eens opgepakt was door de politie omdat hij een bevallende vluchteling had geholpen bij de oversteek naar het ziekenhuis. Midden aan tafel zit de echtgenoot van mijn bazin. Hij is stil, vanavond. Hij lijkt nergens op aan te kunnen haken, niet op de conversaties aan tafel en niet, in …

Dat kleine beetje ruimte

Het is moeilijk, mijn gedachten beheersen. Moeilijk op het matje, gedurende twee minuten, of tien, of dertig. Moeilijk misschien niet af en toe in het dagelijks leven, voor even, voor het moment, maar wanneer een ander moment volgt is het alweer verdwenen. Moeilijk is het wanneer de gedachten negatief zijn, of emotioneel geladen, wanneer beheersing nodig is, en ook wanneer ik moe ben. Of wanneer mijn hart eventjes niet geloofd, of erger, wanneer het mijn gedachten geloofd. Moeilijk, moeilijk, moeilijk, en toch heb ik hoop. Want sinds mijn begin als afgeleide zen beoefenaar ben ik rustiger. Er is een kleine afstand ontstaan tussen mij en mijn gedachten, en zodoende mijn oordelen, impulsen, automatismen, emoties, alsof ik ze zie aankomen en zie vestigen in mijn hoofd en lichaam. Zelfs al komen ze met commotie of dwang, repeterend, zelfverzekerd, er is steeds vaker dat kleine beetje ruimte om ze belachelijk te maken, om het simpelweg niet met ze eens te zijn, om ze aan te vechten of, idealiter, te laten gaan. Niet altijd met succes, maar de …

De Clarée maakt vreemde slingeringen

Soms laat ik dingen gaan, in het Frans. Dan snap ik een verhaal of conversatie niet, een woord of een idee, en let ik maar half op. Een soort ‘laat maar’ luiheid die volgt uit het leren van een taal en de duizenden momenten van onbegrip die daar onvermijdelijk bijhoren. Het verhaal van coulée de boue kwam meerdere malen terug. Eerst een keer op de radio, daarna in gesprekken, en begin Juli pikte ik zo ongeveer op dat er iets in de vallei was gebeurd wat de weg naar Nèvache blokkeerde. Ik dacht aan een ingestorte rotswand, misschien, of een verzakking; iets dat met wat graafmachines en menselijk huishouden wel opgelost kon worden. Hier in de bergen ligt er constant iets op de weg, moet het wegdek hernieuwt, zijn valleien afgesloten. Ik had geen idee. Ik had geen idee dat, na een reeks stormen, een zes meter hoge modderstroom een deel van de vallei had weggevaagd. De dag waarop ik ging kijken, leerde ik dat het aanzicht van een verwoest natuurgebied haast fysiek pijn doet. …

Dodekattenkippenweg

Mijn overbuurman heet Christian, ‘Kri Kri’, en heeft twee katten van achttien jaar oud die niet alleen gelaten kunnen worden. Wanneer hij en zijn vrouw boodschappen doen, moeten ze dus mee. Op de achterbank. Ik heb die achterbank een keer met de katten gedeeld toen het echtpaar me oppikte in Briançon, waar ik aan het liften was. Tijdens het rijden keken beiden uit het raam. Ik vertelde Kri Kri dat ik van plan was om Tigrou uit het asiel te halen, en hij antwoordde met: Pas op. De katten van La Vachette worden overreden. Mensen rijden als gekken. De kat van mijn hoogsteigen huisbaas was blijkbaar twee jaar geleden overreden. Ze hadden de burgermeester van Val de Près (onze commune) gevraagd om verkeersdrempels en wachten er al jaren op. In de tussentijd hebben ze maar gigantische bloembakken neergezet, maar daar slingeren de duivels als gekken omheen. De katten van Kri Kri en zijn vrouw mogen dus niet naar buiten. Tigrou mag eigenlijk ook nog niet naar buiten, maar is gisteren toch ontsnapt. Ik was niet …

Charlotte has the Raspberry

Onze servetten zijn rood. Soms kom ik ze bovenin de Gargouille tegen, uitgevouwen en vies, meegenomen door de noorderwind die altijd langs ons terras komt wanneer ze de stad bezoekt. Een gast maakte eens een grapje; ze zei dat we onze naam en menu op de servetten moesten laten drukken, dan kon de wind reclame voor ons maken. Soms haat ik die wind, omdat mijn glazen van de tafel waaien als ik even de andere kant op kijk. Soms houd ik van haar, omdat ze met futiele dingen aan de haal gaat, zoals servetten, glazen en mijn ongeduld naar onbeleefde klanten. Het is een moeilijk seizoen. Mijn bazin was in juni al zo ziek en moe dat ze onze menukaart niet meer in het Engels kon vertalen. Met dank aan Google Translate hebben we nog steeds een ‘Charlotte has the raspberry’ (Charlotte à la framboise). Een gast wees me er laatst eveneens op dat, volgens de introductietekst van zijn menu, het geboortedorp van de Nepalese echtgenoot van mijn bazin op vier dagen lopen van Kathmandu …

De Rozen van Fontvallon

Juni 2019 In Fontvallon sla ik mijn laptop niet open, want het is beter voor me om naar de vogels te luisteren of door het gras te lopen. Nooit heb ik een landgoed gewild, een huis ver van buren, maar nu snap ik wat ruimte en stilte kan doen. Hoe ver je ook kijkt, links of recht of achterom, je ziet rozen en bomen, heuvels en lucht. Ik sla mijn laptop niet open zelfs al heb ik veel gedachten om te verwerken, want ik baad in rust en wil het bad niet uit. De gastvrijheid waarmee ik ontvangen ben is zacht en grenzeloos, ik eet goed en slaap in een groot bed. Het is juni en warm en het leven speelt zich buiten af, waar Lola leert om een kleine rode bal terug te brengen naar de gooier. In de groentetuin hangen paprika’s en tomaten, aardappelen en knoflook liggen vlak onder de grond. Olijfbomen onderscheid ik inmiddels van de anderen en de paden in het bos plak ik bijna aan elkaar. Het gefluit van vogels …

Passage

Mijn huisgenoot zou gisteravond vijf dames over de vloer hebben. Eén van hen ontbrak omdat ze door de gendarmerie was aangehouden in Montgenèvre. Haar naam stond in het systeem en werd eruit gepikt tijdens een paspoortcontrole. ’s Nacht om twee uur lieten ze haar vrij, mijn huisgenootje heeft haar opgehaald in Briançon, ’s ochtends zat ze aan de ontbijttafel. Ik voel me altijd erg naïef wanneer activisten hier over de vloer komen. Egoïstisch, materialistisch en gemakzuchtig. Want de immigranten lopen hier praktisch langs het huis, in wisselende staat, en ik spendeer mijn tijd aan het uitzoeken van een leuke kat voor het appartement. Ik heb ze gevraagd waarom het meisje in het systeem stond en dit was het antwoord: Ze woont in Oulx, een stad op 25 kilometer van de Franse grens, waar immigranten met de bus of trein aankomen voordat ze de oversteek naar Frankrijk wagen. Daar legt ze hen uit wat hen te wachten staat wat betreft het pad door de bergen, hoe ze zich het beste kunnen voorbereiden en waar ze zich in Briançon …

Dag Zomer

De zomer is mijn seizoen niet meer. Het is te warm rond mijn huid en mijn lippen, onder mijn voeten en in mijn longen, mijn gletsjers smelten en mijn water verdampt, mijn bergen storten in en mijn gras is dood. Ik zou graag de zomer van mijn ouders hebben gehad, en van hun ouders. Ik zou die zomer graag bij ze ophalen en achterlaten voor mijn kinderen. Maar het is te warm om terug te kijken en te warm om vooruit te kijken. Ik geef mijn kinderen gebroken bergen met een beetje lente en een beetje herfst, en zeg ze: Probeer de winter te redden voor onze kleinkinderen en misschien zelfs die van hun. Als het nog niet te laat is.

Een kleine introductie

Een vache is een koe in het Frans. Gek genoeg lopen er tussen La Vachette (het eerste dorp van de vallei) en Nevache (het laatste dorp van de vallei) geen koeien rond. Ik vraag me af wanneer ze zijn verdwenen of waar ze heen zijn. Wel rijdt er veel gendarmerie heen en weer, iets dat opvalt in kleine onbeduidende dorpen zoals het onze, waar niet eens een bar bestaat om in overlast te voorzien. We hebben alleen, zo heeft mijn huisgenoot waargenomen (een geograaf die zijn thesis schrijft en veel uit het raam staart), twee kattenbendes die het ’s nachts tegen elkaar opnemen. Ik kan me niet voorstellen dat de politie om die reden surveilleert, ik denk evenmin dat ze opzoek is naar ontbrekende koeien. Ons dorp ligt zo’n honderd meter van de weg tussen Briançon en Montgenèvre (Italië). Die weg is verschrikkelijk. Als fietser circuleer je er tussen bochten, afgronden en ongeduldige automobilisten door. Iedereen zegt me keer op keer dat ik haar niet moet nemen, maar het openbaar vervoer reikt niet tot in …