Kortjakje
Het is vrijdagavond en het donker is net gevallen. Ik slinger mijn gitaar aan de hals mee naar de Citroën AX, die geparkeerd staat op een stuk gras naast de Clarée in La Vachette. De achterbak gaat open wanneer ik voorzichtig aan het kleine touwtje trek dat uit het slot kruipt. Ik zet mezelf achter het stuur en trek ook aan de starter, en dan maak ik veel lawaai met mijn gaspedaal, want de AX start anders niet. Met name nu het kouder is. Voorzichtig draai ik haar een halve slag in de rondte, en dan rijd ik rustig mijn verlaten dorp door. Want het is stil op de Dodekippenkattenweg. En het is stil op De Verschrikkelijke Weg, tot aan Briançon, waar het eveneens stil is, van het oude centrum tot de dalende Chaussée tot mijn muziekschool. Niet uitgestorven, maar stil. Zoals in de bibliotheek. Mijn gitaarleraar komt uit Gap. Hij is een jaar of vijftig en heeft een klein brilletje en een kale kruin. Ik zit tegenover hem en laat ‘altijd is kortjakje ziek’ …









