Charlotte has the Raspberry

Onze servetten zijn rood. Soms kom ik ze bovenin de Gargouille tegen, uitgevouwen en vies, meegenomen door de noorderwind die altijd langs ons terras komt wanneer ze de stad bezoekt. Een gast maakte eens een grapje; ze zei dat we onze naam en menu op de servetten moesten laten drukken, dan kon de wind reclame voor ons maken.

Soms haat ik die wind, omdat mijn glazen van de tafel waaien als ik even de andere kant op kijk. Soms houd ik van haar, omdat ze met futiele dingen aan de haal gaat, zoals servetten, glazen en mijn ongeduld naar onbeleefde klanten.

Het is een moeilijk seizoen. Mijn bazin was in juni al zo ziek en moe dat ze onze menukaart niet meer in het Engels kon vertalen. Met dank aan Google Translate hebben we nog steeds een ‘Charlotte has the raspberry’ (Charlotte à la framboise). Een gast wees me er laatst eveneens op dat, volgens de introductietekst van zijn menu, het geboortedorp van de Nepalese echtgenoot van mijn bazin op vier dagen lopen van Kathmandu lag. Volgens het menu van zijn vrouw lag het op acht dagen lopen. ‘Dat is wel een verschil’, zei de gast met een glimlach. Ik had daar niet echt een antwoord op.

Het ontbreekt me vaak aan antwoorden. Als gasten veertig minuten wachten op hun eten, dan kan ik niet zeggen dat mijn bazin, tevens de chef, 79 jaar is en niet kan bewegen, ademen, leven zonder pijn. Ik kan ook niet zeggen dat de wijn uit voorraad is omdat we toch sluiten na het seizoen, want het gaat niet meer, het gaat niet meer, of dat we geen visgerecht hebben omdat de bazin naar huis is gegaan nadat ze flauwviel in onze armen, en alleen zij weet hoe die klaar gemaakt moet worden.

Dankzij haar heb ik wederom les in leed van anderen. Fysiek leed en mentaal eveneens, angst voor het onbekende, het einde, van het restaurant, eventueel van alles.

Ook wat betreft klandizie is het een moeilijk seizoen. Het restaurant maakte aanvankelijk geen winst; mijn collega en ik konden maar met moeite uitbetaald worden. Heel juli wisten gasten ons nauwelijks vinden, we zaten verstopt achter de hoofdstraat, andere restaurants en de verleiding van het rumoer. Slechts het leed van mijn bazin vulde de ruimte, het terras en de straten tot aan de Gargouille.

Plotseling zijn ze gekomen. Allemaal tegelijkertijd, veel meer dan mijn bazin aankan. Elke dag is een uitputtingsslag, voor haar en zelfs voor ons. Haar echtgenoot heeft woedeaanvallen van stress en schreeuwt in het Nepalees, Frans en Engels tegen klanten, huilende kinderen en langslopende honden. Zijn imago neemt dezelfde koers als de servetten, men zegt dat hij een alcoholprobleem heeft, dat hij gek is. Het probleem is dat hij ongelukkig is.

Over een maand sluiten onze deuren, dan gaat hij terug naar Nepal en zij terug naar het ziekenhuis. Ik zal worden uitbetaald en ga dan de bergen in, om weer met de natuur te leven, ver van de horeca, de glazen, servetten, het geschreeuw, met het besef dat mijn lichaam momenteel jong en sterk is en dat het me vrijheid en geluk kan brengen, zolang de wind in de juiste directie waait.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s