De Rozen van Fontvallon

Juni 2019

In Fontvallon sla ik mijn laptop niet open, want het is beter voor me om naar de vogels te luisteren of door het gras te lopen. Nooit heb ik een landgoed gewild, een huis ver van buren, maar nu snap ik wat ruimte en stilte kan doen. Hoe ver je ook kijkt, links of recht of achterom, je ziet rozen en bomen, heuvels en lucht. Ik sla mijn laptop niet open zelfs al heb ik veel gedachten om te verwerken, want ik baad in rust en wil het bad niet uit. De gastvrijheid waarmee ik ontvangen ben is zacht en grenzeloos, ik eet goed en slaap in een groot bed. Het is juni en warm en het leven speelt zich buiten af, waar Lola leert om een kleine rode bal terug te brengen naar de gooier. In de groentetuin hangen paprika’s en tomaten, aardappelen en knoflook liggen vlak onder de grond. Olijfbomen onderscheid ik inmiddels van de anderen en de paden in het bos plak ik bijna aan elkaar. Het gefluit van vogels lijkt telkens hetzelfde maar als echt ik luister, verandert het toch. We proberen te zien wie het zijn, die fluiters, maar we vinden ze niet tussen alle takken en bladeren.

Dit is een plek van aandacht en zorg, van aanwezigheid en herinnering, van liefde en verdriet.

Een week voor mijn bezoek aan Fontvallon liftte ik van Villard d’Arene naar Col de Lauteret, een traject van nog geen tien minuten, maar ruim twintig minuten in de oude camper van de bejaarde man die me oppikte. Hij hoorde zo slecht dat ik mezelf vaak langzaam en luid moest herhalen. Hij kon om alles lachen, om hetgeen dat hij meekreeg en niet meekreeg, en hij vond me prachtig, in zoverre hij me zag. We spraken en maakten grapjes over mijn leven en het zijne, tot hij zei: ‘Ik zal je eens vertellen over mijn leven. Ik leefde dertig jaar toen ik mijn zoon kreeg. Twintig jaar later ging hij dood. Dat is dertig jaar geleden.’ En toen begon hij te huilen.

Ik zit aan tafel in de tuin van Fontvallon en schrijf toch mijn gedachten op.

Want de verhalen over het ongeluk zakken langzaam weg in de geschiedenis van mijn blog. Letterlijk lager en lager, diep uit het zicht van potentiele lezers en mijzelf. Het probleem met het ongeluk is dat de gevolgen ervan niet wegzakken. Die zijn permanent.

Hoe meer tijd erover heengaat, hoe meer ik leer over de dood. Deels uit boeken, omdat ik voel dat het belangrijk is om tot meer begrip te komen. Maar het meeste leer ik van het verlopen van de tijd zelf: Elke dag is een nieuwe dag zonder de doden. Een dag zonder Céline en Elise, een dag waarop hun ouders en vrienden wakker worden in een realiteit die leegte vertoond, waarin de meisjes weer en weer en weer niet terugkomen. Ik vind die kant van de dood ongenadig simpel en hard. Het duurt al vier maanden en het gaat nooit meer over.

Toch overheerst in Fontvallon niet de absentie, maar vooral de aanwezigheid: Van liefde. Het is ongelofelijk hoe voelbaar Céline voortleeft in de rozen, bomen, paden en vogels, in de stilte en de ruimte, de aandacht en tijd van haar moeder en stiefvader. Haar dood is onherroepelijk, maar haar leven eveneens, en ook dat begin ik te leren. Dat alles op een dag ophoudt, maar tegelijkertijd voor eeuwig doorgaat, omdat dat de scheiding tussen alle dingen minder absoluut is dan ik voorheen dacht. Tussen Céline, de wereld waarin ze opgroeide, de natuur, haar ouders, al hetgeen waarvan ze hield, haar verleden, haar toekomst, mijzelf.

One Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s