Winnen (Fictie)
Vanuit mijn raam zie ik ze draaien. De liften van Monetier, alle zitjes gaan in rondjes, boven, beneden, boven, beneden. Ik geef een kus aan mijn vriendje en hijs mijn ski’s op mijn schouder, loop de straat over naar het café waar mijn trainers op me wachten. Drie, twee, één, klinkt het voordat ik vaart maak richting het eerste poortje. Ik duik in elkaar en druk de randen van mijn ski’s in de sneeuw. Vijf minuten later takelt de lift me terug naar boven terwijl ik gespannen mijn bochten doorneem. Drie, twee, één, klinkt het weer. De eerste competitie van het seizoen loopt niet zoals gehoopt. Het lijkt wel alsof mijn timing heeft gezopen die nacht. ‘Denk niet te veel na’, zegt mijn trainer na afloop. Ik krijg een berichtje van mijn moeder: ‘Heb je gewonnen?’ ‘Nee’, antwoord ik. De training erna probeer ik niet na te denken, maar vlak voor elke afdaling zwelt de tornado aan gedachten ongehinderd aan. Drie, twee, één, klinkt het. ‘Je bent toch niet in vorm’, klinkt het in mijn …






