Author: Ruby Elizabeth

Mooie Dreiging

Ik draai een rustige après-ski waarop ik kan meezingen en meedansen met de band. De gasten staan op de banken. Een groep hangt lege bierkannen aan de kroonluchters. Het gewei van het elandhoofd aan een wand in het midden van de zaal is de kapstok van skijassen. Mijn chef staat dronken aan de bar. Ik serveer Rosemary Martini’s in meervoud tijdens Happy Hour terwijl mijn collega een hit maakt met liters felblauwe cocktail van zes verschillende alcoholen. Ik zeg tegen een geïnteresseerde gast dat hij het beter niet kan proberen. Aan het einde van de après-ski is hij nog net genoeg voor rede vatbaar om me te zeggen: You were right. Na het laatste nummer van de band glip ik tussen de menigte door naar huis. Ik sla een sjaal dicht om mijn nek en trek twee jassen aan. De ziektekiemen gunnen me geen rust dit jaar. Ik heb mijn weerstand in Nederland achtergelaten. De nachtbus laat lang op zich wachten. Het sneeuwt sinds vanmorgen vroeg. De straten liggen onder een laag grijze pap, de …

2: Relatieve Superheld

De tweede dag op ski’s Zenuwachtig. Ik ben zenuwachtig. Misschien zijn er helemaal geen pistes meer boven. Misschien heeft het gras gesneeuwd. Ik ben zenuwachtig dat de toegangspoortjes mijn skipas niet accepteren en de lift verboden is voor skiërs die nog steeds niet hebben uitgevogeld hoe ze het beste hun ski’s kunnen dragen. Ik ben zenuwachtig dat mijn nieuwe skischoenen (voor beginners) niet samenwerken met mijn ski’s (voor poederpro’s) en het zou zomaar kunnen dat de hellingen onder mijn afwezigheid dertig graden steiler zijn geworden. Want dat doen ze soms. Je weet het nooit met hellingen. Ik sta in de lift met een drietal Russen in peperdure outfits. Ze blijven maar praten, het ene Russisch na het andere, terwijl ik langzaam opstijg naar mijn noodlot. Het sneeuwt. Wekenlang heeft het dal gezeurd om sneeuw en vandaag vallen er dikke, natte vlokken uit de hemel. Mijn Goretex is lang geleden naar de hemel opgestegen en mijn 2000 Fjall Räven broek is geen skibroek. Ik heb gezegd, wees een skibroek. Nee. Ik heb geen hippe goggles, ook …

Blog 200

In maart bestaat mijn blog drie jaar. Deze blog zet de teller op 200. Ik begon het bloggen ooit omdat ik alsmaar riep dat ik schrijfster wilde worden en niet zozeer actie daartoe ondernam. Het was een bijna luie manier om zonder al te veel commentaar vol te houden dat ik het schrijversberoep werkelijk ambieerde. Ik hoefde geen volledige romans in te sturen en te wachten op afwijzing of degradatie van de waarde van mijn fantasie, maar moest alleen het systeem van wordpress onder controle krijgen. En een leuk achtergrondje kiezen. En even op mijn tanden bijten wanneer ik een vers verhaaltje op facebook publiceerde. Inmiddels is mijn blog niet meer uit mijn bestaan weg te denken. Elke blog vergt tijd, de meeste vergen zelfs een hoop tijd. Verhalen die ik schrijf vanuit een emotionele opwelling kunnen soms in een half uurtje online staan, maar het gros kost me minstens een uur of drie, en vaak gaan er dagen overheen voor ik me comfortabel voel bij het publiceren. Sommigen worden nooit gepubliceerd en eindigen in een …

1: Wintervariant

De eerste dag op ski’s Voor mijn ramen zitten zware houten luiken. Ik heb ze wijd open gezet op de dag van aankomst in het chalet en nooit meer dicht gedaan. We wonen tussen de witte bergen; dat schouwspel wil ik niet missen. Het is donker buiten. Ik ben al wakker. Of nog wakker, of half wakker. Om half twee ’s nachts zat ik nog achter de kassa, vloekend en tierend omdat ik niet begreep waarom ik een kassatekort van 250 euro had. Mijn manager nam niet op omdat hij diep in slaap was. Met het kersverse team van een nieuw winterseizoen was wijsheid in geen velden of wegen te bekennen. Rond tweeën had ik het geld zes keer geteld en gaf ik op. Ik sprong in mijn hardloopschoenen en rende naar huis. Het was mijn nacht niet. Chamonix – Le tour is 11,6 kilometer. Ik weet niet of het mijn geest was die me dwars zat, of mijn lichaam dat liever sliep, maar het vroeg twee uur van mijn nacht om thuis te komen. …

Het nieuwe jaar

Ik lag in mijn bed in de kelderkamer. Een tiental halfnaakte Fransen kwam terug uit het dorp en zong in de hal gedurende het wachten op het vrijkomen van de douche. Eén voor een veranderden ze in geciviliseerde jongens, gekamde haren, deodorant. Ze verdwenen in de keuken en kookten, laadden de tafel af met vlees, kaas en stokbrood en waren dronken van bier en wijn voordat ze zaten. Af en toe kwam ik boven en zag ik hoe de woonkamer in een apenkooi veranderde. Er was een trompet. Gestoei. Geschreeuw. Rond half twaalf werd het doodstil in huis. De jongens waren naar een kroeg in Argentière. Ik kroop mijn bed uit en schoof in mijn Crocs. Ze bleven plakken aan de trap. Langs de rand stond een half bierflesje, de scherven waren verdeeld over verschillende treden. Het rook muf. De muren van de woonkamer waren nog intact, dat was het wel. … De dag voor oud en nieuw was er een virus in mijn buik gekropen, ik hoorde het knallen van vuurwerk praktisch van boven …

De Niet Kerst

De vierentwintigste vieren de Zweden hun kerst. Het team van mijn hotel was ’s middags met cadeautjes, dobbelstenen en een Donald Duck film rond de tafels in de bar gaan zitten. De arme chef-kok moest hard werken voor hun kerstlunch. Ik was er niet, want ik had besloten liever te drytoolen met mijn gids in Servoz. Terwijl mijn collegaatjes de gevel van het gingerbreadhuis afbraken en opdeelden, hing ik aan twee ijsbijlen langs een rotswand. Die avond, nadat het kerstfeest was opgeruimd en mijn bazen met ronde buikjes aan de bar hingen, stond ik op het rooster en volledig uitgeput achter de biertaps. De après-ski was rustig. Rond achten verdween de kleine uitgedoste menigte naar het appartement en bleef ik achter met een stel feestgangers met kerstmutsen dat te dronken was om binnen het gat van de wc-bril te kotsen. Een veel te verlegen collega heeft iedereen er zachtjes uitgeschopt. Dat was mijn kerstavond. De vijfentwintigste besloot ik een hardlooproute rond het chalet te zoeken. Het was absurd warm. Ik eindigde ergens in het gras …

Après-Ski

Ik maakte me een beetje zorgen. Ze hadden me ingeroosterd op de eerste après-ski van het seizoen en ik vroeg me af of ze wel wisten met wie ze te maken hadden. Ik ben geen feestbeest. Ja, ik wilde het meemaken en dacht dat als ik een beetje een grote mond opzette, ik vast wel over het hele winterseizoen een aantal après-ski’s mocht draaien. Maar elke werkdag een après-ski, dat had ik niet helemaal voorzien. Ik werk in dezelfde bar als afgelopen zomer. Heel juni tot september heb ik moeten aanhoren hoe wild en druk de bar in de winter is, zowel van collega’s als gasten. Ik heb de jongens gezien die de après-ski’s draaiden en hun verhalen gehoord. Ze waren hypersociale feestbeesten, tapten bier met hun linkerhand terwijl hun rechterhand een Moijto kluste, misdroegen zich meer en meer naarmate ze bezopener en bezopener raakten. Rijen shotjes over de lengte van de bar, jugs  aan het plafon, ongelukken en calamiteiten. Gekkenhuis. Ik had me geestelijk voorbereid, die eerste werkdag. Nu gaat het komen, dacht ik. …

Rennen Springen Vliegen

De tijd gaat snel. Het is lastig om te schrijven, zo snel gaat de tijd. Telkens als ik een gebeurtenis vastgrijp gebeuren er zes nieuwe dingen. Het is lastig om voldoende te slapen, want de nachten gaan tot laat en de ochtenden komen te snel. Als ik niet genoeg slaap, dan blijft mijn fantasie in mijn hoofd tot ik wegdoezel. Dan schrijf ik niet, dan droom ik. Het chalet heeft een woonkamer met allemaal oude houten attributen aan de muur. Pollepels. Wandelstokken en harken. Een drinkbak en een koeienbel. Naast de openhaard staat een sofa, een soort bed waarvan het einde schuin omhoog loopt, van hetzelfde oude hout, iets waarop filosofen denken of hun roes uitslapen. Daar zit ik in de ochtend, met mijn laptop op mijn schoot en de hond van mijn huisgenoot op een eigen matrasje naast me. Luna, heet ze. Ze is een oude rakker, zo’n beetje als dit huis, en wordt door alle tien inwoners geaaid en geamuseerd. Het lukt me niet om te schrijven omdat mijn huisgenoten één voor één …

Dan zal het oké zijn

Ik verwacht dat het allemaal wel goed zal komen. Wat? Alles. Het leven. Ik geloof dat ik niet op de hoogte ben van al mijn verwachtingen. Als ik aan ze denk, dan verschijnt er een bewegelijke, kleurrijke, eindeloze bende voor mijn geest. En als ik mijn verwachting van het leven in woorden wil vastleggen, dan heb ik het gevoel dat ik willekeurig in die bende grijp en omschrijf wat het ook is dat er in mijn hand ligt. Misschien, misschien verwacht ik nog het meest dat het allemaal wel goed zal komen. Ik ben een optimist. Een echte, realiseer ik me nu. Grijpen. Ik verwacht dat het allemaal wel goed zal komen, maar ik wacht op rampspoed, want ik heb nog zo weinig gehad. Ik verwacht vrede, vrede om me heen, maar ik verwacht geen eindeloze gezondheid van ieder die me lief is. Ik verwacht….dat is eigenlijk wel een grappige, ik verwacht oprecht dat ik een man vind waar ik kindertjes mee zal krijgen. Tegelijkertijd zal ik niet al te verbaasd op mijn wolk zitten, …

Het Chalet

In Le Tour staat een chalet. Misschien wonen er dadelijk vier Spanjaarden, vier Fransozen en een Hollandse. En een hond. De laatste paar dagen beweeg ik me heen en weer tussen het kleine dorpje aan het eind van de vallei, de bank van een vriend en Mac Donalds; de uitvalsbasis van de daklozen van Chamonix. Drie van ons betalen voor één bed in een hostel en vrezen elke nacht betrapt te worden, twee wonen in hun auto, twee logeren bij vrienden en twee hebben geen idee waar ze heen moeten als de Mac sluit. Als we het chalet kunnen huren, waar nu al een week om gedebatteerd wordt, dan is het de komende vier maanden groot feest. Want we delen een grote woonkamer met gedateerd meubilair dat veel te luxe is voor een stel gekke seizoenarbeiders. Ik geloof niet dat er zich fanatieke feestgangers onder ons bevinden, maar levensgenieters zijn we denk ik wel. En hoe langer we dakloos zijn, hoe meer we onze eigen ruimte zullen vieren. Ik voel me met de anderen verbonden. …