Het nieuwe jaar

Ik lag in mijn bed in de kelderkamer. Een tiental halfnaakte Fransen kwam terug uit het dorp en zong in de hal gedurende het wachten op het vrijkomen van de douche. Eén voor een veranderden ze in geciviliseerde jongens, gekamde haren, deodorant. Ze verdwenen in de keuken en kookten, laadden de tafel af met vlees, kaas en stokbrood en waren dronken van bier en wijn voordat ze zaten. Af en toe kwam ik boven en zag ik hoe de woonkamer in een apenkooi veranderde. Er was een trompet. Gestoei. Geschreeuw.

Rond half twaalf werd het doodstil in huis. De jongens waren naar een kroeg in Argentière. Ik kroop mijn bed uit en schoof in mijn Crocs. Ze bleven plakken aan de trap. Langs de rand stond een half bierflesje, de scherven waren verdeeld over verschillende treden. Het rook muf.
De muren van de woonkamer waren nog intact, dat was het wel.


De dag voor oud en nieuw was er een virus in mijn buik gekropen, ik hoorde het knallen van vuurwerk praktisch van boven de wc. Op mijn werk was het ondertussen de drukste nacht ooit, zo druk dat de hoteleigenaar om zes uur in de morgen hielp met het opdweilen van de bierzee die al vanaf middennacht boven de houten vloer kabbelde. Ze hebben zich aan gort gewerkt en zeiden nog net niet dat ik ze in de steek gelaten had. Maar mijn nacht was jofel genoeg geweest om me niet schuldig te voelen.
Ik had de rust nodig. Het kroegwerk teerde me uit, elke dag een beetje meer, mijn ogen glazig en mijn brein op tien seconde achterstand van het draaien van de wereld. Het was weer eens goed dat beestjes me aan het bed bonden.

1 januari was niet bijzonder.
2 januari keek ik mijn raam uit en was het wit. De bergen leken op de giganten van de Himalaya, ijzig en ijzingwekkend. Alle bomen bogen gemoedelijk  onder een laagje sneeuw. Le Tour als een miniatuurdorpje met spuitsneeuw miste alleen een rood treintje dat zonder stoppen om de huizen cirkelde.
De verte wit, de balkonrand wit, alles wit.

Vorig jaar vierde ik oud en nieuw met vrienden in de Ardèche. De omgeving was droog, amandelbomen en cactussen, en we hadden het goed. Kaas en fruit in de morgen, klimmen in de oranje zon. Ik kotste ter plekke de laatste brokken van mijn studie uit en beraamde het plan om de wijde wereld in te trekken.
Ik zou gaan. Ik wist zo zeker dat ik zou gaan als iemand die nog niet is gegaan zeker kan weten dat zij zal gaan.
En ik ben gegaan. Daarom sluit ik mijn jaar af als dorpsbewoner van het winterwonderland Le Tour Mont Blanc. Daarom kijk ik niet meer op van mijn gekke huisgenoten of de poten van hun honden in de sneeuw rond het chalet. Daarom voel ik me hondsberoerd op oudjaarsavond en wankel maar onoverwinnelijk op de piste twee dagen later.

2015. Ik houd van 2015. Het is mijn piratenjaar, mijn knuffeljaar, de uitschieter in mijn verhaallijn.

En ik heb zin in elke dag van het nieuwe jaar.

One Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s