1: Wintervariant

De eerste dag op ski’s

Voor mijn ramen zitten zware houten luiken. Ik heb ze wijd open gezet op de dag van aankomst in het chalet en nooit meer dicht gedaan. We wonen tussen de witte bergen; dat schouwspel wil ik niet missen.

Het is donker buiten. Ik ben al wakker. Of nog wakker, of half wakker.

Om half twee ’s nachts zat ik nog achter de kassa, vloekend en tierend omdat ik niet begreep waarom ik een kassatekort van 250 euro had. Mijn manager nam niet op omdat hij diep in slaap was. Met het kersverse team van een nieuw winterseizoen was wijsheid in geen velden of wegen te bekennen. Rond tweeën had ik het geld zes keer geteld en gaf ik op. Ik sprong in mijn hardloopschoenen en rende naar huis.

Het was mijn nacht niet.

Chamonix – Le tour is 11,6 kilometer. Ik weet niet of het mijn geest was die me dwars zat, of mijn lichaam dat liever sliep, maar het vroeg twee uur van mijn nacht om thuis te komen. Ik lag om vier uur in mijn bed. Rennen naar huis na werk is geen oplossing.

Slaap ik? Slaap ik niet?

Zeven uur. Ik kruip mijn bed uit zoek naar een broek. Een bril. Handschoenen. Muts.
Mijn ogen prikken van slaap.

Deze zomer heb ik de ski’s van een vriendin uit Chamonix overgekocht. Zij deed een impulsverkoop en ik een impulsaankoop. Vlak na aanschaf scheurde ze haar kniebanden en sindsdien hebben zowel de kniebanden als de ski’s de piste niet meer gezien.
Mijn ski’s. Ze zijn gigantisch en loodzwaar, groen, Salomon, niet gewillig om door mij naar de sneeuw gedragen te worden. En ik weet niets en denk dat ski’s nu eenmaal boomstamgewicht hebben.

Het blijken geen beginnersski’s, zegt mijn gids, en ik zie mezelf er inderdaad toe in staat grootscheeps in het verkeerde te investeren. Ik had net zo goed twee arrenslees onder kunnen binden.

Rond negen uur nemen we samen de bus naar Flegère.

Ik ken het liftstation alleen als dat oerlelijke ding in de oerlelijke wandeling naar Lac Blanc, een meertje in de Aiguille Rouges. De plek is een ravage in de zomer. Een uitgestrekte steenmassa, verdorven betonnen liftstations en grijze constructen die als dode mechanica de hoogte in schieten. Het is bijna een reden om niet naar Chamonix te gaan.
Nu is het allemaal wit en allemaal nieuw.

Mijn gids legt me uit hoe ik mijn skischoenen in de twee giganten vastklik. Vervolgens pizzapunten we de eerste helling af.
Het doet het zelf. De helling en de ski’s, ze doen het zelf. Ik hoef geen truc uit te halen om naar beneden te glijden. Ik hoef alleen een truc uit te halen om te stoppen. De pizzapunt.

Halverwege de tweede helling vraag ik me af of ik wel de juiste fysieke gesteldheid heb, of mijn knieën en enkels deze hoek wel aankunnen.

Is dit het?

Niet heel vaak in je leven begin je een nieuwe passie. Een passie ontwikkelt zich meestal stiekem, op een dag vraagt iemand je naar je passies en verbaast antwoordt je: Breien is mijn passie. Ik heb het skiën als passie aangenomen zonder ooit op ski’s te hebben gestaan. Ik heb er honderden euro’s aan gespendeerd en vijf maanden voor ingepland. Zomaar. En niet uit gebrek aan andere passies, het gaat eerder mijn andere passies in de weg zitten. En toch. Ik zal skiën.
Er zat wel een beetje een redenatie achter. Als ik mijn leven in de bergen wil spenderen, kan ik de alpen in wintervariant maar beter een kans geven. Daarbij is het typisch iets wat ik leuk zou kunnen vinden, zo typisch dat het bijna mankeerde in mijn pakket.
Die eerste piste voelde ik desondanks de verplichting om het leuk te vinden sterker dan de lol van het skiën zelf. Dit is het dus. Een zigzag die eerder focus en vertrouwen vergt dan energie. Veel focus: ik werd afgeleid door het skiën zelf, het beheersen ervan, de instructies van mijn gids, er was nauwelijks ruimte om het leuk te vinden.

Piste twee. Piste drie. Mijn gids neemt me aan de hand als een kind en ik voel sinds jaren weer die veiligheid die mijn ouders me vroeger konden geven en daarna het werk werd van berggidsen en kliminstructeurs, die zorgeloosheid die ontstaat wanneer je je even van de verantwoordelijkheid van je eigen leven ontdoet en die verdwijnt zodra je ervaring opdoet, ervaring genoeg om zelfstandig in leven te blijven.

En het duurt niet lang voordat mijn leven weer in eigen handen ligt en ik zelf moet waken voor de afgrond. Rond het middaguur gaat mijn gids ervan door.
Hij neemt aan dat ik wel blijf skiën, met zo’n vanzelfsprekendheid dat ik mijn angst voor de billenbijtende skilift en hongerig-naar-debutanten-piste niet hardop uitspreek. Even later sta ik alleen bovenaan de helling en weet ik zeker dat de remfunctie van de pizzapunt kapot is. Er stevent van alles langs me, vliegende skiërs en vallende boarders, en ik sta stil. Pas als drie pizzapuntkleuters achter hun skileraar voorbij glijden besluit ik langzaam een beetje naar voren te hoppen en mijn lot als speeltje van zwaartekracht te verzegelen.
Het gaat. Ik ben voorzichtig en blijf in remtoestand, maar het gaat. De piste eet geen debutanten, ook niet als de gids al naar huis is.

De tweede piste gaat beter. Ik zoef, glijd, ga, woesh, ontspan en voel mijn moeheid opkomen. In de lift zak ik in, mijn hoofd tegen de grijze stangen, mijn ogen gesloten. Ik besluit dat het mijn laatste rondje is, maar als ik boven ben neem ik toch de afslag naar beneden. Langzaam voel ik een beetje controle in mijn ledenmaten glippen. De bochten worden iets minder pizza. Het lukt me af en toe mijn gewicht op een enkel been te houden en ik maak vaart, bochtjes en vaart, daar ga ik.

Op. Af. Op. Af. Op. Af.

Elke liftsessie is de laatste, maar geen één laat me stoppen. Dit is verslavend.

Pas als ik ook op mijn ski’s in slaap dreig te vallen en roekeloos de hellingen afschiet, besluit ik dat ik dit keer werkelijk naar huis moet. Ik weersta de verleiding van de afdaling en bevrijd mezelf onhandig van mijn ski’s. In een roes van slaap en voldoening stap ik de lift naar het dal in en zie Chamonix groter en groter worden. Mijn ski’s zijn nog steeds loodzwaar, maar me niet meer vreemd, en terug in de bus voelt mijn aanwezigheid in het skidorp opeens een stuk logischer.

Het is donker eer ik aankom in het chalet. Ik open de deur en hoor de stemmen van mijn huisgenootjes boven in de woonkamer. Een bas laat de muren trillen. Het is het begin van een huisfeest dat duurt tot vier uur ‘s morgens, maar ik loop naar mijn bed, gooi mijn muts af en val in slaap.

Het winterseizoen is begonnen.

One Comment

  1. Go Ruby Go! Tegen het einde van het seizoen ben je niet meer de pizzapunt maar de vliegende tourskiër!

    Shit hè, wat een gemiste kans vorige week.. Nooit meer dooie musjes oke 😉 ?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s