Author: Ruby Elizabeth

Sneeuw

We hadden allemaal een passie die haaks stond op het humeur van moeder natuur. We wilden sneeuw om er met een grote grijns overheen te glijden, maar de lucht bleef helderblauw. Soms zagen we weerberichten vol zware wolken met ladingen sneeuw, maar die bleven hangen achter de kaders van het computerscherm, terwijl de zon zich elke morgen enthousiast in de hemel nestelde. De laag sneeuw die resteerde, stamde nog uit november en zag blauw van passerende skiërs. Echter, afgelopen vrijdag dansten de auto’s plotseling van de weg, de greppel in, onder een laag sneeuw. Ik was op pad met Ben. We tuften voorzichtig langs de slachtoffers in zijn grote oude bus, met vier wielen die soms grip op de weg verloren. Alles en iedereen droeg een wit hoedje, en overal dwarrelde het. Op aanraden van Fieke bezochten we het skistation van Serre Eyraud. Met een beetje moeite onderscheidde we de kantine onderaan de pistes als een berg sneeuw met glazen deuren. We klopten onze schoenen uit en keken om de hoek van de deur; een …

Ik vind het maar koud

Watervalklimmen zou ik leuk moeten vinden. Gisteren viel ik flauw van de pijn in mijn vingers terwijl ze opwarmden van een ijskoude lengte. De wereld draaide en kreeg bewegelijke zwarte vlekken, even later hing ik ontspannen in het relais. De jongens waarmee ik klom begeleidden me uit de waterval en gaven me even later, terwijl we naar huis reden, het harde commentaar dat ik de verantwoordelijkheid over mijn eigen lichaam moest nemen. Ik had niet zo koud moeten worden en me vooral moeten verzetten tegen de pijn. Als ik berggids wilde worden, dan… Ik was echter niet flauwgevallen omdat ik die optie prettiger vond dan het verbijten van de pijn, maar omdat mijn lichaam even was vergeten om bloed naar mijn brein te sturen. De ervaring was overweldigend en het effect van hun opmerking zo mogelijk nog heftiger: Ik kon namelijk heus wel tegen pijn. Zelfs al was ik een meisje in een waterval (zie hier dan toch, het meisjescomplex). Ik heb toevallig een slechte circulatie in mijn handen en voeten (wouw, en dat heeft …

Een eend in de CRET

Woensdag hing ik gedeprimeerd, bijna huilend aan de paddenstoellift. Ze hadden gezegd dat het beter ging, maar dat ging het niet. Ik begreep het nog steeds niet. Tijdens de videoanalyse die avond zag ik mijn silhouet en ik leek nog het meest op een eend, dus gleed ik de volgende dag kwakend over de pistes, in mijn roze skibroek, ver achter de jongens. Een week later brachten ze ons naar La Grave, waar ik samen met een leraar en een andere eend de troep verloor en daarom ongepland praktisch privéles had. Pal naast La Meije, een aanéénschakeling van afdalingen van zo’n 2000 meter. In La Grave vielen de kwartjes. We gleden over de gletsjer, door couloirs, langs rotswanden, tussen bomen en ik was onvermoeibaar, niet omdat ik beresterk was, maar omdat ik het begreep. De avond viel teleurstellend vroeg. Ik heb misschien nog steeds, een beetje, het silhouet van een eend en de leraren hebben me nog zo, zo, zoveel te leren, maar skiën kan ik tegenwoordig. De examens in maart zijn niet belachelijk meer. …

Je suis le pilote

Vorig jaar kon ik Lionel, een van de leraren van de CRET, niet verstaan. Hij gebruikte veel verschillende ski-technische termen voor hetzelfde fenomeen (de perfecte bocht is zowel functioneel als poëtisch) en sprak daaromheen een onbegrijpelijk soort Frans. Ik vermeed hem bewust en onbewust, enerzijds omdat zijn correcties op mijn afdaling net zo goed hadden kunnen gaan over het weer, anderzijds omdat hij zich ontfermde over de snelle skiërs met bewijsdrang en ik zelf vooral werd aangetrokken door een ander setje leraren, twee vaderfiguren die me met een bezorgde glimlach uit de sneeuw trokken als ik er weer eens op zijn kop in lag. Het eerste wat Lionel dit jaar over me zei was: Ze heeft op z’n minst Frans geleerd. En hij had gelijk, want vandaag raakte ik verzeilt in het groepje van Lionel en ervoer ik het merkwaardige fenomeen van het ‘iemand verstaan die, de laatste keer dat je hem ontmoette, onverstaanbaar was’: alsof het geluid plotseling was aangezet. Hij zei ons dat we zelf achter het stuur van onze ski’s moesten gaan …

De accordeonspeler

Ruim drie jaar geleden ontmoette ik een waanzinnig interessante jongen die leefde in een oude ambulance en, begin winter, warmte zocht bij het chalet dat ik deelde met een gezelschap gelukszoekers dat bestond uit Fransen, Spanjaarden, Argentijnen, drie honden en een baal wiet. Hij had gereisd en sprak over rituelen, aliens en meditatie, speelde Spaanse gitaar en accordeon op straat, was gevormd tot beeldend kunstenaar in Barcelona (en schilderde prachtig, maar vond schilderen niet persé interessant), sprak vier talen en wilde berggids worden. Ik begreep hem niet zou hem nooit volledig begrijpen. Zelfs al werd hij mijn eerste vriendje. Ik had net een paar pisteschoenen en -ski’s aangeschaft en sleepte ze op onbehoorlijke wijze heen en weer door het skigebied, toen hij voorbijvloog en ze afkeurde, want piste-skiën was niet iets wat je deed (niet over het algemeen en met name niet als aspirant gids). De mysterieuze jongen die ik zojuist had leren kennen was Catalaans, zoals Killian Jornett, had vroeger geracet en was dun als een stokje, hij vloog naar boven en naar beneden …

Vegen en dweilen

Het verhaal ging, als ik het me enigszins goed herinner, ongeveer zo: Een man vroeg zijn meester (of was het God?) om verlichting en deze zei: Ga vanaf nu elke dag de vloeren van dit gebouw vegen en dweilen en dan vind je verlichting. De verteller sprak toen we net waren opgestegen naar de Aiguille du Midi, en daarom beeld ik me nu het liftstation in, een groot, stenen gebouw op de top van een 3600 meter hoge berg. Zonder te weten waar of wanneer hij dan precies verlichting zou vinden, veegde en dweilde de man, en dit was niet zomaar een man, hij was bescheiden, geduldig en vol vertrouwen, zodat hij bleef vegen en dweilen, met overgave en concentratie, week na week, maand na maand, jaar na jaar. En toen vond hij verlichting. Zo ongeveer honderd keer per dag denk ik aan hem. Het voelt alsof hij, onzichtbaar, het restaurant aan het vegen en dweilen is, terwijl ik glas na glas na glas in de vaatwasser stop. En dan denk ik en voel ik: …

Afwassen in de kerstvakantie

Ik heb een baantje als afwasser in een restaurant op hoogte. ’s Ochtends om zes uur gaat mijn alarm, ongeveer een uur later stijg ik op met kartonnen dozen vol producten en jonge seizoenarbeiders in een klein ei vol sigarettenrook. Dan geven ze me koffie en een croissant, en daarna honderden en nog eens honderden vuile glazen die ik in het sop gooi en daarna in de machine schuif. Ze hoeven me niet veel uit te leggen; afwassen kan ik al. Na een maand lang solliciteren op tijdelijke functies in Briançon, mijn enige optie in verband met de CRET, bleek afwassen het hoogst haalbare. Dus zette ik mijn ego opzij en tekende het contract. Maar zo eenvoudig is het niet. Het zoontje van de baas, een modieus kereltje van amper 18 jaar, staat achter de bar en ik ben zijn afwasser (toen ik begon als serveerster leerde hij waarschijnlijk fietsen). Ik ben ieders afwasser; die van al mijn collega’s en al onze gasten. Ik heb ja en oké tot mijn beschikking en duw ondertussen het …

Een eerste week in Briançon

Misschien heb ik uiteindelijk toch geluk gehad of was mijn intuïtie juist: Briançon toont zich zoals gehoopt en verwacht. Frans, sociaal en normaal. Mijn appartement geeft toegang tot een vriendengroep van oud-bewoners en aanhang die het hele jaar door in de stad wonen. Ik hoef alleen maar mijn bed uit om met ze in contact te komen. Ze kloppen spontaan aan, zadelen ons op met een leuke hond (Funky, een dikke border collie), drinken wijn in de avond en laten uitnodigingen achter voor kerstmarken en raclette. Ik kan de gekte van Chamonix nog steeds niet geheel van me afschudden door mijn zombiegeoriënteerde, recent gedumpte en dus huilende, wijn- en Netflix-afhankelijke bedgenoot die het geluid van slurpende (nagesynchroniseerde) vampiers tot onze woonkamer toelaat vanaf het moment dat ze zelf het daglicht ziet, maar een stevig paar oordoppen, gegoogle naar het ‘overkomen van een gebroken hart’ en een dosis geduld voldoen als tijdelijke oplossing; daarna neemt het seizoenbestaan het ongetwijfeld over. En ik heb al kunnen vaststellen dat de gestoorde kant van het seizoenbestaan gewoon in Serre …

Deborah

Bora en ik koelen af. Zij doet er in de kou zo’n tien minuten over, ik ruim veertig. We staan hier op de parkeerplaats van Chantemerle tot de wegen weer tevoorschijn komen. De winter bepaald. Misschien komen we pas weer weg in de lente; dan zijn Bora en ik beide niet meer dezelfde. Ik zie in haar achteruitkijkspiegel dat mijn wangen hun razernij verloren hebben. Ik kom terug op temperatuur terwijl Bora wel weer klaar is om op te starten. Nee, zeg ik, je hebt geen winterbanden. We blijven hier. Vlak voor aankomst in Chantemerle sloeg ik drie keer af. De hellingproef. Het stoplicht sprong op rood en weer op groen en weer op rood en de blikken staart van boze auto’s werd langer en langer. Toen ik eindelijk in beweging kwam ben ik maar gewoon gaan rijden. Door rood. Bora hoorde me vandaag voor het eerst zingen. Eerst was ik te nerveus om iets anders dan rijden te doen – neus kriebelen, radio, verwarming – maar nu zong ik, en ik klonk anders in …

Paulownia Hout

Mijn waanzinnig stabiele, volwassen, nieuwe leven was erg moeilijk te vinden, onbetaalbaar en duidelijk nog even niet voor mij bedoeld. Dus pak ik het seizoenbestaan weer op, alsof ik nooit iets anders gewild heb. Ik zal werken in een bar, slapen in een hoogslaper vlak boven een feestliefhebbende Belgse en tot ieders teleurstelling – inclusief de mijne –wederom bewijzen dat ik zelf geen feestbeest ben. Toch voelt het potentieel van mijn leven in Briançon anders dan in Chamonix. De kloof tussen het hoogseizoen en laagseizoen is minder groot en de mensen die ik ontmoet zijn doorgaans geen seizoenarbeiders. Het straatbeeld is eindeloos gevarieerd. Er zijn échte ouderen en échte armen, jonge moeders en voetballiefhebbers, hangjongeren, alcoholisten, niet-glanzende honden en niet-zo-perfecte gezinnetjes, alternatievelingen met wollen mutsen en piercings, zakenmannen, muzikanten, immigranten en dat vooral: méér kleur. Geen samengeklonterde Zweedse twintigers in Goretexpak (ik weet dat het Goretexpak vaak in mijn blog wordt genoemd, maar het zegt in mijn hoofd nu eenmaal alles) en geen hoofdstraat waar je blikken of waardering vangt met iets duurs aan je …