Author: Ruby Elizabeth

Week 2: Bergvoet (Plattelandsvoet. Stadsvoet.)

Op een paar Hollandse voeten ren ik over enorme granieten rotsblokken. Ik volg een parcours tussen twee rode linten en wordt getimed door mijn opleider. Mijn bergschoenen zijn er speciaal voor gemaakt, soepel en licht maar stevig, ik vind ze nog mooi ook. Soms moet ik springen, soms afklimmen. Maar dan. Plotseling loopt het parcours steil naar beneden, zo steil dat ik keihard op de rem trap en voor de passage tot stilstand kom. Ik durf niet. Onderaan de passage gaapt een gat waarin ik van alles zou kunnen breken: Mijn enkels, mijn benen, mijn nek. Het ziet er ongeveer zo uit: ‘Ga er maar buitenom’, zegt mijn opleider, die meekijkt vanaf het midden van het parcours. Ik vind mijn snelheid en ritme terug en voel me heel even een Chamois, tot de volgende passage: (Later werd me uitgelegd dat ik met een aanloop op frictie naar de top had moeten rennen. Ik heb dat toen geprobeerd; het probleem is echter dat je ofwel met volle overtuiging naar boven rent, of halverwege tot stilstand komt …

Week 1: Balise (juf Marie in kippenpak)

Als een doldwaze vocht ik me een weg door een muur van takken met doornen, ik voelde me een beest met een missie, over een modderhelling waar ik een meter naar beneden gleed voordat ik grip onder mijn voeten vond, naar een graat, het regende, het donderde, het was donker voor de dag en waar was mijn balise? Niet op de graat, ik vloekte en gleed weer naar beneden. Daar zag ik haar bungelen aan een tak. Toen ik terugkwam bij het startpunt op de parkeerplaats onderin het dal moesten mijn opleiders lachen. Ze wezen naar mijn neus. Ik keek in een autospiegel en zag dat ik het topje ervan had opengehaald, waardoor erop een perfect rood bolletje plakte. Dat was een doorn op weg naar mijn graat geweest. Met een kompas, hoogtemeter en kaart stuurden ze ons afgelopen week de heuvels in, waar we vijf balises moesten vinden die op onze kaart stonden omcirkelt, in beperkte tijd en uiteraard niet allemaal naast elkaar, met een flink aantal hoogtemeter ertussen. Het regende zo hard dat …

Plantjes en gletsjerspleetklimmen

De gecoördineerde jacht op dwalers buiten hun gepermitteerde kilometerzone in Vallée de la Claréé is bijna voorbij. Maandag mogen we zonder papiertje naar buiten. Voorlopig. De ENSA heeft inmiddels een nieuwe datum voor het ski-examen opgegeven: Eind Juni, op een gletsjer, vlak voor de zomerexamens, wanneer geen van ons nog enig idee heeft van de globale vorm van een skistok. Sommigen worden er zenuwachtig van, anderen laconiek. Om ons op al die examens voor te bereiden begint de CRET komende dinsdag, met een week achterstand, een klein beetje halsoverkop. Thibault en de buurman zijn er niet persé blij mee, omdat ze daardoor maar één dag hebben om vrij door de natuur te dwalen (de opleiding is nogal tijdrovend en intensief), en dat is maandag: Een dag vol storm en regen. Maar ik, ik ben wel blij. Elk alternatief op papiertjes en patrouillerende politiewagens klinkt me als muziek in de oren. Ik zie eveneens tevreden aan hoe de tijd plotseling weer gespannen trekjes vertoont. Dagen lopen niet meer ongemerkt in elkaar over sinds ik plotseling mijn …

Bakker. 13:35.

De dag waarop we vergaten een briefje mee te nemen waarop stond dat we naar de bakker gingen toen we naar de bakker gingen en daarom een boete van totaal 270 euro ontvingen: 28-04-2020. Tijdstip: 13:35 De bakker ligt op vijf minuten rijden van huis. Ik zei huilend tegen de ene politieman: Meneer, dit is beangstigend. De meneer zag eruit als een gezellige beer. De andere meneer niet, die was lang en dun en het kon hem allemaal geen ruk schelen want hij deed zijn werk en ik was vast niet het eerste meisje dat zo in ene een paniekaanval kreeg. Toen we terugkwamen in huis, zonder brood maar toch 270 euro lichter, zei Thibault: Dat was wel dom, om dat briefje te vergeten. Op de keukentafel lagen er zo vijf, verkreukeld omdat ze altijd ergens in een broekzak of onderin een tas meereizen. We nemen altijd briefjes mee. Sindsdien koester ik de wens dat die lange, dunne politieman alle komende nachten niet in slaap valt, gewoon de hele nacht wakker ligt, zonder reden, dat …

De rondjes die ik ren

Het waarderend grommen van Tigrou als ik hem achter zijn oren krab is niet genoeg om met een lekker gevoel wakker te worden. De rondjes die ik ren in de cirkel van een kilometer evenmin. Thibault is inmiddels te veel aan me gewend om nog dagelijks te zeggen hoe verschrikkelijk mooi en leuk ik ben en Fieke maakt daar ook geen dagbesteding van, die heeft wel wat beters te doen. Dankzij de huidige crisis ben ik er nog maar eens een keertje achter gekomen dat mijn eigenwaarde geworteld ligt in de sociale interacties die ik heb en de dingen die ik doe. Natuurlijk had ik mijn eigenwaarde aanvankelijk nooit bij externe factoren moeten leggen, maar ik ben ook maar een mens, dwars gezeten door allerlei onproductieve, onzekere gedachten die ongetwijfeld het product zijn van een maatschappij waarin ik goed en leuk moet zijn. Goed en leuk zijn in quarantaine is misschien wel net zo’n grote uitdaging als werkelijk voelen dat ik intrinsiek van waarde ben. Zie hier het nut van het Coronamonster, terug naar mijn …

Thema Dier

Toen Tigrou als een lapje op de behandelbank van de dierenarts lag, kreeg de dierenarts een telefoontje van een dame. Ze was hoorbaar overstuur. Haar kat werd een half uur later binnengedragen en ik denk dat er niet veel van over was; de dame was ontroostbaar. Wij namen Tigrou stilletjes mee en zetten hem op de achterbank, hij keek versuft door de gaten van zijn plastic kooi. Tigrou doet er momenteel ongeveer dertig seconden over om op de bank te springen, want zijn achterpoten lijken zo’n vijftig procent van hun functionaliteit te hebben verloren en hij twijfelt zichtbaar over de mogelijkheid van zijn eigen lancering. Het keukenblad was voorheen zijn favoriete attractie, waar hij zich groot voelde als een mens en heen en weer paradeerde als een bewaker van zijn eigen verboden terrein, maar voorlopig moet hij zich voegen in de rol van bank-, bed- en vloerkat. Niets hogers. Hij mag dus nog steeds niet naar buiten. En dat is jammer voor hem, want het dierenrijk viert feest aan de zijlijn van het dal, waar …

Het arme beest

Parijs en Lyon zit in La Vachette. Zij met tweede huis zijn massaal naar de bergen getrokken. Parkeerplaatsen staan vol en luiken staan open, het leeft hier schijnbaar nog meer dan met kerst. Ik kan het ze niet kwalijk nemen. Quarantaine in La Vachette is onvergelijkbaar met quarantaine in een appartement in de stad. Ons dorp tjilpt en zoemt van lente, blote voeten kunnen ongehinderd door het eigen gras lopen. Schijnbaar zitten de wachtkamers van het ziekenhuis in Grenoble vol met stadse slachtoffers van tuingereedschap, een oproep aan onervaren tuiniers is al gedaan. Of ze wat voorzichtiger kunnen zijn met de heggenschaar, want het verplegende personeel heeft al genoeg te doen. Na een succesvolle start staat de kroeg van het dorp verlaten tegenover de kerk, het terras geveegd en naar binnen gehaald, kale tegels in de zon. Briançon’s slijterij staat echter op de lijst van services essentiels en blijft dus gewoon open. Je vraagt je af of zij daarboven hebben besloten dat alcoholconsumptie bijdraagt aan de vrede binnen het opgesloten gezin. Gisteravond maakte ik een …

Quarantaine

Dag 1. 17 maart. Als iemand me afgelopen herfst had gezegd dat mijn examens niet door zouden gaan wegens de bescherming van het territorium van een zojuist ontdekte sneeuwhellingkikker, of de inslag van een meteoriet op het ENSA-gebouw, of de verspreiding van een vleermuisvirus dat heel Europa plat zou leggen, dan had ik gezegd: ‘Grapjas.’ De grap is nogal indrukwekkend. Europa ligt plat en mijn leven ook. Ik zou bezig moeten zijn met een wereld in crisis, iedereen die ik liefheb overhoop of in gevaar, potentieel leed in mijn eigen stad tot zo ongeveer alle steden waarvan ik de naam ken, maar het lukt me nog even niet om over mijn eigen mesthopen heen te kijken. Dag 2. Het domein van onze quarantaine is buitengewoon mooi. Ik mag de deur niet uit zonder goede reden, maar nooit is het buiten zo stil geweest. De bergen zijn teruggegeven aan de natuur en ik beschouw mezelf eventjes, illegaal, als dier. Ik heb het nodig. Tussen de sporen van herten in de lentesneeuw, de verlaten paden en die …

Vleermuizig

Sinds gisteren heb ik zin om het virus een gestalte te geven. Ik denk aan een vleermuizige bezoeker van de vismarkt in Wuhan, een mysterieus mannetje met lange jas, hoed en grote bruine reiskoffer, dat daarna overal in de wereld opduikt (wat een vreemd figuur, denken mensen). Of ik denk aan een reislustig blubbermonster van bruine kleuren en veel te veel armen, aangetrokken door de ouderen en zwakken, dat zwabberend uit de kraan of het putje van de zorginstelling stroomt en zich naast hen in bed flaneert. In welke gestalte dan ook, ik vraag het vriendelijk om de (iets- ) ouderen waarvan ik veel houd met rust te laten en ook alle andere (iets-) ouderen en de (iets-) zwakkeren en om eigenlijk gewoon terug naar die vismarkt te gaan en dus naar die vleermuis en daar te blijven want al dat gereis is wel gewoon genoeg geweest.

Dinosaurustand

Ik heb een duur probleem. Het is een klein probleem, nog geen vierkante centimeter groot, maar het is duur. Het is een probleem van 1600 euro. Het probleem is niet alleen duur, maar ook ijdel. Het valt in de categorie van neuscorrecties, iPhone 11 en de aanschaf van een tweedelig Norrona-skipak voor een week op de pistes. Het heet als volgt: Het Tandimplantaat. Mijn benen zijn robuust en mijn schouders solide, maar mijn tanden hebben niets van die weerbaarheid meegekregen. Ze zijn zwak. Ik heb tevens een kleine (maar niet absurde) voorliefde voor zoet (chocola) en een diepe angst voor de tandarts, voor de pijnlijke maar vooral de financiële kant ervan. Toen een tweetal woedende tanden me na drie jaar uitstel toch naar de tandarts dwong, zei de beste man: ‘Uw mond verkeerd in slechte staat’.  Zo’n vijfentwintig afspraken volgden. Ik heb enorm geluk gehad met het Franse zorgsysteem, dat niet-rijke mensen van een zorgverzekering voorziet die veel tandproblematiek vergoed. Als dat niet het geval was geweest, dan had ik mijn berggidsidee zeker een jaar …