Latest Posts

Superwoman

Ik sprong naar twee onderste grepen, blokte op en maakte met mijn arm een overtuigende beweging richting een greep daarboven, waar ik bij aankomst, als een ballontje, alles dat zich in die arm bevond liet knappen. Dat was mijn linkerhelft.

Vervolgens zeulde ik mezelf statisch dynamisch door een campusachtige training en gaf de connectie tussen mijn borstspier en iets in mijn rechterarm het op, wat daar ook moge zitten. Dat was mijn rechterhelft.

Kracht is intens. Het geeft me het gevoel op het juiste pad richting de wording van Superwoman te zijn, maar laat me ’s ochtends kreupel als oudtante Betty mijn bed uit steunen en kreunen. Blessures liggen in het verschiet. Gisteren wees iemand me op het belang van goede uitvoering van oefeningen, en alhoewel dat redelijk fundamenteel klinkt, blijkt het leuker om roekeloos tussen grepen door te vliegen.

Ik heb mijn lesje geleerd. Na een week ‘kracht’ ben ik al beperkt in de oefeningen die ik kan uitvoeren, omdat bepaalde bewegingen simpelweg teveel zeer doen. Om het maar weer over de taal van mijn lichaam te hebben: Ze schreeuwt het uit.
Herstellen is deze drie weken dus beduidend meer dan wat verzuring uit mijn onderarmen kloppen. Ik zal de oefeningen netjes uitvoeren en mijn lichaam de tijd geven om mijn eerdere roekeloosheid te boven te komen . Liever dat ik pas over een jaartje Superwoman ben, dan dat ik morgen bij de fysio aan moet kloppen.

Haar Wijze Wereld

Ze zoekt in de wijsheid van de wereld naar oplossingen. Culturen zijn bronnen van mogelijkheden en geven haar opties, die uiteindelijk wel of niet bij haar blijken te passen. Geen angst voor het vreemde, of arrogantie vanuit het bekende. Ze vindt en ze probeert en wordt vaardiger naar gelang ze ouder wordt. Waar anderen zich beperken tot de opvattingen en constructies om hen heen, gebruikt zij de levenservaring van de hele wereld. Ze heeft alle mogelijkheden die er zijn.

Een wijze les die ik van haar, en zo van Boeddha of Allah of Anna of anders leerde, was om simpelweg verantwoordelijkheid te nemen over hetgeen ik op dat moment aan het doen was. Sindsdien is het de bron van mijn discipline. Ik leef met verantwoordelijkheid als dwingende kracht naast me, die me simpelweg mijn ratio laat gebruiken wanneer ik even geen zin heb, of te gemakkelijk het makkelijke verkies. Het laat me al mijn stille klagen naast het doel van, of de gedachten achter mijn handelingen leggen.
Wanneer zal ooit een bachelor, vriendschap, of een avondwandeling langs de kades van het Ij, het afleggen tegen ‘geen zin hebben’  of ‘moe zijn’? Het lijkt het simpelste principe, maar in gezelschap van verantwoordelijkheid is iets als gemakzucht niet alleen stompzinnig, maar doet het afbreuk aan mijn gehele vermogen tot verlangen of doelen stellen. Ik ben verantwoordelijk voor mijn verlangens en ik heb de grote luxe ze te verzinnen en uit te kiezen; wat doe ik mezelf aan door daar vervolgens niet naar te handelen?
Of ik moet mijn verantwoordelijkheid nemen, of ik moet mijn verlangens beter kiezen.

Dit is wat ik van haar leerde. Mijn invulling zal niet gelijk aan het hare zijn, en de hare vast niet gelijk aan die van de cultuur waarin zij heeft lopen dwalen, maar wijsheid in deze geeft ons slechts materiaal om uitbundig mee te experimenteren, en om ons gelukkiger te maken wanneer het succesvol blijkt.

Het is slechts een mogelijkheid. Ze geeft me alle mogelijkheden die er zijn.

Annaa!!

Globale training

Ik luister naar mijn lichaam en mijn lichaam praat graag. Ze babbelt en ik denk dat ze vaak babbelt om het babbelen en soms, om iets te zeggen te hebben, onwaarheden verzint.
Het kan ook zijn dat ik haar niet versta. Ik spreek haar taal niet: een gevoelstaal, uitdrukkingen in pijn en stijfheid, in kracht en lenigheid.

Ik heb inmiddels met veel mensen gesproken. Periodisering komt veel terug: de ballen heb ik er verstand van. Waarom immers moet ik anders gaan trainen na x aantal dagen, raakt ze anders verveelt?  Het klinkt echter haalbaar en overzichtelijk en bied enigszins structuur in de warboel van adviezen. Nu ga ik drie weken werken aan mijn kracht en dat houdt in, naar mijn interpretatie, dat ik zoveel mag gaan boulderen als ik wil.
Ik heb een knalgroen boekje gekocht, Gimme Kraft, waarin een verzameling oefeningen staat weergegeven die te sorteren zijn op Power, Power Endurence, Bodytension en andere foute anabolensportcentrumtermen. Ik zal een aantal selecteren die in mijn periode passen (op de gok, weet-ik-veel) en in de kelder op zoek gaan naar grote fitnessballen, rekstokken, ringen en boulderwanden.

Een groot goed is dat ik een beginnend klimmer ben en men op basis daarvan vooral zegt dat ik meters moet maken.

Ik zal niet meer alleen maar naar mijn lichaam luisteren. Soms schreeuwt ze en dan zal ik gehoor geven. Ik zal proberen haar taal te spreken en globaal haar advies op te volgen.
Even globaal zal ik adviezen van andere mensen opvolgen, want concreet valt niets te beginnen. Globaal zal ik trainingen volgen, globaal mijn weken in periodes verdelen, en globaal, toch, een beetje gallen in de hal. Want sorry, dat is gewoon het leukste.

Ovenvisje

Ik eet geen vlees. Twee jaar geleden ging ik de uitdaging aan om een maand vegetarisch te eten. Na het verstrijken van de dertig dagen miste ik koe noch kip. Ik besloot onderbouwingen te zoeken voor het halfvegetarische dieet -een visje glipt soms nog mijn oven door – en vond ze, in overvloed zelfs. De tijd leerde me dat mensen verantwoording verwachtten zodra ik mijn restricties bekend maakte en tevens, snel, deze in vorm van een vlotte babbel bij de hand te houden. Meerdere vlotte babbels: van de zielige kippen en het complexe woord vervreemding, tot grote hoeveelheden voeder die elitaire koeieneters in hun koeien stoppen, zodat zij koe kunnen eten, en anderen helemaal niets.

Soms, echter, val ik stil wanneer iemand bruut vraagt: Hoezo niet?

Hoezo inderdaad niet? Heb ik wel een motivatie, of heb ik gewoon de uitdaging doorgetrokken?

Het vreemde is dat ik een oprechte afschuw heb gekregen van vlees. Ik gruwel van het idee een salamiplakje in mijn mond te stoppen. Met alle andere strenge dieetregels van tegenwoordig zou een stukje vlees op zijn tijd verstandig zijn, maar ik pas.
Het is nu eenmaal gemakkelijker om vlees radicaal te bannen. Mijn afschuw voor salamiplakjes zou voort kunnen komen uit de angst voor de verleiding van beetjes, en ietsje meer, tot hele biggengezinnen mijn borden breken. Ik zie best in dat (mits iedereen het zou doen) af en toe een stukje blij vlees van een bevriende kip, wiens voeder maandelijks in drievoud naar Afrika gestuurd is, geen kwaad kan, en toch zie ik geen vlezige vooruitzichten. Ik eet geen vlees. Ik ben Ruby, ik ben 21 jaar oud, en ik eet geen vlees.

Prettige dag nog

‘Goedemorgen mevrouw. Wat wilt u drinken?’…miep…
‘Een kopje koffie?’…miepmiep… ‘Dat kan! Ik kom het brengen.’

‘Wilt u misschien nog wat drinken?’…miep… ‘Ja, ik zal u even de rekening
geven.’

‘U wilt graag pinnen? 2,20 alstublieft. Nee, excuus, die daar.’…miepmiep… ‘Oh, dankuwel!
Yes, hij is oké. En een prettige dag nog verder.’…miep… ‘Dankuwel!’

Hysterische geest

Ik wil loskomen van mijn eigen denken. Ik wil doorkrijgen wat ik als vanzelfsprekend
houd in elk pietlullig ding van mijn leven. Ik wil alle gewoontes doorbreken, een bikkelharde strijd aan gaan met mijn aannames, tot mijn geest hysterisch rondrent in een leegte; boven een vreemd fundamentele wereld, waarin de zon is naast de aarde, mensen kriskras door elkaar lopen, een geschiedenis in boeken bestaat en de bergen onveranderd blijven.

En als dat niet meer leuk is bezoek ik de ruïnes van mijn aannames en bouw ik met
hun zware, grauwe blokken het allermooiste levensverhaal dat ik kan verzinnen. Een
sprookje. Een vertelling waar ik met hart en ziel in kies te geloven. Een van liefde en kracht en nog honderd mooie woorden.

Beelden

Ik verwachtte onbewust dat ik vooruit zou gaan door mijn streven uit te spreken en op te schrijven. Bij deze  heb ik het proces in gang gezet. Ik leun achterover en ik kijk toe hoe mijn spierkracht groeit.
Ik verwachtte even onbewust dat progressie kwam met de juiste intentie. Ik bedacht een nobel einddoel, zoiets als lichamelijke vrijheid, en ik trainde om daar te komen. Noch het einddoel noch de training biedt waar dan ook garantie voor.

Drie weken is een grap, in termen van training. Maar uren die aan klimmen worden besteedt stapelen zich als een razende op, zeker in gedachten. Wanneer de high van het resultaat uitblijft, na de zoveelste route in de zoveelste hal, komt het toch neer op ouderwetse discipline en vertrouwen in het ‘goed’ dat de tijd zal brengen. Franse woordjes leren in de hoop dat je het ooit verstaat. Stravinsky luisteren in de hoop dat je het ooit waardeert.

Nu zijn er twee processen gaande. Ik raak genadeloos verslaaft aan klimmen en voel me rusteloos wanneer ik een avond buiten de hal spendeer. En ik begin grote hekel aan training te krijgen. Het liefst zou ik gallend van de ene naar andere route huppelen om eindeloos te verzuren.

Het zijn de beelden van de rotsen in mijn hoofd, de routes en de uitzichten, die me in een training forceren. Het is de verleiding van de mogelijkheid. Als ik maar…dan zou ik misschien, op een dag, als een gewichtloos aapje langs de mooiste lijn, in de mooiste overhang, van het mooiste gebied kunnen klimmen.
Dus al het ‘verwachten’ en het ‘hekel hebben aan’ delft het onderspit. Ik zal discipline, vertrouwen, en een reëel geduld opbrengen. Geen sterke klimmer zonder sterke geest.

Hutspot

‘Hutspot’, zegt de aap met ziel.

Zaterdagochtend reden we naar België, pas om elf uur, omdat de rotsen glad en eng zouden zijn en we wilden wandelen als Yetiaanse padvinders. Vier klimmers, een klimmer in spé – allemaal vrouwen welteverstaan; dit in verband met vervelende halffeministische outdoreartikelen in de Next – en een aap met ziel liepen door modderige maïsvelden en bossen. De lucht vergezelde ons dreigend. Nog voor het donker inviel raakten we de weg kwijt en verzuchtte Anna tegen willekeurige Belgen dat ze verloren was. Mais monsieur, je suis perdu! Où est le…(jongens, wat is een kerk?)…eglise? Onze modderige stappers brachten ons op verboden erven, langs wilde honden van een aantrekkelijke boer, donkere bospaadjes die voorbij geheime genootschappen leidden, en tegen zessen pas bij de auto.

Als wilden stapten we de Chaveehut binnen, onze lievelingshut, ons stuk Alpen in de Ardennen, onze garantie op een warm ontvangst. Onze broekspijpen droegen de paden bij zich. We kleedden ons om en ploften neer bij de bar. Leffe Blond, wijn, Chimey, we dronken het, we kookten. We sliepen en sliepen niet. We werden gewekt door de regen en besloten toch de tocht naar de rotsen voor te bereiden.

Niets was een indicatie van iets. De gebiedjes en de dorpen en de stukken Maas lagen allemaal in onze herinnering; verspreid, versmolten en gehusseld. De geografische locaties vielen er niet uit af te leiden. Anna werd Koningin Keren, met Stragi als gouden lakei met regenlaarzen. Uiteindelijk vonden we Dave en konden we in alle rust onze slag slaan. Geen klimmer ging voor glad en eng. Wij wel.

We namen Superleerling Sam onder onze hoedde en gaven haar touwenuiteindes en ATC’s. We klommen voor en leerden haar echt klimmen kennen. Ze zei dat ze ons de achtknoop al had zien leggen en verbijsterde ons door hem in één keer in het touw te toveren. Ze hoefde het zekeren maar een enkele keer uitgelegd te krijgen en corrigeerde zichzelf voordat wij dat konden. Zonder zichtbare angst beklom ze de grauwe, vochtige rots, haar eerste routes buiten, en wanneer beiden voeten veilig op de grond landden, was ze louter blij.

In de zeikende regen haalden we de laatste toprope uit de wand. Het waren Alpine condities. De klimmer werd geïsoleerd door een muur van druppels en bestond eenzaam op hoogte. Handen waren bevroren, voeten niet te vertrouwen, tijd en ruimte slechts om door te komen, maar wat een vertrouwt en fijn gevoel om weer eens een nietig mens te kunnen zijn.

Stragi reed op de automaat naar huis, terwijl Fiek rekensommetjes maakten om de financiën rond het rijbewijs in orde te maken. We aten de laatste pepernoten, de laatste dropjes en de laatste broodjes met pindakaas. Halverwege maakte de chauffeur een snelle entree in een Belgische bebouwde kom, en de intense flits die daarop volgde deed ons hopen dat Belgische boetes nog steeds niet aankomen.
In Bussum scheidden de wegen van de vijf meisjes en de aap met ziel. Te laat bleek er een grote pan hutspot voor hen klaar te zijn gemaakt, die komende drie weken de koelkast van Anna’s vader zal vullen.

De aap met ziel wil weer met vijf dames in de auto.

De aap met ziel vraagt om hutspot.

Tijdgebonden gedachtes

Zoals wel vaker, is er weer een nieuwe gewenning in mijn denken ontstaan. Wanneer ik buiten het alledaagse denk, kan ik het niet voorkomen hetgeen wat ik denk naast mijn leeftijd te leggen. Ik vraag constant af hoe typisch mijn gedachten zijn. Als ik ze dan als te typisch classificeer verliezen ze drastisch aan waarde, of ga ik grondig opzoek naar onderdelen van de gedachtegang die tijdloos zijn.

‘Jonge’ gedachten kunnen waardevol zijn en soms juist prettig tegendraads, ‘oude’ gedachten kunnen misplaatst en giftig zijn voor iemand van mijn leeftijd, en veel gedachten label ik waarschijnlijk onterecht. In discussies met mijn ouders heb ik geloof en vertrouwen, terwijl zij (voorspelbaar) reëel en cynisch zijn. Ik struikel soms over hun gebrek aan avontuur, alsof mogelijkheden zich werkelijk na een bepaalde leeftijd niet meer voordoen, terwijl ik mijn wereld alleen maar handelbaar kan maken aan de hand van mogelijkheden.

Mijn nieuwe gewenning ondermijnt mijn geestelijke zelfvertrouwen. Alsof iedereen mijn specifieke gedachtes op een moment, vroeg of laat in de ontwikkeling van hun eigen denken, wel zal denken of heeft gedacht. Alsof ze weinig meer fundament dragen dan een indicatie van levensjaren.
En toch zal ik de in waarde gezakte gedachten bewaken alsof ze mijn ziel zijn. Ik hou van mijn waardeloze, fundamentloze geloof en vertrouwen, mijn irreële en kinderlijke zekerheid, want wanneer ik me niet laat afleiden door hun tijdgebonden karakter, doet het me een verdomd mooi leven leiden.

Frustratie

Als ik werkelijk naar mijn lichaam zou luisteren, zou ik niet meer mogen
schrijven of afwassen. Ik zou een stalen constructie om mijn middel moeten bouwen
waarop ik mijn onderarmen kan laten rusten.

Ik begin te twijfelen of luisteren naar mijn lichaam wel zo’n goed idee is. Onze
relatie gaat erop achteruit: wat een eigenwijs en traag stuk vlees is dat ding.
Ik ben uitgeklommen, verzuurd, voor ik überhaupt mijn warming up voorbij ben.

Misschien is het naïef om te denken dat ik mijn trainingswijsheden zelf kan verzinnen. Ik zie telkens de curve terug komen, die van 72 uur, met supercompensatie en golfjes die een stijgende oceaan vormen. Ik dobber in mijn bootje langs de dalende variant. Althans, dat is mijn angst, maar ik weet het niet.

Als dit project slechts om de uitdaging was gegaan, had ik nu heel veel doorzettingsvermogen moeten tonen. Het niet weten of ik het goede doe is nog meer
frustrerend dan die loden onderarmen. Gelukkig geniet ik van het klimmen en
vermaak ik me dol in de hal. Het zou me bijna niet meer interesseren.