All posts filed under: Blogs

Dit is Chamonix

-met Fieke Maandag 18 mei. Vanaf camping Le Grand Champ is het centrum van Chamonix een kwartiertje fietsen. Bergafwaarts. We rollen vanaf de grote weg door tot in de winkelstraat, waar alle bergsportmerken naast elkaar hun nieuwe collecties tonen en het voelt alsof je het internet binnenstapt. Oh ja, denk ik. Dit is Chamonix. Het is negen uur ’s ochtends en de brede straat is nagenoeg verlaten. De zon schijnt fel. Chamonix. Ik verdenk het dorp ervan dingen voor me achter te houden en kijk bedachtzaam om me heen. Tegelijkertijd voel ik me getest vanaf het eerste gesprekje dat ik voer (dus jij komt hier wonen?). Ik ken Chamonix al een tijdje, maar niet als een plek waar ik vanuit het Westen binnen kom fietsen om er vervolgens mijn heil te zoeken. Een plek waarvoor je ‘gekozen hebt’ doet zich anders voor bij weerzien. Ik kan je veel vertellen over het dorp, zoals het piepkleine inwoneraantal en het smogprobleem, maar het liefst zou ik je er middenin willen plaatsen en even laten dwalen. En dan …

Ik Meen Het

Alles waar ik vandaag aan kan denken, zijn mijn misdaden. Misschien kan ik een beter mens worden in Frankrijk. Of hoort een beetje sociaal falen bij mij en al die andere mensen. Of blijkt in de praktijk dat ik geen zin heb om mijn gedrag aan te passen. Het maakt ook niet uit, ik zal zijn wie ik ben met misschien wat meer consideratie, maar voor nu voel ik vooral de behoefte om te zeggen: Sorry. Sorry, voor wie ik soms ben geweest. Voor de keren dat ik afdwaalde in gesprekken, niet reageerde op contactberichten, teveel met mezelf bezig was en anderen dupeerde vanwege mijn slordigheid of laksheid. Sorry voor mijn wantrouwen als vertrouwen meer op zijn plek was, mijn arrogantie en verlegenheid, mijn pretenties en onzekerheid, mijn vooroordelen en de geringe kans die ik sommigen heb gegeven. Sorry voor mijn lompe opmerkingen, recalcitrante houding, eigenwijsheid, naïviteit, het roddelen en het schreeuwen en het aandacht trekken. Sorry voor mijn desinteresse. Sorry voor de schijn die ik heb opgehouden, het ontwijken, de leugentjes en stiekeme vuile manoeuvres. Sorry voor mijn …

Even op vakantie voor altijd

Het wordt langzaamaan werkelijkheid. Ik heb gewacht op alle typische emoties, en nu komen ze zachtjes een voor een naar boven. Héél zachtjes, vermomd, bijna niet te onderscheiden van dagelijkse emoties en dus bijna irrelevant. Maar ik spoor ze op en wakker ze aan. Anders blijft het voelen alsof ik alleen even op vakantie ga. Een maand of wat naar de bergen. Ik zeg ‘daag ouders’, zwaai naar mijn vrienden en steek mijn duim op naar de eerstvolgende auto op de oprit van de snelweg. Een vriendinnetje van me zei: Je moet rituelen maken, dat is nodig bij dit soort zaken. Organiseer iets. Anders beseft niemand dat je gaat, laat staan jijzelf. Soms vraag ik me af of het wel zo anders is, die truc die ik nu uitvoer. Dat gaan. De maanden die ik in Frankrijk doorbracht – had ik niet altijd kunnen besluiten om in Frankrijk te blijven? Kan ik nu niet altijd besluiten om terug naar Nederland te gaan? Het verschil ligt slechts in de afspraak met mijzelf om in Frankrijk een leven op te bouwen. Het …

Dorpsgek

Er zat me iets dwars, de afgelopen tijd. Iets waar ik maar niet de vinger op kon leggen. Maar nu weet ik het. Ik was de dorpsgek. Je hoorde me van mijlenver aankomen. Tik, tik, tik, als een tapdanser op krukken. En iedereen keek. Naar mijn krukken en mijn been. Het ontging me niet, dat ik interessant was. Ik wist ook dat ik niet werkelijk doordrong tot de breinen achter de blikken. Ze dachten misschien ‘een been’, en zelfs dat niet, want in een stad als Amsterdam moet je een boel gekker doen wil je ze bezig houden. Het had wel iets. Tik, tik, tik is een geluid dat zich onderscheid van druk verkeer en gebabbel. Mijn aandoening was chronisch noch absurd, niets aan de hand, weinig meer dan tik, tik, tik. Een bushok vol mensen die mijn bewegingen volgden, dan pas wilde ik werkelijk vreemd doen. Alsof de hint van aandacht in die lege blikken een zucht naar méér opwekt. Wegrennen, op mijn gipsen poot. Shit, denken ze dan. Die loopt er zomaar vandoor. …

Prinses

Ik ga naar Frankrijk. Ik ga echt. Ik pak mijn spullen en ik ga naar Frankrijk. Ik vind het wel stoer van mezelf. In mijn beschouwingen. Maar in het echte leven is er niet veel aan de hand. Ik sijpel langzaam uit Amsterdam. Als prinsen het bos in trekken om een draak te verslaan en hun bevrijdde prinses meenemen naar het wonderland, dan hoeven zij niet eerst hun mobiele abonnement aan een trol te slijten. Nooit lees je over een prins die zich tijdens het beklimmen van een toren voor zijn kop slaat omdat hij zijn NRC of bibliotheeklidmaatschap vergeten is op te zeggen. Kastelen worden tijdens prinselijke absentie bewaakt door boze stiefmoeders, die intrekken zonder de inspectie van de woningbouwcorporatie af te wachten. De zorgverzekering ligt gevat in het sprookje, daar prinsen toch niets onromantisch overkomt, en afscheid nemen ze niet, want alles komt goed, iedereen verliefd,  betoverend en voor eeuwig gelukkig. Avontuur in het echt is best wel burgerlijk. Het hangt aan mekaar van datumprikkers, callcentremedewerkers en het doorspitten van oude fotoboeken. Ik moet mijn spullen uitsorteren, wat …

Vreemde Beweging

Ik heb mijn eerste stapjes gezet vanmorgen. En ik ben niet meer opgehouden. Van de poli over de betonnen parkeerplaats tot het perron van Holendrecht, door de gangen van de trein, Muiderpoort en Albert Heijn. Met hervonden souplesse klom ik mijn zes trappen op, de grootste horror van de afgelopen weken. Ik heb zelfs al gedanst, al was het een wat scheve dans waarbij mijn linkerbeen grotendeels buitenspel stond. De piratenhechtingen zijn eruit gehaald. Nu heb ik een piratenlitteken op een dikkig en gekleurd enkeltje. Steunzolen en de fysiotherapeut en nog meer blije dansen wachten me, want ik voel me vrij. Ontslagen van de loden bol aan mijn been en grijze tentakels aan mijn armen. Het was een sensatie om weer stappen te zetten. Mijn huid prikkelde alsof er nieuw leven vanuit de bodem via mijn voet door mijn lichaam werd geblazen. Ik kreeg de grijns nauwelijks van mijn gezicht. Ik kan je met vreugde vertellen, al het kwaad van de val heb ik gehad. Er rest me niets dan revalidatie. Ik krijg mijn eigen lichaam terug, ze …

Het vertrekken van de bus

Ik ga naar Zwitserland. De bus vertrekt om zeven uur. Mijn hele dag draait om dat tijdstip. De tijd ervoor heeft geen waarde, wat ik er ook mee doe. Ik pak mijn tassen in en leg mijn paspoort klaar. Drie keer verzeker ik mezelf ervan dat ik de boel bij elkaar heb. En dan wacht me een dag. Ik rommel en lees wat, scharrel over het internet, het maakt allemaal niet uit. Het idee van de naderende operatie schopt me het huis uit, langs het Flevopark en het water, als een laatste hardloopsessie voor de executie van mijn mobiliteit. Het gaat niet goed en niet slecht, alles verdwijnt in een groot doelloos niets en ik ben kampioen in het nu-leven. Thuis spring ik onder de douche en in mijn buskleding. Ik voel me een onderdeel van mijn bagage, een blond mensenhoofd dat erbovenuit steekt, wachtend op klokslag zeven uur. De tijd lijkt te groeien, alsof ze zich volvreet met elk miniem stukje dag.  Een onzekere impuls brengt me ertoe mijn busticket vast uit te printen, mocht …

Onhandig

Ik heb rood gips om mijn been. Een vriendinnetje heeft er hondenpootjes op getekend. Eronder zitten piratenhechtingen, twee kleine en een lange die mijn enkel volgt. Ik zag ze afgelopen maandag, toen ik met ontbloot onderbeen op een gipstafel van het AMC lag. Ze zijn stoer, constateerde ik, maar ook een beetje freaky. Ze herinneren aan het mes van de dokter en geven het idee dat mijn lichaam gemakkelijk opengesneden kan worden – als een broodje, een avocado – wat in deze context de bedoeling was, maar in mijn hoofd nog steeds gelieerd is aan kwade professoren en potjes oogballen op sap. Het is een eigenaardig leven dat ik leid, of wij leiden. Mijn been en ik. Het been moet de hele dag hoog. Als ik dat niet doe, dan is de pijn voor eigen rekening, zei de gipsman me op serieuze toon. Het zittende bestaan, twee weken lang met immer in mijn blikveld het rode gips met de hondenpootjes. Of het onhandige bestaan. Krukken houden me overeind, maar vallen zodra ik ze loslaat, met een …

Vanaf Morgen

Morgen ben ik mank. Gelukkig voor maar een tijdje. Ik herstel gewoon, weet niet precies hoe lang ’t zal duren, maar in de toekomst ligt huppelen als een geitje door de weide. Door de alpenweide. Het is vooral het idee dat de hele affaire spannend maakt. Vreemde mensen die aan de haal gaan met de functie van mijn enkel op een gepland tijdstip. Alsof ik sta ingeschreven bij het instituut der verboden fysieke experimenten. Nu loop ik, morgen niet meer, en daartussen zit een kwaadaardige dokter die pezen verzameld in glazen potjes, op eindeloze planken aan de wand van lange gangen op de immer gesloten en in duister gehulde afdelingen van het AMC. De waarheid is anders. Ik heb een goede arts die zijn best gaat doen om me ongehinderd terug de bergen in te sturen. Bergen die ik overigens laatst nog zag. Vorige week bezocht ik Sion, het kleine stadje waar de helikopter me bracht na de val. Als je maar hoog genoeg uit het dal van Valais kruipt zie je in de verte het …

Bachelor

Ik verbaas me niet, dat ik heb het gehaald. Het principe verbaast me niet. Ruby gaat studeren en zij haalt haar bachelor. Ik verwonder me alleen over het feit dat wat ik de afgelopen jaren heb gedaan, het nachtwerken, de excuusmails, de manoeuvres, alles rondom theorie die me bij hoge uitzondering in beslag nam, nu tot een papiertje leidt. Chaos leidt tot een diploma dat in mijn bezit waardeloos voelt. Ik haatte studeren en ik mis het niet. Mijn ouders en de overheid hebben betaald voor mijn studie. Ik ervaar het al jaren als een groot blok aan mijn been. Ik kan er weinig aan doen, maar ik mis de liefde voor het curriculum, het mooie pad binnen de theorie dat mensen door de geschiedenis heen, van die grote wijzen, en gewoon de professor van de maandagmorgen, uitstippelden om anderen – zoals ik –  thuis te maken in belangrijke zaken. Vlak na het begin van mijn tweede jaar studeren bekroop me het gevoel erin te zijn geluisd door de samenleving, door fladderende en naïeve achttienjarigen te doordringen …