Dit is Chamonix

-met Fieke

Maandag 18 mei. Vanaf camping Le Grand Champ is het centrum van Chamonix een kwartiertje fietsen. Bergafwaarts. We rollen vanaf de grote weg door tot in de winkelstraat, waar alle bergsportmerken naast elkaar hun nieuwe collecties tonen en het voelt alsof je het internet binnenstapt. Oh ja, denk ik. Dit is Chamonix.

Het is negen uur ’s ochtends en de brede straat is nagenoeg verlaten. De zon schijnt fel.
Chamonix.
Ik verdenk het dorp ervan dingen voor me achter te houden en kijk bedachtzaam om me heen. Tegelijkertijd voel ik me getest vanaf het eerste gesprekje dat ik voer (dus jij komt hier wonen?).
Ik ken Chamonix al een tijdje, maar niet als een plek waar ik vanuit het Westen binnen kom fietsen om er vervolgens mijn heil te zoeken. Een plek waarvoor je ‘gekozen hebt’ doet zich anders voor bij weerzien.

Ik kan je veel vertellen over het dorp, zoals het piepkleine inwoneraantal en het smogprobleem, maar het liefst zou ik je er middenin willen plaatsen en even laten dwalen. En dan horen wat je ervan vindt.

Ik heb besloten dat het een gek oord is.

Fieke en ik binden onze fietsen om de lantaarnpaal voor een café en drinken koffie met onze neus naar de straat gekeerd. Een groeiend aantal winkeliers en mannen in outdoor kleding snelt langs, druk met zaken. Mannen vooral. Een stel hele hoge bergen schiet boven de huizen uit. Als de winkels een uur later openen, nemen rijke, slenterende Europeanen en drukke Aziaten het straatbeeld over.

‘Jo Fiek, wat vinden we hiervan?’
Typisch, concluderen we. Het toeristenstadje gedraagt zich naar behoren.
We halen onze fietsen los en gaan vrij willekeurig achter het café omhoog. Ik heb die middag een gesprek bij een bar, Monkey, en draag in mijn tas een spijkerbroek, make-up en armbandjes, tussen kaarten en een waterfles weg gepropt. Ik ben geen voorbijganger, niet slechts een wandelaar, en het bewijs zit in mijn tas.

Na wat gestuntel op te steile wegen binden we de fietsen aan een routebord en gaan te voet verder. Het feit dat mijn enkel in de testfase verkeert maakt de wandeling aangenaam. We vergeten de neiging om uit te vinden hoe slecht onze conditie is geworden en stijgen met een keurige hartslag boven Chamonix uit. Halverwege stop ik en trekt Fieke verder. Ik lees een boek, laat mijn benen verbranden en speel een spelletje staren met de Mont Blanc. Beneden zonnen de huizen van Chamonix.

Twee uur later zitten we weer op een terras, dit maal met bier. In die paar honderd hoogtemeter heeft de berg ons weten te verslaan. Fieke lijkt door haar rug te zijn gegaan. Ik snoes weg. Onderuitgezakt staren we naar dezelfde stroom mensen die voorbij trekt, te moe om te oordelen.

Hé zeg, wie zijn jullie allemaal?

In spijkerbroek en mascara loop ik vervolgens met Fieke en een avondzon naar mijn sollicitatie. De bar ligt op de hoek van een plein in het wijkje tegenover het liftstation van Aiguille de Midi. Het doet me goed om een dergelijke routebeschrijving te hebben, eentje waarin Aiguille voorkomt en die me doet denken aan Kirkpatrick. Buiten staan picknicktafels, een stel alpinisten en een absurd aantal jongens met petjes en lage broeken. Het is een burgerbar met een Taco Tuesday en constante aanwas van skateboards. Lijsten met cocktails en shotjes sieren de muren. Ik stap de bar binnen en vraag een medewerker (met petje) naar de baas. Hij wijst naar een lange man, of jongen, in de hoek van het café. Ik laat mijn gedachten zich niet vormen, onderdruk een kleine ‘help, dit is eng’ en kom met een glimlach en uitgestoken hand aanzetten.

Ik verbaas me. Tegenover me zit een gast van hoogstens dertig, met een petje op een gestroomlijnd hoofd, twee hele blauwe ogen en een timide, bijna ongeïnteresseerd humeur. Is dit een baas? Ik moet met mijn kop bij het gesprek blijven. Een glas bier is mijn houdinggever. Zijn engels is snel. We spreken vooral over het proces van aannemen en plannen een proefdag. Het is een groot probleem dat ik geen vloeiend Frans spreek (later leer ik dat je vooral niet in Chamonix moet wezen als je Frans wilt leren en met name, dat die bar een bijna uitstluitend Britse kolonie met bijpassend drinkgedrag onderbrengt). Daarom maak ik alleen kans als het personeel me dermate leuk vind dat ‘t mijn Franse gestuntel compenseert. Tot zover mijn ongedwongen gedrag.

Chamonix?

Ik drink mijn biertje buiten op het terras en herpak mezelf in aanwezigheid van Fieke, Regien en Dorien. De laatste twee komen terug van een tocht en vormen in verhaal en houding een welkom contrast met de omgeving. Chamonix verdwijnt even naar de achtergrond. Een tweede ‘biertje’ blijkt een pint en een pint is veel meer dan ik kan verteren.

Licht beschonken stappen Fiek en ik op de fiets. Chamonix is eenvoudig navigeren; of de ene kant op, of de andere. Kleine wolken drijven voor de bergen langs. De rakkers waar ik het allemaal voor doe, realiseer ik me.
Wat zijn ze ver weg.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s