Jägerbomb

Hi, I’m Ruby, I’m working here tonight?

Een meisje met lang bruin haar en vriendelijke ogen knikt bevestigd. Ze begeleidt me naar een ruimte waar ik mijn jas kwijt kan, een opslag ontoegankelijk voor gasten. Kennismaking met dat soort plekken is tot nu toe immer een voorbode geweest van een eerste werkdag in de horeca. Terwijl ik mijn jas op een krat leg denk ik: Nu is het gedaan. Nu kan ik niet meer terug. Vanavond werk ik bij Monkey.

We lopen terug naar de bar. Ik zie Regien, Fieke en Dorien plaatsnemen op een klein balkonnetje linksboven het café met uitzicht op de bar, en laat ze verdwijnen uit mijn bewustzijn. Op lange borden hoog in de wand staan rijen cocktails en shotjes. Zal ik het meisje meteen maar zeggen dat ik geen idee heb wat er in een Long Island gaat? Dat ik alleen drink als speciaalbiertjes het aanbod vormen? En helemaal niet drink als ik ‘in training’ ben en naar Chamonix ben gekomen om te alpineren?

Ik houd nog even mijn mond en laat het meisje praten. In razend tempo loopt ze langs alles wat zij denkt dat ik moet weten, waarvan we beide weten dat ik de helft direct zal vergeten. Fris ligt in blikjes onder de bar, de ‘frisleidingen’ zijn kapot. Drank staat in koelingen onder de kassa, de handvaten van de deuren zijn kapot. Verdeling van taken is er niet. Over de bar verspreid liggen attributen zonder zichtbaar toegewezen plek. Net als Iphones. Communicatie tussen personeel en gasten verloopt via losse, luide opmerkingen. De koffiehoek is niet zozeer ingericht als wel gevuld met spullen. Er is niet echt een systeem, vertelt ze me. Nee, denk ik, hier heerst totale anarchie. Ze geeft me een rondleiding op een Ipad met een fancy kassasysteem en ik verbaas me om het kleine eilandje van hightech binnen de natuurlijke loop van alle andere bareenheden.

Ze laat me achter met de Ipad en de opmerking ‘you can just play with it a bit and find out how it works’. Zij en een collega, een jongen met een dun gezicht, blonde haren en een pet, werken om me heen terwijl ik geen idee heb (what the fack) ik moet doen en uit armoede maar door het systeem op de Ipad blijf scrollen.

Eerste dagen in de horeca zijn een ramp.

Ik leer de kok kennen: Een Brit met een klein krullerig blond staartje die zijn naam zo Brits uitspreekt dat ik geen idee heb hoe hij heet. Aan de bar zitten een aantal (stam) gasten of collega’s. Ik begin een gesprek met ze en vraag of ze hier werken, en eerst zeggen ze allemaal van wel, maar later blijkt van niet. En dus heb ik geen idee wie ze zijn, behalve misschien dat het Britten zijn en ik weinig méér oppik dan facking en fucking. Ik maak kennis met de Manager als een grote Franse brombeer in het midden van de bar met bruine ogen, een sympathieke uitstraling en een luidruchtig gedragspatroon.
In en uit lopen jongens met petjes, sommige komen achter de bar en gaan weg met drank in hun hand. Ik forceer opnieuw conversaties, met (de enige twee) Fransen in de hoek, de (enige) alpinist, de kok, het collegameisje. Ik vind uit dat de laatste het zusje is van de baas en noem haar Zusje. Ze heeft iets liefs. Zolang ze niet mans doet naar haar gasten of vrienden of wat het ook moge wezen.

Iedereen kent elkaar en ik heb geen idee meer waar ik kan inspringen. Dus keer ik terug naar de Ipad.

Zusje is klaar met werken en gaat een rondje hardlopen. Godzijdank, iemand doet iets waaraan ik me kan relateren. In haar plaats komt een stelletje: Een blond tomboymeisje met (welja) een petje en een neuspiercing, en een wat langere jongen met blauwe ogen (ik hou op met ‘met een petje’ zeggen, dat lijkt me een gegeven) en de uitstraling van een schooljongen. De vijand, zo blijkt later. Vriendje en Vriendinnetje de Vijand.
Ik begin ondertussen mijn eerste bestellingen aan te nemen. Het kost me drie gasten om door te krijgen wat een Paint, Pwaint, Peent is (een pint). De glazen doen me denken aan aquariums.
No Foam, they’re gonna scream at you if give it like that. They pay for beer.
Daar sta ik met mijn Heineken tapcursus. Het is niet druk, en tussen de bestellingen door vormt zich eindeloze tijd. Schoonmaken is niet echt iets wat je doet hier. Vanaf het moment dat ik met iedereen aan de bar een willekeurig gesprek heb gevoerd, zijn al mijn handelingsopties op.
Gelukkig is daar de Ipad. En de Manager.

De Manager vraagt om drie shotjes Jäger en één waarvan ik steeds de naam vergeet. Ik kluns met het shotjesgieten, maar krijg uiteindelijk vier kleine glaasjes met bruine substantie in een rijtje op de bar. Hij geeft elk van zijn vrienden één en schuift de vierde richting mij. Ik kijk ernaar.
You want me to drink it?
Het is zes uur. Misschien half zeven. De laatste keer dat ik een shotje heb genomen kan ik me niet meer herinneren. Misschien een avond op het corps, vier jaar terug. Bij Monk (laatste werkgever) dronken we na elven een glaasje rode wijn. 33 cl La Chouffe maakt me licht als een veertje.
Ik zet het glaasje aan mijn lippen en gooi het achterover.

Het Vriendje schreeuwt: ‘Who want’s beer?’ Drie handen schieten omhoog.

Later staat hij naast me en zegt:
Ruby, my head hurts so much it’s not good.
Ik glimlach en blijk zo ver van mijn natuurlijke reactievermogen afgedreven dat ik geen idee heb hoe ik moet antwoorden. Even later komt hij weer:
Ruby, I got so wasted last night.
De muur is wit, een vrouw heeft borsten, de muis piept, het interesseert me niet. Ik verbaas me wel over het feit dat hij mijn naam noemt. Hij richt zich in al zijn hoedanigheid tot mij en het voelt alsof hij een stelling poneert waarop ik juist acht te reageren. Hij test me.
Ohh, Ruby, my head it’s like, it hurts so much.
Nu, achteraf, weet ik dat ik had moeten zeggen ‘I don’t give a fucking damn’. Dat kwam net even niet in me op.

Ze spreken Engels in zulk jargon dat ik twijfel of ik ooit dezelfde taal heb geleerd.

Ik besluit even adem te halen bij mijn Nederlandse maatjes op het balkon. Ze blijken iets te willen eten, dus loop ik terug naar beneden om te vragen naar Monkeys eetprocedure.
The menus are there. You take the plate with the specials with you and show it to them.
Vriendje wijst naar een log bord van één bij één midden in het café. Ik denk dat hij een grapje maakt, maar twijfel. Ik loop erheen, pak het bord en voel me gigantisch in de zeik genomen. Maar nog steeds, ik twijfel. Dus ik zeul het de trap op en presenteer het aan een lege tafel. Ze staan buiten, zie ik door het raam. Ik zeul het weer naar beneden, zet het terug tegen de wand en loop naar buiten.
– Ok, ik weet niet of ik verneukt word of niet, maar er is een heel zwaar bord met de specials die ik mee zou moeten nemen naar de tafels wanneer ze bestellen en dat ga ik bij jullie dus niet doen. Als jullie specials willen, moeten jullie maar even binnen kijken.
Even later komen de drie naar binnen en zie ik ze gebukt voor het bord staan. Vriendje komt naar me toe.
So that’s the reason why you take the plate to them.
Anders loopt iedereen zich op drukke dagen voor dat bord te scharen.
Shit.
Later vraag ik me af of ze te lui of te dom zijn om de specials uit hun hoofd te leren. Nu voel ik me achterlijk.

Even later bots ik tegen Vriendje op waardoor zijn koffie over zijn broek vliegt.

Ik sterf af en toe een beetje, maar tegelijkertijd begeef ik me in de meest amusante omgeving sinds tijden. Ik geloof niet wat ik zie. Dit is een nieuwe wereld en ik ben op avontuur. De collega’s zijn knettergek, luidruchtig, bot en lachwekkend. Sympathie tussen gasten en collega’s is voelbaar. De plek heeft iets warms.
De Manager begint een baken te worden, daar zo midden aan de bar. Hij vind het wel grappig dat ik niets weet en brengt me stillaan thuis in de wereld van Monkey en de alcohol, terwijl hij op zijn beurt keer op keer mijn redding betekend als er niets te doen is. Hij blijft praten en om shotjes vragen, en ik blijf ze inschenken en meedrinken. Als ik vraag naar de betekenis van B52 wordt ‘ie gemaakt en gedronken. Jägerbomb na Jägerbomb. Ik merk dat het Engels nog moeilijker te volgen wordt en mijn concentratie en wil om vat te krijgen op Monker wegebt.
I cannot drink anymore. I wont function. I really wont, I need to stop.
Ik begin shotjes af te slaan en keer weer terug naar de Ipad.
Stop being obsessed with the facking thing!! No, no, noo, stop that!! Come on, stop looking at it the whole fucking time.
Lieve Manager, wat moet ik dan?

Vriendje heeft nog een laatste vraag voor me: Ruby, do you like to party?
Ik voel me betrapt. Wat moet ik zeggen?

Mijn maatjes besluiten ergens anders te gaan eten. Een half uurtje later kruipt Vriendinnetje naar het balkon en bekijkt de gang van zaken vanuit haar hoge toren. Ik heb net weer even niets te doen en loop als een pinguïn achter de bar heen en weer. Dat ik bij Monk geleerd heb scherp te zijn op mijn omgeving leidt ertoe Vriendinnetje te spotten. We kijken elkaar aan, twee seconde lang, zij lacht niet, ik ook niet. Ik kan de situatie niet duiden, dan niet en later niet.

De baas loopt binnen. Hij doet me denken aan een ijskoningin; een statige vrouw met bleke huid en lichte ogen, golvend zilver haar langs haar lange hals, een perfecte jurk van glimmend wit en ijskristallen, een ambigu hart en een immense, stille, onoverbrugbare afstand tussen haar en haar onderdanen. Dat is de baas, alleen dan de mannelijke skate-doerak variant met petje (nooit gedacht dat zo iemand bestond, maar zo is mijn impressie).
Ik heb teveel alcohol binnen om me druk te maken om mijn eventuele presteren in zijn aanwezigheid. Om negen uur mag ik stoppen van Vriendje en Vriendinnetje, godzijdank, omdat het te rustig is of ik uitzonderlijk nutteloos blijk, en schuif aan de bar naast Manager en zijn vrienden. De betere kant van de bar. Opeens blijk ik net zo goed in het praten over bullshit, het zeggen van facking en het maken van losse opmerkingen als de rest. Een uur lang weet ik me te handhaven, ik heb het zelfs naar mijn zin. Dan begint de alcohol me kleine kopjes te geven en raak ik bewust van het feit dat ik bezopen ben in het vizier van mijn potentiele baan. Ik mompel dat tegen Manager en hij zegt:
– You should get drunk. We all get drunk. What we do here. What you’d think!?
Nee. Ik sms Fieke of ze me op wil komen halen. Als ik bericht van haar krijg loop ik heldhaftig naar de baas toe om te vragen naar het eventuele vervolg. Ik vergeet wat hij zegt, behalve dat ik maar moet laten weten of ik wil komen werken. Dan kijken zij wel of ze me willen.

Ik zwaai vluchtig naar Manager, Vriendje, Vriendinnetje, Zusje, de kok, dertig petten, loop in een rechte lijn de deur uit en voel de zegening van frisse lucht.

No facking way, denk ik. No facking way.

2 Comments

  1. Haha, yes, dit verhaal is nog smakelijker dan alles wat ik al had gehoord:D
    Heb je ze al wat laten horen?

  2. Ooh Jezus Ruub, goed gedaan die eerste dag! Heb je de baan genomen?? Dit klinkt zo erg als de baan die ik hier ruim 8 weken (!!!) heb gedaan. Mensen die elke avond dronken worden, alcohol verzoeken die je niet kent, Engelse slang die je niet verstaat, dodelijke, vieze of niet te interpreteren indringende blikken van mensen achter de bar. Nutteloos heen en weer lopen. Walging en verveling. Ik hoop dat het of beter wordt of dat je een betere baan hebt gevonden!! Dit is zo leuk om te lezen dat ik me bijna schuldig voel dat ik niks schrijf. Wie weet. XXX

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s