All posts filed under: Blogs

Honderd kleine handjes

Dit is een blog aan jullie: De berichtjes-stuurders, de steunpillaarvriendinnen, de lieve onbekenden, de dappere lotgenoten, de onmisbare filosofen en mam en pap. Ik schreef in mijn laatste blog dat ik behoefte had aan een sterke hand die me in de kraag zou grijpen en terug op mijn poten zou zetten, en ging daarmee razendsnel voorbij aan de honderd kleine handjes die me hebben opgevangen voordat ik met een klap op de bodem terecht zou zijn gekomen. Dankzij jullie ben ik niet gebroken; ik ben nog heel. Er zijn inmiddels ruim zes weken gepasseerd sinds het ongeluk. Ik heb nog nooit zoiets verschrikkelijks meegemaakt, maar ook nog nooit zoveel liefde gezien. Liefde voor de meisjes die er niet meer zijn, allereerst, voor alles. Maar ook liefde voor en tussen nabestaanden, betrokkenen, vreemden, en, tot mijn dankbaarheid, voor mij. De steun die ik afgelopen weken heb ontvangen is nog steeds onmisbaar en neem ik de rest van mijn leven met me mee. Daarmee zal ik zelf een weg omhoog vinden en stel ik me tegelijkertijd gerust …

Opkrabbelen

Ik was bang om terug te keren naar Briançon en had er nog reden toe ook. Fieke zette me af bij mijn flat en zodra ze wegreed kwam ik – poef – op de bodem terecht. Daar bleef ik liggen, en daar lig ik nog steeds. Het is eigenlijk gewoon te moeilijk, alles bij elkaar. Afgelopen maand speelde zich af in de absurde nasleep van het ongeluk, een soort parallel universum waar men ons in de gaten hield en we zelf niet verder keken dan een paar uur vooruit, waar ik een tijdelijk doel vond in mijn eigen verdriet en het bizarre gegeven van het nog in leven zijn (en het dus in leven blijven). Maar nu ben ik in de realiteit afgezet en die is anders. Die is hard. Ik heb geen geld, geen vast adres en geen enkel idee van de toekomst. Het geschifte en onzekere pad dat ik in het verleden koos en dat me naar mijn huidige onmogelijke uitgangspositie heeft geleid, kon ik voorheen makkelijk aan, want ik had een mentale …

Open raam (Fenêtre Ouverte)

Thibault zegt vaak: La vie est vraiment n’importe quoi. Het leven gaat werkelijk nergens over. De logica is inderdaad ver te zoeken als je vriendinnetje doodvalt in een couloir, met name als zij diegene was die eindelijk wat richting in het leven bracht. Ik heb Thibault vaak tegenover me en dan denk ik: Sorry, maar ik heb ook geen fucking idee. Alles is al gezegd. Zo’n twintig keer per dag benadrukken ze dat er tijd overheen moet gaan, maar ik weet dat voor jou de tijd stilstaat sinds Elise viel. De tijd van Christine staat ook stil. En van Geneviève ook. Maar als ik later alleen ben, weg van het verstikkende verdriet van nabestaanden, dan weet ik één ding toch heel zeker: Het leven gaat niet nergens over. Toen ik me voorbereidde op de examens, s ’ochtends in de badkamer van een vriend, hoorde ik de vogels fluiten door het open raam. Daar zat logica in. Rust van het n’importe quoi. Ik vond het ook in de knuffel die mijn moeder me gaf op Schiphol …

Lola

Lola is de hond van de tuinman. Ze mocht aanvankelijk niet naar binnen. De kleden waren er te mooi voor, zo groot als hele huiskamers, met zachte kleuren en patronen van rozen en klavertjes vier. Maar toen overleed Céline en waren de kleden niet meer belangrijk. Belangrijk was de liefde, en Lola had direct begrepen dat al haar affectie maar naar één iemand moest: de moeder van Céline. Zodoende zag ik ze altijd samen. Afgelopen week was op alle mogelijke manieren ongelofelijk. Niets sloeg op iets dat ik eerder had meegemaakt. En het was niet alleen mijn realiteit die plotseling van kleur was veranderd; overal om me heen waren mensen verward, triest en zoekende. Hoe de ouders van Céline en Elise, de broers en zussen en vriendjes, zich door het dagelijkse gemis heen moeten slaan is me niet duidelijk. Mijn uitdaging is significant anders. Ik heb geen gapend gat dat zich overal in manifesteert, ik kan langzaamaan het leven weer oppakken zonder constant geconfronteerd te worden met de absentie van een van de meisjes. Schuldgevoel …

Onze mythes (Nos Mythes, nos versions)

We vertelden het verhaal voor de eerste keer in kleine, verwarde flarden aan elkaar. Daarna vroegen ze ons om een eerste verklaring in het ziekenhuis. De politie pakte er een notitieblok bij en wij huilden ons chronologisch door het ongeluk. Vervolgens vertelden we het aan vrienden en familie, en de volgende dag nog honderd keer, als een officiële verklaring, het einde van twee dochters of een zoektocht naar een schuldige – zij het de bergen. We merkten alle drie dat het verhaal een eigen leven ging leiden. Het nam een vorm aan in de hoofden van diegenen die luisterden, in de woorden van diegene die erover schreven, en zelfs in onze eigen herinnering leek het nog aan de gang. Eerst vertelde ik over de steenlawine die met groot geweld over me heen raasde en Céline drie meter boven mij uit de muur sloeg. Een verhaal later herinnerde ik me dat Céline tegen me aan was gevallen, waardoor ik mijn ogen opendeed en haar de diepte in zag gaan. De ochtend na het ongeluk zei ik …

Céline en Elise (Céline et Elise)

We gingen met zijn vijven op pad en jullie hebben een andere afslag genomen. Sindsdien weten we eigenlijk niet meer waar we zijn of heen moeten. De weg door de shock, het verdriet en de liefde is niet duidelijk. Hoe verder jullie raken, hoe meer jullie nodig zijn om ons allen weer terug op het pad te krijgen. Er wordt zoveel van jullie gehouden, ik zou het jullie niet eens duidelijk kunnen maken. We sliepen niet gisternacht en zullen ook vannacht niet slapen. Alleen ’s nachts lijken we tijd en ruimte te hebben om jullie miraculeus terug te halen. En dat terwijl we allemaal dondersgoed weten dat jullie eindbestemming lang bereikt is. Céline en Elise, ik heb niet geroepen maar nu roep ik toch. Met alle liefde en kracht die ik bezit. Kom terug. _______ Céline et Elise, Nous avons emprunté ce chemin à cinqs et vous avez pris une autre direction. Depuis, nous ne savons plus où nous sommes, ni où nous devons aller. Notre route à travers le choc, la tristesse et l’amour …

Ik droom van dit huis

In de voorkamer stond een piano, een bijzondere piano, een model dat voor mij normaal was maar dat ik nooit ergens anders heb gezien. Soms lag er een kat op. De muur achterin de kamer was bedekt met rijen boeken, links ervan stond een oud bureau met lades die je kon vergrendelen met zware sleutels. Vetplanten in de vensterbank, een mand met kranten, stapels tijdschriften op de glazen bijzettafel, een platenspeler en torens van cassettes en cd’s, een kleed op de donkere houten vloer en een wandtapijt waar ik niet goed genoeg naar gekeken heb, met zwart witte patronen, ik denk Afrikaans. Een schilderij waar ik niet genoeg naar gekeken heb. Een bruinleren bank waar losgeld van papa in verdween en een stoel in de hoek naast het raam waardoorheen ik vaak staarde. De vloer kraakte vlak na de deur. Mama las een boek, papa las een boek, het was er altijd rustig en het rook naar de voorkamer. Klassieke muziek. De warmte van mijn ouders. In de andere kamer was alles anders; daar stond …

Ik vind het maar koud

Watervalklimmen zou ik leuk moeten vinden. Gisteren viel ik flauw van de pijn in mijn vingers terwijl ze opwarmden van een ijskoude lengte. De wereld draaide en kreeg bewegelijke zwarte vlekken, even later hing ik ontspannen in het relais. De jongens waarmee ik klom begeleidden me uit de waterval en gaven me even later, terwijl we naar huis reden, het harde commentaar dat ik de verantwoordelijkheid over mijn eigen lichaam moest nemen. Ik had niet zo koud moeten worden en me vooral moeten verzetten tegen de pijn. Als ik berggids wilde worden, dan… Ik was echter niet flauwgevallen omdat ik die optie prettiger vond dan het verbijten van de pijn, maar omdat mijn lichaam even was vergeten om bloed naar mijn brein te sturen. De ervaring was overweldigend en het effect van hun opmerking zo mogelijk nog heftiger: Ik kon namelijk heus wel tegen pijn. Zelfs al was ik een meisje in een waterval (zie hier dan toch, het meisjescomplex). Ik heb toevallig een slechte circulatie in mijn handen en voeten (wouw, en dat heeft …

Een eend in de CRET

Woensdag hing ik gedeprimeerd, bijna huilend aan de paddenstoellift. Ze hadden gezegd dat het beter ging, maar dat ging het niet. Ik begreep het nog steeds niet. Tijdens de videoanalyse die avond zag ik mijn silhouet en ik leek nog het meest op een eend, dus gleed ik de volgende dag kwakend over de pistes, in mijn roze skibroek, ver achter de jongens. Een week later brachten ze ons naar La Grave, waar ik samen met een leraar en een andere eend de troep verloor en daarom ongepland praktisch privéles had. Pal naast La Meije, een aanéénschakeling van afdalingen van zo’n 2000 meter. In La Grave vielen de kwartjes. We gleden over de gletsjer, door couloirs, langs rotswanden, tussen bomen en ik was onvermoeibaar, niet omdat ik beresterk was, maar omdat ik het begreep. De avond viel teleurstellend vroeg. Ik heb misschien nog steeds, een beetje, het silhouet van een eend en de leraren hebben me nog zo, zo, zoveel te leren, maar skiën kan ik tegenwoordig. De examens in maart zijn niet belachelijk meer. …

Je suis le pilote

Vorig jaar kon ik Lionel, een van de leraren van de CRET, niet verstaan. Hij gebruikte veel verschillende ski-technische termen voor hetzelfde fenomeen (de perfecte bocht is zowel functioneel als poëtisch) en sprak daaromheen een onbegrijpelijk soort Frans. Ik vermeed hem bewust en onbewust, enerzijds omdat zijn correcties op mijn afdaling net zo goed hadden kunnen gaan over het weer, anderzijds omdat hij zich ontfermde over de snelle skiërs met bewijsdrang en ik zelf vooral werd aangetrokken door een ander setje leraren, twee vaderfiguren die me met een bezorgde glimlach uit de sneeuw trokken als ik er weer eens op zijn kop in lag. Het eerste wat Lionel dit jaar over me zei was: Ze heeft op z’n minst Frans geleerd. En hij had gelijk, want vandaag raakte ik verzeilt in het groepje van Lionel en ervoer ik het merkwaardige fenomeen van het ‘iemand verstaan die, de laatste keer dat je hem ontmoette, onverstaanbaar was’: alsof het geluid plotseling was aangezet. Hij zei ons dat we zelf achter het stuur van onze ski’s moesten gaan …