All posts filed under: Blogs

Dodekattenkippenweg

Mijn overbuurman heet Christian, ‘Kri Kri’, en heeft twee katten van achttien jaar oud die niet alleen gelaten kunnen worden. Wanneer hij en zijn vrouw boodschappen doen, moeten ze dus mee. Op de achterbank. Ik heb die achterbank een keer met de katten gedeeld toen het echtpaar me oppikte in Briançon, waar ik aan het liften was. Tijdens het rijden keken beiden uit het raam. Ik vertelde Kri Kri dat ik van plan was om Tigrou uit het asiel te halen, en hij antwoordde met: Pas op. De katten van La Vachette worden overreden. Mensen rijden als gekken. De kat van mijn hoogsteigen huisbaas was blijkbaar twee jaar geleden overreden. Ze hadden de burgermeester van Val de Près (onze commune) gevraagd om verkeersdrempels en wachten er al jaren op. In de tussentijd hebben ze maar gigantische bloembakken neergezet, maar daar slingeren de duivels als gekken omheen. De katten van Kri Kri en zijn vrouw mogen dus niet naar buiten. Tigrou mag eigenlijk ook nog niet naar buiten, maar is gisteren toch ontsnapt. Ik was niet …

Charlotte has the Raspberry

Onze servetten zijn rood. Soms kom ik ze bovenin de Gargouille tegen, uitgevouwen en vies, meegenomen door de noorderwind die altijd langs ons terras komt wanneer ze de stad bezoekt. Een gast maakte eens een grapje; ze zei dat we onze naam en menu op de servetten moesten laten drukken, dan kon de wind reclame voor ons maken. Soms haat ik die wind, omdat mijn glazen van de tafel waaien als ik even de andere kant op kijk. Soms houd ik van haar, omdat ze met futiele dingen aan de haal gaat, zoals servetten, glazen en mijn ongeduld naar onbeleefde klanten. Het is een moeilijk seizoen. Mijn bazin was in juni al zo ziek en moe dat ze onze menukaart niet meer in het Engels kon vertalen. Met dank aan Google Translate hebben we nog steeds een ‘Charlotte has the raspberry’ (Charlotte à la framboise). Een gast wees me er laatst eveneens op dat, volgens de introductietekst van zijn menu, het geboortedorp van de Nepalese echtgenoot van mijn bazin op vier dagen lopen van Kathmandu …

De Rozen van Fontvallon

Juni 2019 In Fontvallon sla ik mijn laptop niet open, want het is beter voor me om naar de vogels te luisteren of door het gras te lopen. Nooit heb ik een landgoed gewild, een huis ver van buren, maar nu snap ik wat ruimte en stilte kan doen. Hoe ver je ook kijkt, links of recht of achterom, je ziet rozen en bomen, heuvels en lucht. Ik sla mijn laptop niet open zelfs al heb ik veel gedachten om te verwerken, want ik baad in rust en wil het bad niet uit. De gastvrijheid waarmee ik ontvangen ben is zacht en grenzeloos, ik eet goed en slaap in een groot bed. Het is juni en warm en het leven speelt zich buiten af, waar Lola leert om een kleine rode bal terug te brengen naar de gooier. In de groentetuin hangen paprika’s en tomaten, aardappelen en knoflook liggen vlak onder de grond. Olijfbomen onderscheid ik inmiddels van de anderen en de paden in het bos plak ik bijna aan elkaar. Het gefluit van vogels …

Passage

Mijn huisgenoot zou gisteravond vijf dames over de vloer hebben. Eén van hen ontbrak omdat ze door de gendarmerie was aangehouden in Montgenèvre. Haar naam stond in het systeem en werd eruit gepikt tijdens een paspoortcontrole. ’s Nacht om twee uur lieten ze haar vrij, mijn huisgenootje heeft haar opgehaald in Briançon, ’s ochtends zat ze aan de ontbijttafel. Ik voel me altijd erg naïef wanneer activisten hier over de vloer komen. Egoïstisch, materialistisch en gemakzuchtig. Want de immigranten lopen hier praktisch langs het huis, in wisselende staat, en ik spendeer mijn tijd aan het uitzoeken van een leuke kat voor het appartement. Ik heb ze gevraagd waarom het meisje in het systeem stond en dit was het antwoord: Ze woont in Oulx, een stad op 25 kilometer van de Franse grens, waar immigranten met de bus of trein aankomen voordat ze de oversteek naar Frankrijk wagen. Daar legt ze hen uit wat hen te wachten staat wat betreft het pad door de bergen, hoe ze zich het beste kunnen voorbereiden en waar ze zich in Briançon …

Dag Zomer

De zomer is mijn seizoen niet meer. Het is te warm rond mijn huid en mijn lippen, onder mijn voeten en in mijn longen, mijn gletsjers smelten en mijn water verdampt, mijn bergen storten in en mijn gras is dood. Ik zou graag de zomer van mijn ouders hebben gehad, en van hun ouders. Ik zou die zomer graag bij ze ophalen en achterlaten voor mijn kinderen. Maar het is te warm om terug te kijken en te warm om vooruit te kijken. Ik geef mijn kinderen gebroken bergen met een beetje lente en een beetje herfst, en zeg ze: Probeer de winter te redden voor onze kleinkinderen en misschien zelfs die van hun. Als het nog niet te laat is.

Een kleine introductie

Een vache is een koe in het Frans. Gek genoeg lopen er tussen La Vachette (het eerste dorp van de vallei) en Nevache (het laatste dorp van de vallei) geen koeien rond. Ik vraag me af wanneer ze zijn verdwenen of waar ze heen zijn. Wel rijdt er veel gendarmerie heen en weer, iets dat opvalt in kleine onbeduidende dorpen zoals het onze, waar niet eens een bar bestaat om in overlast te voorzien. We hebben alleen, zo heeft mijn huisgenoot waargenomen (een geograaf die zijn thesis schrijft en veel uit het raam staart), twee kattenbendes die het ’s nachts tegen elkaar opnemen. Ik kan me niet voorstellen dat de politie om die reden surveilleert, ik denk evenmin dat ze opzoek is naar ontbrekende koeien. Ons dorp ligt zo’n honderd meter van de weg tussen Briançon en Montgenèvre (Italië). Die weg is verschrikkelijk. Als fietser circuleer je er tussen bochten, afgronden en ongeduldige automobilisten door. Iedereen zegt me keer op keer dat ik haar niet moet nemen, maar het openbaar vervoer reikt niet tot in …

La Vachette

Begin deze week betrok ik een appartement in La Vachette, Vallée de la Clarée, vlak bij Rosier. Het appartement ruikt nog naar renovatie, behalve als ik wierook aansteek, wat de geur van verf en vers hout voor een uur of twee overstemt. De kamers zijn licht en groot, de vloeren glanzen en de muren zijn nog leeg. Ik huur het voor zo’n twee jaar en word begin oktober vergezeld door Fieke, die op de pistes van Serre Chevalier voor haar pisteurexamen wil trainen. Tot zover een droom die uitkomt. Ondertussen werk ik voor een Nepalees restaurant waar ik licht uitgebuit word door een 78-jarige vrouw en haar 20 jaar jongere Nepalese echtgenoot. Ik trek mezelf langzaamaan financieel uit het slob door Pakhora’s en Momo’s te serveren, begeleid door luide mantra’s uit een oude stereo-installatie die zichzelf herhaalt, net als het echtpaar, en zelfs al heb ik er een hekel aan weer terug te moeten vallen op de horeca, mijn dagen zijn zo slecht nog niet. Er is altijd iets leuks te vinden in de interactie …

Felgekleurde bloem

Iemand zei me dat de dag voor het ongeluk de heetste ooit gemeten op die datum was geweest. Ook onze dag, de 27ste, was heet. Zo heet dat we eigenlijk om drie uur ’s nachts op hadden moeten staan; zo heet dat het ijs tussen de rotsten boven ons in het couloir wegsmolt; zo heet dat we twee levens verloren. Als de wetenschappers zeggen dat de wereld opwarmt, dan eet je misschien wat minder vlees. Als de bergen bovenop je kop instorten en je miraculeus doorleeft, in tegenstelling tot twee meisjes precies zoals jijzelf, dan dringt het pas tot je door wat die wetenschappers eigenlijk bedoelden. De wereld warmt op en de gevolgen zijn nu al niet te overzien. In het ondoordringbare, duistere woud van willekeur groeien felgekleurde bloemen. Dit exemplaar valt niet te negeren. Ik wil best toegeven dat ik sinds het ongeluk op zoek ben naar iets dat mijn eigen overleven goedpraat, een zoektocht die me gevoelig maakt voor bedoelingen, lessen, verborgen boodschappen. Dat de opwarming van de aarde me aan het hart …

Le Rosier

Tussen het dak en de muur hebben tientallen kolmezen een nestje gebouwd. Ze fluiten wat af, die beestjes. Alsof er altijd iets geregeld moet worden, alle dertig een andere mening, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Het huis dat me heeft opgevangen, is een huis van verloren zielen. Een oud, koud, krakend, stenen boerenhuis en tevens opvangcentrum voor gebroken harten en getroebleerde geesten; passanten bij wie het leven al heeft toegeslagen. Na een week in het tweede dorp van Vallée de la Clarée, Le Rosier, in de mezzanine van een bijzonder gezelschap, wist ik nog steeds niet wie er precies woonden. Maar er werd accordeon gespeeld op de bovenverdieping en vuur gemaakt in de openhaard; overal lagen briefjes met vriendelijke boodschappen (vrienden, ik kom terug over een week, amusez-vous bien) en tijd werd verdreven met boeken en spelletjes. Ik heb me zelden zo goed gevoeld in een huis en een omgeving. De vallei zit vol klimgebieden en klimmers, de gang puilt uit van klimmateriaal en de boekenkasten worden gevuld door topo’s. De drukte …

Een monster misschien

We vluchten. We zijn al op de vlucht voordat we onze voet de opdracht geven om een stap te zetten. We rennen en verstoppen ons achter klein geluk, oud geluk, elkaar, de natuur, pogingen om ongeluk te begrijpen, tijdverdrijf. We vluchten weg voor de realiteit, wat dat in ons geval ook mag wezen. Een monster misschien, een monster met gespreide kaken dat zit en wacht. Voor sommigen heet ‘ie leegte, absentie of bodemloos verdriet, voor anderen willekeur of zinloosheid. Mijn eigen monster is een angstaanjagende kleurrijke bol substantie waar ik geen raad mee weet, waar ik soms niet eens bij kan, waar ik dan maar naar staar wanneer ik niet vlucht. Sinds twee maanden ben ik bang voor de dood. Mijn trein schiet van de rails, mijn auto botst en mijn touw scheurt, bommen vallen en het klimaat verandert; nergens ben ik veilig. Want ik ben er nog. Ze zijn me wederom vergeten op te halen. Maar ook wanneer ik vlucht, ben ik bang. De dood aan de ene kant, het leven aan de andere …