Week 3: Spleet
Tijdens zijn loopbaan als gids heeft hij alles gebroken behalve zijn hoofd, zegt mijn opleider. Vier jaar geleden nog bracht hij zijn hele onderstel aan puin, als klap op de vuurpijl, niemand had gedacht dat hij het zou overleven. Aan het andere uiteinde van het touw bindt hij zich in. Een knappe zestigjarige met een paar felblauwe ogen in een bruin, gerimpeld gezicht, een klein gespierd lichaam in een wijde klimbroek. We zijn in Annot, tussen rotsen van draken of reuzen of pinguïns, en staan aan de voet van een veertig meter lange spleet. ‘Hebben al die ongelukken mentaal niet het een en ander aangericht?’ vraag ik hem voordat hij zijn vuisten en voeten in de spleet wurmt. ‘Nee. Eigenlijk niet.’ Met de souplesse van een twaalfjarige, of een zestigjarige die zich regelmatig thuis voelt in 8b’s, klimt hij de spleet omhoog en land vijf minuten later onaangedaan terug op de grond. ‘En jij?’ vraagt hij. ‘Hoe gaat het met jou en het ongeluk van vorig jaar?’ Ik kijk verbaasd op, want hij is de …








