Author: Ruby Elizabeth

Dromen is een optie

Soms droom ik overdag. Als de straten en daken onder een laag sneeuw liggen en ik op weg ben naar de bergen, dan heeft het moment weinig nog met de realiteit te maken. Ik raak los van mijn concepten en de tijd alsof ik toch stiekem een pilletje heb genomen. Dan drijf ik langzaam weg naar een wereld waar geen wetten gelden en ik de vrijheid vind die ik zocht toen ik naar Frankrijk emigreerde. De sneeuw, ik denk dat het is omdat het wit is. Ik heb helemaal geen uitleg meer nodig als ik op mijn ski’s naar beneden glijd. Geen reden om naar boven te klimmen noch om terug te gaan. De bergen zijn zo ongelofelijk mooi als het ijs aan hun wanden plakt dat ik wel kan huilen als ik naar ze kijk. Het is eng om zo te dromen, want dan zou je zeggen dat je ook weer wakker wordt. Maar dat is nu net wat ik geleerd heb: Voor mij bestaat de luxe nog steeds om hiervoor te kiezen. Dromen …

Wintercadeautjes

Het is begin winter als er een auto met een Nederlands kentekenplaat het kleine weggetje naar ons chalet op rijdt. Zijn het Nederlanders? Ja, maar toch ook wel Fransen. En wat nemen die twee mee? Sneeuw. Om twaalf uur ’s nachts neemt Fieke me mee op een kleine wandeling door Les Bossons. We maken gekke sporen in de zojuist gevallen sneeuw. Wijdbeens, rondjes, grote passen. De volgende morgen plakken we samen met Roel de ijsbijlen op de tas en rijden richting Argentière. Watervallen van Le Cremerie. Vlak onder Glacier de Argentière, waar eens de gletsjer zelf lag, aan het riviertje dat uit haar ontspringt, nu onder sneeuw. Het is zo koud dat Fiekes tenen er al afliggen voordat ze haar stijgijzers in het ijs heeft gezet. Terwijl ze een rondje door de vallei rent, klimmen Roel en ik naar boven. Wat een lijden en wat een schoonheid. Overal is sneeuw. Als we die namiddag onze vingers stevig om een warme chocolademelk klemmen, krijgt Fieke plotseling een ingeving. Après-Ski! Vijf minuten later staan we te springen …

Wat Rietjes met de Sneeuw Uithalen

Het is toch wel vreemd, zo’n skioord zonder sneeuw. Iedereen probeert er het beste van te maken, maar het lijkt toch op een geflopt feestje. Een discoavond zonder muziek of een diner zonder eten. Op zich zijn mensen er nog best wel goed in, optimistisch en vastberaden, ook zonder sneeuw een wintersport. Met goggles die zeker niet nodig waren tijdens het ontbreken van een sneeuwstorm naar de après-ski. Spuitkanonnen die de wereld redden. Maar het blijft treurig. Dat voel je maal dertig als de sneeuw dan eindelijk valt: De reden van bestaan is met vertraging gearriveerd, de saisonniers begrijpen weer hun rol en het straatbeeld van Chamonix kan met fatsoen de wereld in gaan. Wat is het nu, een winter met pech of opwarming van de aarde? Laatst had ik een gast aan mijn bar die zich verschrikkelijk druk maakte om de rietjes die ik in alle drankjes stopte. Ik kon daar echt even niet bij, je bent in een tent waar geconsumeerd wordt, ga weg met je rietjesprobleem als je zo nodig wodkacola’s wil …

Van de Markt

Het is best interessant om een vriendje te hebben op afstand. Niet alleen het feit dat hij niet hier is, maar ook de rol van het bezet zijn. De jongens vroeger noemden het van de markt zijn of terug op de markt komen, wat ik zo gek vond omdat ik dan een Amsterdamse markt voor me zag met ons allen in een stalletje. Koopje, onbetaalbaar, breekbaar, niet kapot te krijgen, amusant, rustgevend. Het is de eerste keer dat ik van de markt ben en ik moet eerlijk zeggen dat het me wel bevalt. Met name in het wereldje waar ik rondloop, waar de handel floreert en veel sociale relaties iets dubbelzinnigs met zich mee brengen. Het geeft rust en zekerheid om zelf geen deel van de handelswaar te zijn. Het betekent ook dat ik zelf niet kan gaan jagen op de interessante koopjes die soms aan de hoek van de bar plaatsnemen (wat, eerlijk is eerlijk, ik toch al niet deed). Rondlopen op de markt zonder geld. Kijken, niet aanzitten. En als iemand toch onverwacht …

Het Einde van de Wereld

Ik kom Chambre Neuf binnen op de ochtend van mijn vrije dag. Alhoewel we gewoon open zijn, zie ik mijn collegaatjes schoonmaken. Onder de tafels, achter de bar, aan de lampen, alles verschoven en slachtoffer van chemicaliën en doekjes. Shit, denk ik, maar de gasten dan, wat als die naar binnen willen voor een rustig kopje koffie? Er was slecht afgesloten de afgelopen dagen. Ik heb ervoor op mijn donder gekregen en denk nu: Oké, maak dan maar schoon jongens. Maak het dan maar écht schoon. Dan zie ik door de ramen de baas op het voetpad staan, vlak voor de ingang, met een groep van zes om hem heen. Niet mijn eigen hotelmanager maar de baas van alle hotels, het opperhoofd dat door iedereen gevreesd wordt. Oh God, denk ik, het is totaal niet presentabel nu. Ik ren naar de lichtknoppen en probeer het felle licht van het kersverse schoonmaakteam te dimmen. Omdat alles nieuw is weet ik niet welke knoppen waarbij horen. Eerst maak ik het pikkedonker, dan als het licht van de …

Make it happen

Niet alleen de bar is nieuw, maar ook het management is veranderd. Dat alleen is nog wel overkomelijk, maar ze hebben ook (ik heb het idee wat ondoordacht) de managementstructuur aangepast. We hebben dezelfde hotelmanager behouden, een forse Zweedse kerel die ontzettend cool is als je hem niet opjaagt, tegenwerkt of teleurstelt. Zijn vriendinnetje neemt de positie daaronder in en regeert zodoende over het restaurant en de bar. Dan hebben we nog de Schotste barmanager, een niet te verstaan vrolijk mannetje met een carrière in het duistere discothekenleven en daarna kom ik, zaalleider van de bar, en mijn blonde tegenhanger in het restaurant. De situatie is als volgt: Alles is nieuw, de conventies zijn verdwenen, iedereen heeft een begrip van hoe het was, niemand weet zeker waar zijn verantwoordelijkheid begint en eindigt, de hotelmanager is boos en de meisjes huilen. Een nieuw koninkrijk dat fysiek en theoretisch vorm kreeg zonder dat iemand er voet in had gezet. Ingewikkelder krijg je het niet. Het zijn toch wel de conflicten die vastigheid geven aan de uiteindelijke structuur. …

Vraag maar aan Ruby

Twee negentienjarigen staren me aan. We hebben een doodstille lunch in de hotelzaal met een totaalaantal van twee tafels van twee. De manager heeft me gevraagd om mijn nieuwe collega’s in te werken en daar staan we dan. Alle kastjes zijn inmiddels schoongemaakt, alle koelkasten en het zout- en peper bijgevuld, de procedures hebben we zes keer doorgenomen en ik heb niets meer om ze bezig te houden. Het management heet me welkom in hun wereld. Wat dat in mijn geval inhoudt weet geloof ik niemand precies. Ze hebben het vaak over verantwoordelijkheid. Ik zeg tegen de nieuwelingen dat ze alle vorken op dezelfde manier in de bak moeten leggen en dat de kandelaar eigenlijk aan de andere kant van het buffet moet. En ja, het is mijn verantwoordelijkheid als zij de kandelaar toch links zetten, en dan denk ik, tsjah die kandelaar, voor mijn part zetten ze hem op de keukenvloer. Het is een lastige periode voor de bazen van het hotel. Ik geloof dat ze ergens in oktober aan de renovatie van het …

Vliegende kids, Adria en de Ijskoningin

Adria en ik hebben beide opstartproblemen op het werk en lopen blatend van vermoeidheid ’s avonds door het appartement. Niets kan ons redden behalve de reden die ons wederom naar Chamonix gelokt heeft: Skiën. Vandaag hadden we beiden de ochtend vrij en konden we een aanval maken op Les Grands Montets. De gasten spraken er al huiverend over, Grands Montets, de onvergefelijke ijskoningin. Als je bovenin valt glijdt je zo terug de lift in. Mijn chef-kok heeft zijn ijshockeyschaatsen mee naar de pistes genomen en laat elke dag het filmpje zien waarop hij schaatsend de helling afgaat. En dus was mijn eerste afdaling als vanouds onbeholpen, terwijl de kinderklasjes van Chamonix langs vlogen (letterlijk, door de lucht) en zich niet lieten beperken door het feit dat je niet kon remmen. Maar ik had een onverwoestbaar goed humeur en gleed rustig de pistes af (dwars). Na de tweede piste kon ik weer skiën (dat heb ik vaker geschreven, dat weet ik, maar zo gaat het nou eenmaal in mijn carrière op de piste). Adria maakte een …

De maan is ongelofelijk mooi

(en ik ongelofelijk moe) Driemaal raden wie er woensdagochtend op het rooster stond van mijn favoriete après-ski bar. Ik. En ik heb er vrijwillig voor getekend ook, letterlijk, nog geen dagdeel geleden. Ik heb netjes mijn graf gegraven en neem nu de grote aanloop. Vooruit, ik overdrijf. Het valt me zwaar, deze eerste dagen, en daarom is ook mijn gemoed wat zwaarder en zijn mijn opmerkingen wat overdreven. De aanslag fysiek is al aanzienlijk, het klimmen dat er nu opeens tussendoor moet, maar vooral mentaal sta ik voor een zware dobber. (Er zijn zwaardere dobbers, dat weet ik, dat realiseer ik me). Ik ben terecht gekomen in een hele gevaarlijke dynamiek met ontzettend gehaaide en ronduit venijnige collegaatjes (en werkgevers en gasten) waar ik mijn ontspannen pad in moet vinden. Het is ieders leven, dat bedrijf, ieders raison d’être, en ik… zal mijn best doen. Hoe deed je dat ook al weer, dat boeddhisme? Deze winter wil ik me voorbereiden op het toelatingsexamen van de Franse gidsenopleiding. Superleuk, veel skiën en klimmen, maar alleen op voorwaarde …

Schrijven over vriendjelief

Het is soms gevaarlijk om op mijn blog over Marcel te schrijven. Met een beetje google translate kan hij vrijwel alles volgen, maar ik weet dat hij daar geen zin in heeft. Hij heeft nooit expliciet gezegd dat hij het vervelend vindt als ik over hem blog, noch dat hij de inhoud van mijn teksten vertrouwt. Maar ik weet dat mijn eigen bereidheid om mezelf online bloot te geven niet voor hem hoeft te gelden. Daarbij ben ik de schrijver. Het is mijn representatie van hem, niet de zijne. Toch is het lastig om me ervan te weerhouden. Hij was mijn constante metgezel sinds de dag dat ik met hem was, we overleefden op vier vierkante meter, volledig veroordeelt tot elkaars aanwezigheid. Veel van mijn avonturen en levenslessen waren direct aan hem verbonden. De laatste maand leefde ik zijn leven in Olot, zijn vrienden, natuur, huishouden, ritme. Wanneer ik schreef over Catalonië, schreef ik over hem. En nu, omdat we van radicalen houden, heb ik geen idee wanneer ik hem weer zie. Twee veeleisende seizoenbanen, …