Volgens mij bevalt uw schaap
In de vallei van Champoleon lijkt de rivier van zilver. De bergen hebben alle kleuren van de herfst, behalve hun toppen, want die steken uit in winter. Door de velden op de vlakte rennen lammetjes in kleine kuddes achter elkaar aan, tussen hun grazende mammies door, in de warme gloed van de laatste zonnestralen. Mijn handen zijn koud. Als ik voorbij een boerderij fiets, met de wangen rood van inspanning en mijn rug nat van het zweet, kijkt een tandeloze boer me grijnzend na. Twintig seconden later trap ik abrupt op de rem. In het gras rechts van me ligt een gigantisch schaap op haar zijde. Uit haar achterwerk steekt iets geligs dat onmiskenbaar geboren wil worden. Ik stap van mijn fiets en staar het schaap aan, en zij mij, tot ik me realiseer dat die tandeloze boer nog in de buurt moet zijn. ‘Uh… volgens mij bevalt uw schaap.’ De kleine, bolle man met wollen pet en twinkel in de ogen sjokt op me af. Hij kijkt zijn veld in, zet zijn handen in …









