Een monster misschien
We vluchten. We zijn al op de vlucht voordat we onze voet de opdracht geven om een stap te zetten. We rennen en verstoppen ons achter klein geluk, oud geluk, elkaar, de natuur, pogingen om ongeluk te begrijpen, tijdverdrijf. We vluchten weg voor de realiteit, wat dat in ons geval ook mag wezen. Een monster misschien, een monster met gespreide kaken dat zit en wacht. Voor sommigen heet ‘ie leegte, absentie of bodemloos verdriet, voor anderen willekeur of zinloosheid. Mijn eigen monster is een angstaanjagende kleurrijke bol substantie waar ik geen raad mee weet, waar ik soms niet eens bij kan, waar ik dan maar naar staar wanneer ik niet vlucht. Sinds twee maanden ben ik bang voor de dood. Mijn trein schiet van de rails, mijn auto botst en mijn touw scheurt, bommen vallen en het klimaat verandert; nergens ben ik veilig. Want ik ben er nog. Ze zijn me wederom vergeten op te halen. Maar ook wanneer ik vlucht, ben ik bang. De dood aan de ene kant, het leven aan de andere …









