Author: Ruby Elizabeth

Zwemmen

Mijn badpak dateert uit de vijfde klas, gekocht omdat ik met een vriendinnetje op zomerkamp ging aan de oever van het Comomeer. Sindsdien heb ik niet meer echt een reden gehad om een nieuwe aan te schaffen, zelfs toen ik eruit kromp. Wanneer ik met mijn ex in de blauwe rivieren van de Catalaanse Pyreneeën dook was dat naakt of in ondergoed en bergmeren vind ik gewoon best wel koud.    Maar sinds Thibault op één of andere manier zijn energie moet kanaliseren en natuurlijk niet kan wachten op het herstelproces van zijn gebroken enkel, hebben we een abonnement op het zwembad genomen. Toen ik het toegangspasje in mijn handen hield, gehuld in mijn te grote badpak, met mondkapje, Crocs en spierwitte billen (een absoluut meesterwerk), bedacht ik me dat ik eigenlijk helemaal niet kon zwemmen. Ik kon misschien mijn kop bovenwater houden, maar de manier waarop ik van de ene naar de andere oever van het bad zou bewegen was ongetwijfeld verschrikkelijk. Het eerste wat ik leerde was hoeveel verschillende borsten, billen en buiken …

Xanax

Voor me zat een dokter die jonger was dan ik zelf. Die leeftijd heb ik inmiddels bereikt; de leeftijd waarop ik de deur niet meer uitga zonder zonnebrandcrème op mijn gezicht en mijn vrienden in staat blijken om huizen met tuinen te kopen (voor eventuele baby’s en een setje kippen). Ik zei tegen de dokter dat ik graag een verwijzing naar een psycholoog wilde en toen vroeg hij me om mijn symptomen te omschrijven. Dat hele omschrijven was misschien wel deel van het probleem, vooral als je opeens aan een onbekende jonge knaap moet uitleggen wat er precies aan de hand is. Ik vertelde hem dat ik graag berggids wilde worden en eindelijk redelijk dicht bij toelating tot de opleiding stond, maar dat ik in de praktijk soms dwars werd gezeten door een ongeluk van ruim een jaar terug. En dat ik over het algemeen nog steeds niet zo goed wist wat ik met dat ongeluk aan moest, het risico en de dood en zo, en dan nog die droom van het berggidsenbestaan. Ik moet …

Zonnebloem

  De zonnebloemen in de tuin zijn gek gemotiveerd om te groeien. Onze grootste torent inmiddels tien centimeter boven mijn hoofd uit. Het is haast een ervaring om zo naast een grote zonnebloem te staan. Ik hoop dat de stengel ook Bertrand ontgroeit, mijn buurman van twee meter die zich samen met ons over de groenten ontfermd en rondrijdt in een piepklein autootje waaruit zijn benen en hoofd steken (bijna). Thuis is het beste stekje. Want Fieke is mooi en ’s zomers, met haar bruine snoet in bloemenjurken, een klein Hollands sprookje in Frankrijk. Tigrou heeft tegen zijn wil een hond op bezoek gehad en circuleert sinds twee dagen alleen nog maar op hoogte, van de bank naar de kast naar de tafel naar het aanrecht en trekt daarbij een verongelijkt gezicht. Ik heb hem nog niet gezegd dat de hond vanavond weer op visite komt. Thibault heeft een soort plastic vervangbeen gekocht en wandelt daarmee over de zandpaden als een marsmannetje met uitsteeksels, alle wandelaars kijken hem na. Ikzelf loop af en toe door …

De investering moet meetellen

Als een grote, Italiaanse dinosaurussenfamilie Chamonix tijdens de examens als nest had gebruikt, dan was me dat niet persé opgevallen. De fysieke testen vormden het begin en einde van mijn wereld, de bergen waren eventueel ergens op de achtergrond aanwezig en ik was zelf slechts een lichaam dat moest presteren. Het lichaam heeft min of meer de prestatie geleverd, maar de euforie komt slechts af en toe bovendrijven, onverwacht wanneer ik bijvoorbeeld voor de toonbank bij de bakker sta en het roomtaartje met frambozen wel denk te verdienen. Misschien omdat er nog een groot examen te wachten staat en ik niet te vroeg wil juichen, misschien omdat het leven geenszins verandert blijkt nadat ik thuis ben gekomen (ik had eventueel andere kleuren en dimensies verwacht, Tigrou als giraffe en een droombaan in een strikje op de deurmat). Wat mijn blijdschap echter vooral de kop indrukt zijn de herinneringen aan het verschijnen van de beruchte lijst in de aula waarna we ons realiseerden wiens naam erop ontbrak. Natuurlijk was het geen lijst van leven of dood, …

Een klein feestje voor nummer 47

Maandagochtend zaten we met 106 bloednerveuze kandidaten in het amfitheater van de ENSA. Ze gaven ons hesjes met een rugnummer en uitleg over het eerste examen van de week: Oriëntatie. Die avond zaten we er nog maar met 71. De balises die we moesten vinden hadden in nestjes dicht bij elkaar gelegen en veel kandidaten hadden zich vergist. De volgende dag reisden alle 71 af naar Ablon, een prachtig klimgebied richting Annecy waar onze harten een voor een explodeerden van zenuwen. Met trillende armen en benen klommen we onze examenroutes, soms klonk er een schreeuw van een vallende ziel. De gevallen zielen stonden die avond niet op de lijst. Woensdagochtend renden 49 kandidaten door de granieten blokken van Plein Joux. Op bergschoenen klommen we gemene plaatroutes en eventjes dacht ik zelf weg te glijden, maar nee, ’s avonds hing mijn naam nog steeds in de hal van de ENSA. En toen was ik moe. Met de overgebleven horde liepen we donderdag naar Glacier du Tour om de juryleden onze kunsten in het ijs te tonen. …

Week 7: De wonderlijke wereld van een zomerse wintersport

Het is 26 juni, zeven uur ’s ochtends. Met de ramen open rijden we langs het Lac du Chambon. De bergen zijn groen, de lucht is warm. Nieuwsgierig tuur ik in de verte, op zoek naar onze bestemming van deze ochtend. Ze hadden me gezegd ‘kijk goed om je heen, Ruby, het is nog eens wat’. We rollen langzaam Les Deux Alpes binnen en ik geef ze gelijk. Het is bijzonder lelijk. Het dorp, als het zo te noemen valt, bestaat uit een enorme verzameling appartementencomplexen met brede asfaltwegen, parkeerplaatsen en betonnen liftstations. Rechts gapen beige gaten in de flank van de berg, recent opgevuld met nog meer appartementencomplexen, links zie ik slechts opgedroogde skipistes. De hele berg piste, alsof ze er een gestreepte deken overheen hebben gelegd. We halen onze ski’s uit de kofferbak en stappen in een lift, die ons takelt over eindeloze lappen gras, over puinhellingen waar bulldozers de bergen zonder concessies op skiërs hebben aangepast, over het begin van een gletsjers die inmiddels de naam draagt van het skistation. Daar treden …

Week 6: Chamonix II (Samen)

Thibault deed een parcours in het ijs en stond plotseling voor een gigantisch gat in een sneeuwbrug. Hij besloot naar de overkant te springen en landde op een steen die enigszins verstopt onder de sneeuw lag. Zijn enkel klapte dubbel en zwol op, een helikopter vloog hem naar het dal. In het ziekenhuis zagen ze aanvankelijk niets, maar twee dagen later toonde de scanner een breuk in het sprongbeen. Een operatie, twee maanden met de poot omhoog en nog eens drie maanden revalidatie. Nu ligt hij op bed met een lichaam dat tot in de puntjes afgetraind is. Ook mijn lichaam is tot in de puntjes afgetraind. Klaargestoomd voor de blokken en het ijs, de wanden en het oerwoud van de oriëntatietest, hier presenteert de Hollandse zich aan de ENSA met een blonde staart, een stadsvoet en een Frans vriendje dat schittert in absentie. Week zes deed me aanvankelijk goed. Het gekip-zonder-kop in het bergterrein beheerste ik eindelijk genoeg om er een dosis plezier uit te halen die me deed vergeten dat ik eigenlijk geen …

Week 5: Chamonix I (Essay de Thibault)

Omdat ik zelf een klein beetje moe ben dit weekend, heb ik mijn (Franse) vriendje gevraagd om het verslag van de eerste week in Chamonix te schrijven. Die is geschreven in het… Frans. Voor mijn Franstalige lezers zal het dit keer makkelijker zijn om mijn blog te ontcijferen (onze Donald Duck taal valt niet mee), mijn Nederlandse lezers verwijs ik voorlopig naar Google Translate – tot ik zelf de energie vind om de tekst van Thibault te vertalen. Nog een extra kijkje in de gekte van de CRET kunnen jullie vinden op de blog van Theo, mijn cursusgenootje. Klik vooral even op de video, die geeft de uitdaging van afgelopen week goed weer: Ijs. Semaine 5: Chamonix I Treize jours, douze heures et 127 minutes. Il pourrait s’agir d’un nouveau titre de ces livres français rouges, ceux de la littérature alpine. Rangé à côtés de celui de Desmaison, de la trace de l’ange, et du bouquin alpino-romantique d’Isabelle Bonnet. Les héros sont ici une GoreTex trouée, une paire de chaussette et de moi-même, c’est l’histoire …

Week 4: Verdon

Een paar schapen zou ik wel in mijn tuin willen hebben. Een atelier in huis, een houten tafel en rozen op het terras. Meer hoeft eigenlijk niet. Tigrou die zich uitstrekt op een witstenen muur misschien, een gitaar en een piano zonder publiek. Waarom ik me terug zou moeten vinden middenin het onweer op 300 meter hoogte bungelend aan een touw, weet ik niet. Ze zeggen dat je soms dingen moet doen die je niet leuk vindt om een groter doel te bereiken, maar daarboven aan de muur geplakt met die afschuwelijke diepte onder me en het flitsen en donderen boven me vervloek ik mezelf en elke beslissing die ik eens heb genomen. De week in Verdon zou niet gemakkelijk zijn. Als ik er had mogen rondlopen en filosoferen, dan was ik er misschien nooit meer weggegaan, want de witte, 400 meter hoge wanden die aan beide kanten boven een felblauwe rivier uittorenen zijn niet helemaal van deze orde; de Verdon heeft ongetwijfeld hulp gehad van een klein gezelschap goden om zulke kliffen uit te …

Week 3: Spleet

Tijdens zijn loopbaan als gids heeft hij alles gebroken behalve zijn hoofd, zegt mijn opleider. Vier jaar geleden nog bracht hij zijn hele onderstel aan puin, als klap op de vuurpijl, niemand had gedacht dat hij het zou overleven. Aan het andere uiteinde van het touw bindt hij zich in. Een knappe zestigjarige met een paar felblauwe ogen in een bruin, gerimpeld gezicht, een klein gespierd lichaam in een wijde klimbroek. We zijn in Annot, tussen rotsen van draken of reuzen of pinguïns, en staan aan de voet van een veertig meter lange spleet. ‘Hebben al die ongelukken mentaal niet het een en ander aangericht?’ vraag ik hem voordat hij zijn vuisten en voeten in de spleet wurmt. ‘Nee. Eigenlijk niet.’ Met de souplesse van een twaalfjarige, of een zestigjarige die zich regelmatig thuis voelt in 8b’s, klimt hij de spleet omhoog en land vijf minuten later onaangedaan terug op de grond. ‘En jij?’ vraagt hij. ‘Hoe gaat het met jou en het ongeluk van vorig jaar?’ Ik kijk verbaasd op, want hij is de …