5-12-2015
Ik werd wakker in de bus van een drietal Spanjaarden. Ze reden me van Barcelona naar Albertville en dumpten me bij het station met een backpack die te zwaar was om in één keer over mijn schouder te slaan. Gebogen onder het gewicht van een dirtbagleven liep ik naar het café aan de overkant van de straat. Groepen veertigjarige mannen kleefden aan de bar en lieten hun ogen me volgen naar mijn tafel. Ik verbond mezelf met het internet. Tussen de facebookfelicitaties en mails zocht ik naar de bevestiging van een kamer, of in elk geval iets waar ik kon overnachten, en werd hinderlijk gestagneerd door een Frans vrouwtje dat zich ongemakkelijk voelde tussen al die mannen en daarom comfort zocht bij de enige andere vrouw in de ruimte. Ik hoorde over haar kinderen en haar kleinkinderen en alle zo vreselijk ontspannen mensen in een stad die ik lang vergeten ben en dacht: Hoe kan ik me nu ontspannen?
Be careful what you wish for ‘cause you just might get it. Ik geloof dat het een bekende uitspraak van deze of gene is, tot mijn schaamte ken ik het alleen van een nummer van de Pussycatdolls. Ik wenste het leven meer autonomie toe. En daar zat ik op mijn verjaardag: Alleen het leven bepaalde waar mijn feestje op uit zou draaien. Zelf had ik geen idee.
Ik zwierf een tijdje besluiteloos door Albertville, en als mijn tas niet zo zwaar was geweest had ik misschien mijn tijd in het dorpje doorgebracht. Ik kon onmogelijk negeren dat ik die bulk met spullen ergens kwijt moest voor de nacht. Laat staan mezelf. In een tweede café stippelde ik mijn route uit naar Chamonix en in een derde scrolde ik nog een keer door de internetpagina’s. Het is merkwaardig hoe verbonden je je kunt voelen op de eerste dag van je vierentwintigste jaar zonder dat er iemand significant in de buurt is.
Internet.
Ik kreeg gemakkelijk een lift naar Ugine. En tegen de tijd dat een tweede lift me oppikte in de richting van Mégève realiseerde ik me dat ik praktisch langs mijn boerin (WOOFF2015) kwam en dus stuurde ik haar een berichtje. Nadat ze klaar was met haar unstressing hypnosis technic (?) zou ze tijd voor me hebben.
Om de tijd door te komen kroop ik in Notre Dame de Bellecombe wederom achter het internet. Ik nam een thee van 3,60 en verwelkomde mezelf in het achterlijk dure wezen van het skidorp. De velden voor me lagen deels onder sneeuw en toch kon ik in mijn hempje op het terras zitten. Spanje vrat zachtjes aan mijn hart en de bergen bleven op afstand, maar ik was niet ongelukkig. Ik was eerder in een constante staat van verbazing en onderdrukte vermoeidheid en zag de facebookpagina’s voorbij glijden zonder dat de gezichten tot me doordrongen.
Een uur later zat ik bij de boerin op de bank en lag haar hond languit op mijn schoot terwijl hij probeerde mijn hoofd eraf te likken. Ik liet mijn hand over zijn vacht gaan en zonk even weg naar Siurana, de oranje rotsen en het gelach van mijn oprechte maatjes. De ringtone van de Boerin haalde me terug. Een vriend van haar zou die nacht in de boerderij overnachten, maar had de bus gemist en vroeg haar hem op te halen. De boerin gaf hem twintig minuten om een zelf lift te regelen en als het écht niet lukte zou ze hem komen oppikken, waar het ook was dat hij was.
Hij was in Ugine.
En zat keurig aan zijn derde biertje toen wij aan kwamen rijden.
Ik schoof naast hem onder het TL-licht van het lelijkste café van Savoie en realiseerde me dat mijn Frans een stuk beter is dan mijn Spaans. Hij was ook een dirtbag, maar dan een die zich schuilhoudt in de maatschappij. Ik zou de late uurtjes van mijn verjaardag ingaan met een zwerver. Een echte.
We dronken biertjes en aten pizza, en tot mijn eigen hilariteit werd de ruimte vrijgemaakt voor een verjaarde Franse punkrockband met een rood aangelopen en half ontblootte leadsinger. Hossende boeren en tandeloze locals zweepten me op en namen me mee op de plastic dansvloer. Rond elven belde mijn moeder me en god, wat had ik graag dat gesprek op tape gehad.
Ik kon haar gelukkig verzekeren van een verblijf bij de boerin.
Rond middennacht voelde ik de spanning uit mijn lichaam vloeien. Ik lag onder de dekens in het kleine bed onderin de boerderij, de liefste zwerver ooit in een eigen bedje naast me, en vocht tegen mijn slaap om op zijn minst een paar relevante gedachten naar boven te krijgen.
Ruby, je bent vierentwintig geworden, wat vind je daarvan?
Maar ik sloot mijn ogen en sliep.

Ik woon tegenwoordig in het busje van een vriend op het parkeerterrein van Siurana. Vlak voor de ruïne van het kasteel ligt een stoffig terrein met de mooiste zonsopgangen – zeggen ze – waar in het weekend toeristen hun auto’s dicht tegen elkaar frommelen en door de week klimbums met busjes een klein dorpje maken.
Het was de eerste weken warm voor het seizoen. Sinds een paar dagen duikt de temperatuur ’s nachts door de nul en moeten busbewoners het vorst van hun ramen schrappen voor ze naar een klimgebied rijden. De wind weet zich langs alle rotsen te wurmen en slingert topropers ver uit hun routes als ze eenmaal zijn gevallen. Buiten is een no go wanneer de zon zich terugtrekt en de projecten zijn uitgeklommen of gepauzeerd. Winter in een warm land forceert iedereen ’s avonds naar dezelfde cafés waar de gesprekken van die ochtend voortgezet worden en nog eens wordt doorgezeken over de pijn in de vingers.
Elke dag wordt ons stukje natuur meer als een huis. We hebben een keuken tussen opgestapelde bakstenen, twee tentzeilen slaapkamers, een huiskamer op de rots, een vuilnisbak en een boom waarin de klimspullen hangen. Onze klimvrienden weten waar het is en omdat ze allemaal fluiten of neuriën hebben we een natuurlijke deurbel.
De eerste dagen hier was ik zo overdondert door de schoonheid van de natuur en dat kleine dorpje, dat ik nauwelijks een gedachte heb besteed aan iets dat zich buiten het moment afspeelde. De meisjes vroegen veel aandacht en het klimmen nam het grootste deel van elke dag in beslag, dus heel veel meer dan het moment was er ook niet. En de brute eenvoud van het leven maakte elke diepere gedachte een beetje gekunsteld. Eten, klimmen en slapen, soms zingen of dansen of praten.







