All posts filed under: Blogs

Routes

Ik wilde een 7a intikken. Nu wil ik dat niet meer. Ik kan slecht formuleren waarom, maar ik ben moe van het niveaugebeuren. Ik wil er niet meer de nadruk op leggen, ik voel dat het de reden waarom ik klim verdringt. Ik wil mijn klimmen reduceren tot mij en de route, of opblazen tot mijn mentaal en fysiek, de vrienden, de mooie lijn, de natuur, avontuur, daadkracht enzovoort. Maar ik wil daar geen prestatieladder doorheen hebben lopen. Ik heb tien jaar lang op het hockeyveld (gedacht te) moeten presteren en precies daarom gefaald. Ik hoef me niet meer op dat terrein te begeven. Klimmen heeft de krachtige magie me volledig op te nemen om precies die activiteit die het is. Het sociale construct van klimniveau is misschien leuk als competitieve hobby ernaast, handig bij de verwijzing in een hal en interessant als vage richtlijn voor de training.  Niets meer dan dat. Sinds ik dit alles heb vastgesteld moet ik er een aantal denkgewoontes uitrammen.  Het checken van de kaartjes van wat iemand klimt, bijvoorbeeld. …

‘Mam, zullen we de K2 opfietsen?’

Het zal niet de eerste keer zijn dat ik mijn moeder een ingrijpend voorstel doe. De laatste keer vroeg ik haar of ze samen met mij een huis in de Alpen wilde bouwen. Ik wacht nog steeds op een antwoord. Maar nu, dit voorstel is iets anders van karakter. Mijn moeder is niet vies van een uitdaging, maar ik twijfel of ze de aard van de K2 kent, en wanneer ik haar inlicht is haar deelname, schat ik in, vrij onwaarschijnlijk. Ik moet zeggen dat ik zelf ook mijn twijfels heb. De haalbaarheid van het voorstel hangt volledig af van de interpretatie ervan. De volgende drie opties kunnen worden onderscheiden: 1. De K2 opfietsen: We beginnen onderaan en fietsen het hele traject naar boven. 2. De K2 opfietsen: We gaan naar de voet van de K2, zoeken een zeer licht overhellend stuk, en fietsen daar een meter of twee naar boven. 3. De K2 op fietsen: We stappen een meter van de top op de fiets en fietsen de K2 op. De gehele K2 opfietsen …

Aan de Wandel

Juni. Een maand, zo blijkt, om vrij in te vullen. Ik heb mijn studie alweer verpest, dus begin juli moet ik terug naar Amsterdam voor een herkansing. Misschien geen groot kwaad, in een periode van drie maanden waarin ik mijn huishouden en vuile was op mijn rug meedraag. Normaal wil ik alles, en kan niets. Nu wil ik nog steeds alles, maar blijkt dat ik geen idee heb wat dat alles allemaal is. Want de wereld van avontuur is immens groot en eigenlijk wil ik geen keuzes maken. Misschien trek ik mijn D-schoenen aan en wacht ik tot ze aan de wandel gaan. Wat betreft bergbeklimmen is het in elk geval problematisch dat ik boeken lees van allerlei überalpinisten die me inspireren tot beklimmingen ver boven mijn niveau. De Pied-a-Terre heeft me nog niet kunnen voorzien van avonturenromans met lulhannisje in opleiding als hoofdpersoon (Deel III: Het tragische verlies van stijgijzer tijdens eerste PD+). De routes die ik ken lopen over de Grande Jorrasses, Eiger en Annapurna. Toch mis ik de ballen van een jonge Kirkpatrick om me …

De Mug

Vroeger liet ik ’s nachts mijn raam open, maar toen ik in de Pijp kwam wonen leerde ik die gewoonte af. Er was altijd een dronkenman op straat die liederen zong met de bakstenen van mijn huis. Ruzies ontstaan in het café tegenover werden tot ver na middernacht uitgesproken. Auto’s bleven komen en gaan en ik vroeg me af waarheen, welke afstand binnen Amsterdam niet te fietsen viel. Het was altijd lawaai. Hier op Siboga heerst rust. Nu het buiten warm is schuif ik mijn ramen open voor ik onder de dekens kruip en hoor ik hoogstens het gedender van een trein in de verte. En het gewapper van een mug. Eerst op afstand, nauwelijks te onderscheiden van stilte, en dan dichterbij. Ik voel een windvlaag langs mijn gezicht en de landing van vier minipootjes op mijn wang. Ik schud mijn hoofd om de mug af te schrikken. Het is weer stil. Net wanneer mijn gedachtes door elkaar gaan lopen hoor ik het gewapper weer. Ik maai een aantal keer wild in de lucht om …

Dooie Mus

Het leek een mooi bericht vanuit de Oberwalderhütte, die email waarin ze me vroegen of ik zelf skispullen had. Nee,die had ik niet, maar ik had toevallig wel een skidroom en op die toon reageerde ik. Ik zag mezelf leren skiën op de flanken van de Gross Glöckner en dacht steeds: ‘Pfff… dat is wel héél vet’. Achteraf niet verbazingwekkend, maar al snel reageerden ze met de hoop dat ik ergens anders aan de bak kon komen, want met de recente sneeuwval had ik daar als onervaren skiër weinig te zoeken. Shit. Dooie mus. Ik heb mijn banen opgezegd, mijn kamer onderverhuurd, juni vakkenvrij gehouden, Duits gestudeerd, cursussen afgezegd en met name die vier weken ‘arbeiten’ rotsvast in mijn hoofd gefantaseerd. Goed kut allemaal. Maar na een sigaretje en een diepe zucht bleek ik in staat om juni razendsnel met alternatieve plannen in te vullen. Misschien dan toch naar Lake District. Wous de bergen in jagen. Iets eerder optrekken met mijn Wellnessmaatjes. Op fietsbezoek bij een vriend in Slovenië. Duizend lengtes multipitchen, wezenloos projecten, routes volrammen …

Ik wil niet dat er donsjes uit mijn donsjas ontsnappen

Een kleine aanvulling op De mode van outdoor Laatst klom ik een emotioneel zware route op een wand gelegen achter een boel groene begroeiing. Het suikerniveau in mijn bloed was na afloop zodanig geslonken dat ik een vreemd energetische ‘up’ kreeg. Ik was roekeloos en irrationeel. Mijn dure, dure dons hing om mijn schouders terwijl ik door de bosjes rende. Een tak met scherpe doornen, boosaardige tentakels, greep zich in haar vast en mijn hart brak. Het is niet het bestaan van zulke takken, wat mijn materiaal bedreigt. Het is mijn eigen beschermend vermogen, in klimcontext immer fluctuerend. Als ik maar moe genoeg raak kan het hele ‘zorgvuldig met materiaal omgaan’ me ofwel geen moer schelen, ofwel buiten mijn rationele vermogens liggen. Terwijl ik nu verdrietig naar al mijn beschadigde pareltjes kijk vraag ik me af hoe wijs het voor mij is nogmaals aan dergelijke investeringen te gaan. Ik wil niet dat er donsjes uit mijn donsjas ontsnappen. Ik wil geen water rond mijn slaapzak en geen butsen op mijn helm en geen krassen op mijn bril en …

Begaan

De rots ziet er onbegaanbaar uit. Ik lees veel over rotsen die er onbegaanbaar uitzien, rotsen waar ik over lees zijn altijd deel van de onbegaanbare selectie. Zou er anders over geschreven zijn? Rotsen die ik eerder beklom ontleenden hun begaanbaarheid aan hakenreeksen of zichtbare eenvoud. Maar deze rots is anders. Glad, treeloos,  een kleine crack in het midden waar misschien net een hand in past. Geen haak.  Als de rots geen route rijk was, uitgetekend en gewaardeerd in de topo, zou ik nooit de gedachte hebben gehad hem te beklimmen. Nu sta ik eronder, zwaar van materiaal en donkere, onbegrijpelijke keuzes. En vervolgens bega ik de rots. Eerst boulder ik naar een bandje, daarna plaats ik een cam zo hoog als mijn uitgestrekte tenen me brengen, en dan klim ik omhoog. Hop, hop, hop. ‘Als je zoiets kan beklimmen’, denk ik beneden… Als zoiets onbegaanbaars beklimbaar blijkt, hoe begaanbaar zijn dan al die bergen? (Kleine kanttekening: De rots was relatief onbegaanbaar, in de context van mijn klimvaardigheid, maar in vergelijking met ’t kaliber rotsen van …

Rennen

De tijd vliegt en ik ben nog nauwelijks door de naamvallen heen. Ik nodig vreemde mensen uit om mijn kamer te bekijken, mijn spullen en veiligheid potentieel het hunne,  terwijl ik de taal van mijn nieuwe onderkomen nog amper beheers. Ik maak paklijstjes en ik gooi ze weer weg, want weet-ik-veel wat ik nodig zal hebben, drie maanden lang, overal. Ik fantaseer en ook mijn fantasieën loos ik, de toekomst ontzien van gewoon geworden verwachtingen. Het enige dat aanhoudt is mijn rennen. Rennen door de Molukkenstraat, parallel aan de sloot, door het Flevopark en over de kade langs het Nieuwe Diep, onder het geroffel van bouwvakkers en tollende kisten, rennen over de smalle brug en een vreemde verlaten kaarsrechte weg langs voetbalvelden en clubhuizen, rennen door het bakstenen en smetteloze Ijburg, rennen over de brede brug langs het rumoer van een café, en weer de smalle brug, rennen langs het USC, voor en achter tientallen anderen, rennen tot aan huis. Mochten Oostenrijkers hele nare mensen zijn die gekrenkt worden door Duits gemurmel, en mochten Fransen me toegang …

Oberwalderhütte

Gedurende juli en augustus plunder ik vakkundig mijn rekening. Het hele jaar spaar ik grote bedragen (een soort van) en vervolgens verkwist ik ‘t in absurd korte tijd aan milkataarten, treintickets en campingplaatsen. Spontane BBQ’s, mountainbikehuur en warme chocolademelk. Nu heb ik het voor elkaar gekregen juni vakkenvrij te houden en moet ik mijn spaarrekening over drie maanden verdelen. Ik kan bivakkeren wat ik wil, maar als ik enigszins ruimte voor spontaniteit wil inbouwen ga ik het van de zomer simpelweg  niet redden. Dus ben ik opzoek gegaan naar werkgelegenheid in de Alpen: De berghut. Het Vielen Danke en Gutte Morgen Liebe Leute van de Wiesbadenerhütte klinkt nog vers in mijn geheugen en toont me dat je schijnbaar heel vrolijk op hoogte geld kunt verdienen. Maar dan wel, liever, mooier, in het Frans. Ik vertoefde me op het internet en kwam er weinig optimistisch vandaan: de combinatie van mijn Frans en Google Translate was slechts toereikend om  de populariteit van de hutten en de eis van volledige taalbeheersing aan me duidelijk te maken; de rest van de …

Mooi Plaatje

Laten we even stilstaan bij de wereld. Niet bij de lelijke wereld, want we beseffen ons allen dat onze confrontatie daarmee geen stilstand benodigd. We kunnen bewegen en dan botsen we er vanzelf tegenaan. Laten we stilstaan bij de mooie wereld. Die van de zon die over grijze daken piept en kleine Chiwawa’s die over straat hobbelen alsof ze nooit misplaatst zijn. Die van denkende mensen die plotseling moeten lachen en lelijke stelletjes die de allermooiste plaatjes maken. En nu kunnen we weer verder.