All posts filed under: Blogs

Doe voorzichtig

Ik schrijf niet zoveel op het moment. Dat komt omdat elk onderwerp dat ik aansnijd, telkens leidt tot allerlei zware kwesties. Wie ben ik en wat doe ik en wat zou ik moeten doen. Mijn nu zit tijdelijk verweven in de problematiek van een heel leven, maar alleen  omdat mijn denken in een bepaalde modus is gesprongen. Voor mij is het vermakelijk, de stukken die ik schrijf lijden eronder. Modus Lyon. Het was eerst tamelijk onschuldig, meer als een traag naderende droom, zo traag dat ik hem niet kon zien bewegen. Als ik nu een nieuwe jaaragenda zou kopen, zou de verhuizing op een van de eerste pagina’s komen. Ik schrok me de pleuris toen mijn baas laatst zei ‘dus je neemt ontslag’, als reactie op de vage uiteenzetting van mijn plannen aan het eind van een werkdag. Ik krabbelde nog wat terug, zei dat ik niet zeker wist of ik mijn bachelor wel zou halen en dus weg kon gaan. Op weg naar huis was ik overstuur. Naarmate de winter vordert zullen dat soort …

Regenbroek

Ik sta in de metro, met vingers geklemd om de paal. Boven en onder grijpen andere handen. Het is spits en het ruikt naar natte mens. De pijpen van mijn regenbroek slepen over de grond als ik mijn balans zoek tussen andermans voetstappen. We staan te dicht op elkaar. Ik zie poriën en ongemak, trek me terug in mijn sjaal. Het naderen van 2015 brengt me buiten mezelf. Telkens op een klein afstandje, nu in de metro, straks op het perron, dan weer in de collegezaal. Lyon ligt stil in mijn toekomst. Ik klamp me vast aan momenten die elkaar willekeurig opvolgen, het ene na het andere. Het Amsterdamse tegoed wordt schaarser met de dag. Ik houd zoveel van mijn vrienden dat ik me afvraag of ik niet juist afstand moet nemen, in plaats van het krampachtig waarderen dat ik nu doe. Ik twijfel of ik mijn familie zo ver wil hebben. Nu juist heb ik het zijn in de bergen nodig om te bepalen wat belangrijk voor me is. Om hun me te laten realiseren …

Kapitein

Het flitst en het dondert. Ik loop heen en weer achter de bar van Monk en zie het resultaat van noodweer binnendruppelen. Kleurrijke maar zeiknatte figuren, alles behalve verslagen, eerder opgelucht of trots dat ze zo mans zijn geweest om de fiets te pakken. Het Ij licht tientallen keren op. Schijnwerpers voor het onrustige water en de bewegelijke begroeiing op de kade. Het is laat op de avond. Voor een keer zijn de duizenden gele vierkantjes aan de overkant secundair; plassen schitteren op de stenen van de parkeerplaats, gebogen bomen betrapt op hun zwakte. De regen klinkt in de zaal, niet in het getik van druppels, maar in het ritme van de vloed die met krachtige vlagen op het dak stort. Een vrouw loopt binnen. Ik praat tegen een rondje van bleek hoofd, de rest verbergt ze achter een huls van plastic waar de storm nog vanaf druppelt. Ik vraag haar hoe ze het heeft overleeft en ze zegt me dat het even spannend was of het pontje wel zou gaan. Zij gaat boulderen, mijn fantasie …

Het Donker van de Herfst

Het koste me vandaag zeker acht uur om wakker te worden. Ik kwam uit bed rond een uur of zeven, en pas bij het vooruitzicht naar een sloot koffie (zoals mijn moeder dat zegt, ik weet niet of dat echt een uitdrukking is) in de namiddag voelde ik een koppeling met de realiteit. Het meest scherpzinnige dat gedurende dit loze tijdsbestek in me opkwam, was de vraag naar het waarom achter mijn terneergeslagen wezen, maar ik was te duf om naar antwoorden te zoeken. Nu dat er weer geluid tot me doordringt, iets moois in de ogen van passanten leeft en kleurrijke toekomstbeelden mijn gedachten bereiken, zie ik geen heil meer in het beantwoorden van die vraag. Verkeerde been uit bed, volgende keer het juiste kiezen. Er is iets vreemds aan de hand. De bladeren van de bomen kleuren en fladderen bruin en geel door de lucht. De wind zoeft door takken en drijft gekamde haren uit elkaar. Kinderen dragen gekleurde plastic laarsjes. Ik wou dat ik een eigen kind had om gekleurde laarsjes aan te trekken, want …

Knoopje

Een open gletsjerspleet was oncomfortabel, omdat het gapende gat een zuigende werking had op ons nieuwelingen, alsof we elk moment erin konden springen zonder dat we daar controle over hadden. Gedachteloos stappen we er nu overheen, blij dat we ze zien. De gletsjerspleten die zich verschuilen onder een dun laagje sneeuw, dat zijn diegene die ons zorgen baren. De stenen in de sneeuw onder een steile wand; onbewust voelen we even aan onze helm. We kennen het gevaar achter onschuldig ogende sneeuwveldjes. We weten van sneeuw en lawines. De balans in ons gevoel van comfort is in de loop der jaren getraind en afgepast. Zorgvuldig hebben gidsen bepaalde impulsen afgezwakt en aangesterkt. Abseilen Julien (gids) verbaasde me om zijn gedrag rondom afdalen tijdens  tochten op de Welnesscursus. Hij benadrukte keer op keer dat we snel moesten leren afklimmen en tevens zo ver mogelijk, zodat we ons pas wanneer echt nodig, keerden tot de rappel. Wanneer een rappel in het zicht kwam voelde ik de sfeer betrekken. Welke rol wij ook hadden bij aankomst, zij het …

Waarover nog meer

Het gaat over de autoritten richting de Alpen die brandstof genoeg hebben aan alleen onze adrenaline. Het gaat over kleuren, de kleuren van de bergen en van de opkomende of ondergaande zon, van de ogen van mijn klimpartner, het enige dat tussen lagen kleding van hem of haar zichtbaar is. Het gaat over de bibliotheek op stoffige planken achterin de eetzaal, met tijdschriften die uitkwamen ver voor ik geboren ben, Nederlandse en Duitse stationsromannetjes, een paar schunnige strippen, plaatjesboeken van C.A.F. en S.A.C. en informatieboeken over rappels en techniken in den (der? dem?) Alpen. Het gaat over de sokken van mijn ouders over de rand van het balkon van een berghut en touwen die absurd waardevol zijn als mijn vrienden eraan verbonden zitten. Het gaat over het verliezen van de weg en verfrommelde vochtige kaarten, over uren van verveling en het gegil van screaming barfies. Het gaat over sterke drank die als een razende naar onze kop stijgt en verlopen bergmonumenten met een leren huid en liters bier op houten bankjes, onaangeraakt, of juist verwoest …

Proxi

Het lijkt op een supermarkt, maar het is iets anders. Werknemers zien eruit als klussers, en het gebouw als geklust, niet gebouwd. Je struikelt over producten en waggelende kinderen. Ijsjes en Snickers halen ze uit grootverpakkingen en verkopen ze per stuk (not for resale, luidt de tekst op de papiertjes). Vergeelde bergmarmotknuffels en opgekrulde ansichtkaarten verdringen elkaar binnen wankele stellages. Grote, foute klassiekers staan op repeat van ’s ochtends vroeg tot sluitingstijd. Overal hangen geplastificeerde aanbiedingen in dezelfde kleurrijke lettertypes die je op de basisschool voor werkstukken gebruikte. De deals zijn verleidelijk, lachwekkend en zorgwekkend, met halve kippetjes en friet voor vijf euro, en meloenen zowel voor twee euro als voor vier euro  (als ze hun eigen acties niet goed bijhouden). Voor de winkel ligt een plastic terras waar je als klant je boodschappen opeet en ondertussen bediend wordt door een lief en gestrest meisje met een laag decolleté. Het befaamde ontbijt (de ontbijtdeal, het Proxiontbijt) bestaat uit een donut, rozijnenbroodje, croissantje en/of chocoladecroissantje, en/of sinasappelsap of koffie (grand of espresso). Voor twee euro verzamel je …

Bloggen

Ik lees mijn eigen blog door en ik vraag me af in hoeverre ik het nog ben, die voorgaande teksten schreef. Ik twijfel of ik mijn eigen woorden interpreteer zoals ik ze toen bedoelde. Ik vraag me af of in die twijfel mijn ontwikkeling zit; als ik het verschil in interpretatie zou kunnen formuleren, dat ik zwart op wit zou hebben hoe ik ben veranderd in de afgelopen jaren. Ik schrijf veel. Ik heb een reeks dagboeken vanaf mijn tiende tot mijn twintigste en in elk afzonderlijk staan de gedachteconstructies van dat moment.  Letterlijk constructies, ik was altijd aan het timmeren, vastleggen, aanpassen, organiseren. Mijn brein was een bouwpakket.  Nu richt ik nooit meer woorden zo strikt naar mezelf, maar formuleer ze toegankelijk voor andere mensen. Misschien ben ik door het schrijven van mijn blog wel toegankelijker gaan denken. Misschien is mijn brein gedisciplineerd in de structuur van mijn schrijven aan de buitenwereld. Het kostte me moeite om mijn eerste paar blogs openbaar te maken. Ik was bang dat mensen mijn schrijfstijl niet zouden waarderen, …

Vuurwerkbanen

Voor het eerst ervaar ik mogelijkheden als een kwaad. Sinds ieder voor zijn eigen kiest, lopen onze paden als een vuurwerkbanen de ruimte in. In onze vriendschap ligt besloten dat we elkaar de vrijheid gunnen, en daaruit volgt de verplichting dat we iets met onze eigen vrijheid doen. Want zodra we zelf onze gang niet gaan omwille van de ander, zal de ander de verplichting voelen ook zijn of haar gang niet te gaan omwille van onszelf. Waar vriendschap de ander opdraagt ons juist onze vrijheid te gunnen, kan die nu onze vriend niet meer zijn. We moeten dus wel ons eigen pad volgen, mocht onze vriendschap ons iets waard zijn. Dus maken we vrijuit onze keuzes. We denken lang na en slaan links of rechtsaf. Tot we uitzoomen en slikken bij het zien van onze paden, die zich verder en verder uitstrekken. De ruimte in: Europa, Afrika, Zuid-Amerika, Australië. De ruimte in: verpleegkunde, politiek, alpinisme, pedagogiek. De ruimte in: Daar waar de mogelijkheden het toelaten. Dat blijkt het hele spectrum van de wereld te behelzen …

Geroezemoes

Een lange broek, een hemdje, een lang shirt, een trui, sokken en schoenen. Een jas. De zon mag best blijven, maar doe me ook een wind. Kou die langs mijn gezicht strijkt en een weg zoekt langs mijn sjaal. Gele en rode bomen, blaadjes die het grijs van de straten warmer maken. De hitte dwingt een korte broek af, maar ik zoek juist naar de bescherming van een lange broek. Naar iemand die over mijn rug wrijft om mijn rillen te stoppen. Geraas dat inbeukt op het huis, tijdens  lange, duistere nachten. Warme chocolademelk en kaarslicht, geroezemoes en dikke dekens. Het probleem is; de belofte van deze warmte is vals. Ik voel haar op mijn huid, maar ze kruipt niet in mijn hoofd. Ik ben niet verliefd. De bergen zijn ver. Er valt niets te beloven, niets dat niet al geweest  is en als een betoverend verhaal in mijn herinnering leeft. Dus nu zweet ik me rot, in kleding die niet past bij het weer, het weer dat niet past bij mijn gemoed. Ik wil …