Kapitein

Het flitst en het dondert. Ik loop heen en weer achter de bar van Monk en zie het resultaat van noodweer binnendruppelen. Kleurrijke maar zeiknatte figuren, alles behalve verslagen, eerder opgelucht of trots dat ze zo mans zijn geweest om de fiets te pakken.
Het Ij licht tientallen keren op. Schijnwerpers voor het onrustige water en de bewegelijke begroeiing op de kade. Het is laat op de avond. Voor een keer zijn de duizenden gele vierkantjes aan de overkant secundair; plassen schitteren op de stenen van de parkeerplaats, gebogen bomen betrapt op hun zwakte. De regen klinkt in de zaal, niet in het getik van druppels, maar in het ritme van de vloed die met krachtige vlagen op het dak stort.

Een vrouw loopt binnen. Ik praat tegen een rondje van bleek hoofd, de rest verbergt ze achter een huls van plastic waar de storm nog vanaf druppelt. Ik vraag haar hoe ze het heeft overleeft en ze zegt me dat het even spannend was of het pontje wel zou gaan. Zij gaat boulderen, mijn fantasie is aangewakkerd.

De kapitein van het Oostpontje staat wijdbeens achter het roer, zijn handen op spanning en zijn wenkbrauwen gefronst. Contact met het vaste land is verloren. Golven slaan stuk op het dek of grijpen fietsen mee de Amsterdamse diepte in. De pont kantelt van links naar recht, met de neus uit koers en de achterkant tollend tussen Azartplein en de kade van het G-sus terrein. Forenzen staan samengeplakt in een hoek van de boot en houden elkaar in balans. Net als de kapitein de controle lijkt te hervinden, doemt pont Ij-plein op uit het donker, in de greep van een reusachtige golf. De kapitein stuurt wild naar links, maar de pont is traag en oud en slachtoffer van zijn eigen golven. Bliksem belicht de overmacht van de storm en de kapitein beseft het. Hij ziet het blauwwitte staal op zich afkomen en vraagt zich in een flits af wie hij aan boord heeft. Als laatste noodgreep gooit hij het roer om, de pont kantelt vervaarlijk, de forenzen houden vast aan elkaar of de reling en voor me staat iemand die om een La Chouffe vraagt.

Ik spoel het glas, schuif het onder de tap en laat het bier gecontroleerd stijgen. De klant heeft rode wangen van inspanning, ik stel een vraag en krijg een antwoord dat me ontgaat. In mijn ooghoeken trekken flitsen over het water.

Hoe zou het met die arme kapitein zijn?

One Comment

  1. Natuurgeweld, dus toch ook in de stad..

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s