Regenbroek

Ik sta in de metro, met vingers geklemd om de paal. Boven en onder grijpen andere handen. Het is spits en het ruikt naar natte mens. De pijpen van mijn regenbroek slepen over de grond als ik mijn balans zoek tussen andermans voetstappen. We staan te dicht op elkaar. Ik zie poriën en ongemak, trek me terug in mijn sjaal.

Het naderen van 2015 brengt me buiten mezelf. Telkens op een klein afstandje, nu in de metro, straks op het perron, dan weer in de collegezaal. Lyon ligt stil in mijn toekomst. Ik klamp me vast aan momenten die elkaar willekeurig opvolgen, het ene na het andere. Het Amsterdamse tegoed wordt schaarser met de dag.
Ik houd zoveel van mijn vrienden dat ik me afvraag of ik niet juist afstand moet nemen, in plaats van het krampachtig waarderen dat ik nu doe. Ik twijfel of ik mijn familie zo ver wil hebben.

Nu juist heb ik het zijn in de bergen nodig om te bepalen wat belangrijk voor me is. Om hun me te laten realiseren dat zìj belangrijk voor me zijn. Het lukt me om me tussen hun flanken te fantaseren, maar dat levert me vooral begrip op, geen steun. Ik snap hoe ik me daar voelde, maar ik voel het nu niet. Ik zou er eigenlijk voor een paar dagen heen moeten, de zon zien zakken achter één of ander massief.

Het is donker en de regen maakt de straten glimmend, en de passanten, en mijn regenbroek. Ik trek hem uit. Ik wil niet dat de pijpen nog langer over de grond slepen. Mensen fietsen voorbij, ze kijken terwijl ik mijn schoenen weer aantrek. De professor noemt het later ‘de eerste echte herfstdag’ in een lofrede over onze opkomst. Die vergeet ik niet meer.

De zomer was een bevestiging. Ik liep door de velden aan de overkant van La Meije, Goethe achter me aan. Het is een van de herinneringen waar ik mijn keuze op baseer.
Maar het definitieve plan legt de hunkering lam, die al drie jaar mijn constante stadse metgezel is. De bergen hebben gewonnen, Amsterdam heeft verloren. Nu het spel over is komt alles feitelijk over en zijn de bergen even uit gratie voor wat ze aanrichten. Sympathie voor het verliezende team.

Na college loop ik naar huis.

One Comment

  1. Oh Ruby, wat ben ik blij met dit stuk, ook al maakt het mij een beetje nostalgisch. Helaas zijn vrienden/familie versus bergen niet te vergelijken, zij zijn allebei onderdeel van een jou, een basisbehoefte maar niet verenigbaar, en dat is verdomde lastig

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s