All posts filed under: Blogs

Blog 200

In maart bestaat mijn blog drie jaar. Deze blog zet de teller op 200. Ik begon het bloggen ooit omdat ik alsmaar riep dat ik schrijfster wilde worden en niet zozeer actie daartoe ondernam. Het was een bijna luie manier om zonder al te veel commentaar vol te houden dat ik het schrijversberoep werkelijk ambieerde. Ik hoefde geen volledige romans in te sturen en te wachten op afwijzing of degradatie van de waarde van mijn fantasie, maar moest alleen het systeem van wordpress onder controle krijgen. En een leuk achtergrondje kiezen. En even op mijn tanden bijten wanneer ik een vers verhaaltje op facebook publiceerde. Inmiddels is mijn blog niet meer uit mijn bestaan weg te denken. Elke blog vergt tijd, de meeste vergen zelfs een hoop tijd. Verhalen die ik schrijf vanuit een emotionele opwelling kunnen soms in een half uurtje online staan, maar het gros kost me minstens een uur of drie, en vaak gaan er dagen overheen voor ik me comfortabel voel bij het publiceren. Sommigen worden nooit gepubliceerd en eindigen in een …

1: Wintervariant

De eerste dag op ski’s Voor mijn ramen zitten zware houten luiken. Ik heb ze wijd open gezet op de dag van aankomst in het chalet en nooit meer dicht gedaan. We wonen tussen de witte bergen; dat schouwspel wil ik niet missen. Het is donker buiten. Ik ben al wakker. Of nog wakker, of half wakker. Om half twee ’s nachts zat ik nog achter de kassa, vloekend en tierend omdat ik niet begreep waarom ik een kassatekort van 250 euro had. Mijn manager nam niet op omdat hij diep in slaap was. Met het kersverse team van een nieuw winterseizoen was wijsheid in geen velden of wegen te bekennen. Rond tweeën had ik het geld zes keer geteld en gaf ik op. Ik sprong in mijn hardloopschoenen en rende naar huis. Het was mijn nacht niet. Chamonix – Le tour is 11,6 kilometer. Ik weet niet of het mijn geest was die me dwars zat, of mijn lichaam dat liever sliep, maar het vroeg twee uur van mijn nacht om thuis te komen. …

Het nieuwe jaar

Ik lag in mijn bed in de kelderkamer. Een tiental halfnaakte Fransen kwam terug uit het dorp en zong in de hal gedurende het wachten op het vrijkomen van de douche. Eén voor een veranderden ze in geciviliseerde jongens, gekamde haren, deodorant. Ze verdwenen in de keuken en kookten, laadden de tafel af met vlees, kaas en stokbrood en waren dronken van bier en wijn voordat ze zaten. Af en toe kwam ik boven en zag ik hoe de woonkamer in een apenkooi veranderde. Er was een trompet. Gestoei. Geschreeuw. Rond half twaalf werd het doodstil in huis. De jongens waren naar een kroeg in Argentière. Ik kroop mijn bed uit en schoof in mijn Crocs. Ze bleven plakken aan de trap. Langs de rand stond een half bierflesje, de scherven waren verdeeld over verschillende treden. Het rook muf. De muren van de woonkamer waren nog intact, dat was het wel. … De dag voor oud en nieuw was er een virus in mijn buik gekropen, ik hoorde het knallen van vuurwerk praktisch van boven …

De Niet Kerst

De vierentwintigste vieren de Zweden hun kerst. Het team van mijn hotel was ’s middags met cadeautjes, dobbelstenen en een Donald Duck film rond de tafels in de bar gaan zitten. De arme chef-kok moest hard werken voor hun kerstlunch. Ik was er niet, want ik had besloten liever te drytoolen met mijn gids in Servoz. Terwijl mijn collegaatjes de gevel van het gingerbreadhuis afbraken en opdeelden, hing ik aan twee ijsbijlen langs een rotswand. Die avond, nadat het kerstfeest was opgeruimd en mijn bazen met ronde buikjes aan de bar hingen, stond ik op het rooster en volledig uitgeput achter de biertaps. De après-ski was rustig. Rond achten verdween de kleine uitgedoste menigte naar het appartement en bleef ik achter met een stel feestgangers met kerstmutsen dat te dronken was om binnen het gat van de wc-bril te kotsen. Een veel te verlegen collega heeft iedereen er zachtjes uitgeschopt. Dat was mijn kerstavond. De vijfentwintigste besloot ik een hardlooproute rond het chalet te zoeken. Het was absurd warm. Ik eindigde ergens in het gras …

Après-Ski

Ik maakte me een beetje zorgen. Ze hadden me ingeroosterd op de eerste après-ski van het seizoen en ik vroeg me af of ze wel wisten met wie ze te maken hadden. Ik ben geen feestbeest. Ja, ik wilde het meemaken en dacht dat als ik een beetje een grote mond opzette, ik vast wel over het hele winterseizoen een aantal après-ski’s mocht draaien. Maar elke werkdag een après-ski, dat had ik niet helemaal voorzien. Ik werk in dezelfde bar als afgelopen zomer. Heel juni tot september heb ik moeten aanhoren hoe wild en druk de bar in de winter is, zowel van collega’s als gasten. Ik heb de jongens gezien die de après-ski’s draaiden en hun verhalen gehoord. Ze waren hypersociale feestbeesten, tapten bier met hun linkerhand terwijl hun rechterhand een Moijto kluste, misdroegen zich meer en meer naarmate ze bezopener en bezopener raakten. Rijen shotjes over de lengte van de bar, jugs  aan het plafon, ongelukken en calamiteiten. Gekkenhuis. Ik had me geestelijk voorbereid, die eerste werkdag. Nu gaat het komen, dacht ik. …

Rennen Springen Vliegen

De tijd gaat snel. Het is lastig om te schrijven, zo snel gaat de tijd. Telkens als ik een gebeurtenis vastgrijp gebeuren er zes nieuwe dingen. Het is lastig om voldoende te slapen, want de nachten gaan tot laat en de ochtenden komen te snel. Als ik niet genoeg slaap, dan blijft mijn fantasie in mijn hoofd tot ik wegdoezel. Dan schrijf ik niet, dan droom ik. Het chalet heeft een woonkamer met allemaal oude houten attributen aan de muur. Pollepels. Wandelstokken en harken. Een drinkbak en een koeienbel. Naast de openhaard staat een sofa, een soort bed waarvan het einde schuin omhoog loopt, van hetzelfde oude hout, iets waarop filosofen denken of hun roes uitslapen. Daar zit ik in de ochtend, met mijn laptop op mijn schoot en de hond van mijn huisgenoot op een eigen matrasje naast me. Luna, heet ze. Ze is een oude rakker, zo’n beetje als dit huis, en wordt door alle tien inwoners geaaid en geamuseerd. Het lukt me niet om te schrijven omdat mijn huisgenoten één voor één …

Dan zal het oké zijn

Ik verwacht dat het allemaal wel goed zal komen. Wat? Alles. Het leven. Ik geloof dat ik niet op de hoogte ben van al mijn verwachtingen. Als ik aan ze denk, dan verschijnt er een bewegelijke, kleurrijke, eindeloze bende voor mijn geest. En als ik mijn verwachting van het leven in woorden wil vastleggen, dan heb ik het gevoel dat ik willekeurig in die bende grijp en omschrijf wat het ook is dat er in mijn hand ligt. Misschien, misschien verwacht ik nog het meest dat het allemaal wel goed zal komen. Ik ben een optimist. Een echte, realiseer ik me nu. Grijpen. Ik verwacht dat het allemaal wel goed zal komen, maar ik wacht op rampspoed, want ik heb nog zo weinig gehad. Ik verwacht vrede, vrede om me heen, maar ik verwacht geen eindeloze gezondheid van ieder die me lief is. Ik verwacht….dat is eigenlijk wel een grappige, ik verwacht oprecht dat ik een man vind waar ik kindertjes mee zal krijgen. Tegelijkertijd zal ik niet al te verbaasd op mijn wolk zitten, …

Het Chalet

In Le Tour staat een chalet. Misschien wonen er dadelijk vier Spanjaarden, vier Fransozen en een Hollandse. En een hond. De laatste paar dagen beweeg ik me heen en weer tussen het kleine dorpje aan het eind van de vallei, de bank van een vriend en Mac Donalds; de uitvalsbasis van de daklozen van Chamonix. Drie van ons betalen voor één bed in een hostel en vrezen elke nacht betrapt te worden, twee wonen in hun auto, twee logeren bij vrienden en twee hebben geen idee waar ze heen moeten als de Mac sluit. Als we het chalet kunnen huren, waar nu al een week om gedebatteerd wordt, dan is het de komende vier maanden groot feest. Want we delen een grote woonkamer met gedateerd meubilair dat veel te luxe is voor een stel gekke seizoenarbeiders. Ik geloof niet dat er zich fanatieke feestgangers onder ons bevinden, maar levensgenieters zijn we denk ik wel. En hoe langer we dakloos zijn, hoe meer we onze eigen ruimte zullen vieren. Ik voel me met de anderen verbonden. …

Vreemde Verjaardag

5-12-2015 Ik werd wakker in de bus van een drietal Spanjaarden. Ze reden me van Barcelona naar Albertville en dumpten me bij het station met een backpack die te zwaar was om in één keer over mijn schouder te slaan. Gebogen onder het gewicht van een dirtbagleven liep ik naar het café aan de overkant van de straat. Groepen veertigjarige mannen kleefden aan de bar en lieten hun ogen me volgen naar mijn tafel. Ik verbond mezelf met het internet. Tussen de facebookfelicitaties en mails zocht ik naar de bevestiging van een kamer, of in elk geval iets waar ik kon overnachten, en werd hinderlijk gestagneerd door een Frans vrouwtje dat zich ongemakkelijk voelde tussen al die mannen en daarom comfort zocht bij de enige andere vrouw in de ruimte. Ik hoorde over haar kinderen en haar kleinkinderen en alle zo vreselijk ontspannen mensen in een stad die ik lang vergeten ben en dacht: Hoe kan ik me nu ontspannen? Be careful what you wish for ‘cause you just might get it. Ik geloof dat het …

Rennen voor Zonsondergang

Ik kan niet geloven dat ik weg moet. Ik heb mijn baas in Chamonix een email gestuurd over het verlaten van mijn terugkomst, maar dat leverde niets op. Ik moet terug. Mijn handen en schouders zijn kapot genoeg om misschien het klimmen niet te missen. De omgeving achterlaten, dat haat ik. En de kleine familie hier. Rustdagen waren de moeilijkste dagen. We dreigden elkaar te vermoorden van verveling. De bakker in Cornudella verkoopt wafels met een dikke laag gesmolten chocolade en ik at een hele per rustdag, meer suiker bijeen dan alle koekjes die ik onder aan de routes eet. Stuiter. Stuiter. Eigenlijk is dat niet waar, de rustdagen waren op hun eigen manier vermakelijk. Eergister gingen we sterren spotten in El Pati, een klimgebied hier waarover allerlei Sharma achtige routes kruipen. Het Black Diamond team heeft de afgelopen week poep geraapt om bewustzijn te creëren voor het degraderen van de natuur in Siurana, en tijdens hun vrije uurtjes konden wij ze bewonderen in 8c’s en 9a’s. We keken en zongen, speelden gitaar en schoven …