All posts filed under: Blogs

Moeder, Zus en Dare

Het regent in Chamonix alsof de weergoden een poeltje zoeken om in rond te dobberen. Wie vlak na Les Houches een stuwdam bouwt, heeft morgen een volwaardig stuwmeer. Dan zouden we, als de zon schijnt, met de boot naar de instap van onze routes kunnen. In deze doornatte omstandigheden laat ik mijn moeder achter bij de bushalte in Chamonix. Ik weet dat, als alles verloopt zoals afgesproken, er straks een bus langsrijdt die haar afzet bij het vliegveld in Genève, waar vervolgens een vliegtuig langs vliegt dat haar afzet in Amsterdam. Maar omdat ik daar allemaal geen getuige van ben, voelt het alsof ze gewoon in een lichtflits (geïnspireerd door al dat onweer) straks weer op de bank tussen mijn vader en de kat zit. Wie laat zijn moeder nou achter in een bushalte in Chamonix? Met de wetenschap dat ze dadelijk door een Britse transferdriver ontvoerd wordt, weg uit de realiteit waar ik grip op heb, weg uit mijn mogelijkheden? Was ze er überhaupt wel, of heb ik dat gedroomd? Het gekke is dat …

Die dieren spraken heus wel

De wilde dieren op de boot van Yann Martel in zijn beroemde boek Life of Pi kende ik al voor het gelezen te hebben. De zebra, Orang-oetang, hyena, Bengaalse tijger en het Indiase jongetje Pi waren allang geschetst op basis van de flarden aan informatie die zulk soort bekende en verfilmde boeken de wereld in sturen. Toen had ik het boek voor me en las ik dat de naam van het jongetje kwam van het Franse woord ‘Piscine’: Zwembad in het Nederlands. Ik las dat hij Hindoe, Christen en Moslim tegelijkertijd was en samen met zijn broertje opgroeide in de dierentuin die gerund werd door zijn vader. Op een zeker moment vond vader het tijd om zijn kinderen de ware aard van de dieren in zijn dierentuin te tonen, en wel via een verschrikkelijke scene. Voor het oog van de jongetjes liet hij een levende geit de kooi van een Bengaalse tijger binnen. Je kunt je wel bedenken wat er met die geit gebeurde. Niet alleen de jongetjes waren geschokt, maar ik ook. Ik dacht …

Tocht 8: Nabot Leon & Ozer Josephine

The place to be: alle routes op de Blatière. Want ze zijn toegankelijk, overzichtelijk, solide en hartstikke Chamonix Graniet op haar best. ‘Nabot Leon’ en ‘Ozer Josephine’ vormen samen een 400 meter lange klim op de westwand. Nabot Leon geeft de makkelijkste route op de Pillar Rouge en is daarom populair. Zo populair dat we als vijfde touwgroep aankomen en op de hielen gezeten worden door een gids met klanten en een viertal dat het snel opgeeft. Wachten. We wachten op elke standplaats. We praten met Britten, Fransen en Zweden en wachten. Eén touwgroep ruïneert het voor de rest: Ze waren de eerste en de langzaamste. Links en rechts worden ze ingehaald, maar wij, als vijfde, zijn praktisch kansloos. We wachten zoveel dat het instabiele zomerweer steeds zwaarder in de lucht gaat hangen. Het sfeertje is jolig, want wat kunnen we anders, maar uiteindelijk heeft niemand zin om in onweer rappels in te hangen. En wij willen nog een tweede route in, Oser Josephine. We zouden er immers de tijd voor hebben. Rond twee uur …

Echt een coole relatie

Toen ik nog geen relaties achter de rug had, moest ik alle mannen uit mijn fantasie aan een tragische dood laten sterven. Want de ware liefdes die ik voor mijn geest haalde konden niet ten onder gaan aan een simpel ‘einde van een relatie’. Als het tijd werd voor een nieuw ideaaltype man, moest het voorgaande type op een romantische (doch dramatische) manier van het toneel geschreven worden, en daar ging alleen de dood voor op. Iets van buitenaf, het lot, zolang de liefde maar niet gewoon ophield. Er loopt dus een groot aantal mannelijke schimmen door mijn gedachtegangen te dwalen. Ik heb relaties altijd slechts twee toekomstscenario’s gegeven: Zij die voor altijd doorgaan of zij die eindigen (mislukken) met (in elk geval enkelzijdig) liefdesverdriet. Een relatiebreuk in mijn omgeving was dus bij voorbaat drama. Het kwam niet bij me op om te denken: ‘Ah, die twee hadden nou echt een coole relatie. Wat vet om dat te mogen meemaken’ of blij uit te roepen: ‘Yo, dat was een mooi avontuur hè!?’. Een relatie kan …

Mer de Glace met appelbomen en een autovrij Chamonix

Ik droom ervan om een balletdanser op de top van de Mont Blanc neer te zeggen, want daar geeft de natuur een van haar wonderen en als je dat op de achtergrond zet van ons wonder van de balletdanser, dan heb je ongetwijfeld een wonder in het kwadraat. Ik droom er eveneens van een kolonie Flamingo’s los te laten op de Mer de Glace, al zou dat een tragisch einde hebben (daarom droom ik ervan en ga ik niet tot actie over). Ik heb overigens meer gedachtes over de Mer de Glace. Wat nou als je al die oerlelijke grijze bende op de wanden links en rechts, het slagveld dat overblijft nadat de gletjertong zich terugtrekt, volplant met bloemen? Bomvol met talloze kleuren bloemen (en alle bijen en vlinders die daarbij horen)? Marcel had een ander idee: Je kunt er een groentetuin voor de hele vallei planten. De linkerzijde voor de tomaten en de prei, de rechterzijde voor de pompoenen en de pepers en dan in het midden, aan de rivierbeddingen, doe je slakroppen en …

Olifant; het roze touw dat geknipt moest worden

Olifant was een dik, roze 70metertouw. Zo roze was ze, dat ze onmogelijk in de winkel achtergelaten kon worden. Roze is ze nog steeds. En dik ook. Maar geen 70 meter meer. Beide uiteindes waren zo donzig geworden dat een voorklimvalsessie nog wel gehouden kon worden, maar slechts met de gedachte aan het grote offer in de nabije toekomst. Ze is dus geen 70metertouw meer. Ik kan niet eens zeggen dat ze een 60metertouw is. Ze is een 66 meter komma weetikveel hoeveel cm touw. Hoe kun je jezelf dan nog serieus nemen? Heb je weleens een 66 meter komma weetikveel hoeveel cm touw in de winkel zien liggen? Haar geamputeerde, donzige uiteindes liggen stil op de grond. Toen Shrek aan één uiteinde geknipt moest worden had hij op zijn minst nog Fiona om zich aan op te trekken. Olifant is alleen. Maar we houden des temeer van haar.

Gecultiveerde vleugels

Toen ik veertien jaar was, droomde ik ervan het vriendinnetje van Pharrell Williams te zijn. Hij was tweeëndertig en ik zou doorbreken als zangeres dankzij hem, omdat hij bij toeval (ik weet niet meer in welke vorm ik het goot) mijn talent zou ontdekken. Mijn fantasie overbrugde leeftijdsverschil en de reële kans dat dit alles zou gebeuren sneller dan het licht, moeiteloos zoals dat gaat in het hoofd van een kind. Het is jammer dat ik al mijn fantasieën niet heb opgeschreven in mijn dagboeken, want die waren kleurrijker en lachwekkender dan alle verwarring en zorgen uit het echte leven van een veertienjarige. Ik was er ontzettend goed in; in mijn hoofd stond een soort boekenkast waar ik naar gelang mijn humeur altijd eentje kon uitpakken. Die van Pharrell, of die van de Nederlandse hockeyselectie, of die van het veertienjarige meisje dat een bestseller schreef en miljonair werd. Ze stierven allemaal omdat, wie zal het zeggen, mijn interesses veranderden of ik ze simpelweg te vaak had afgedraaid. Dan gaven ze geen energie meer, letterlijk uitgewerkt, …

De vlinder en puntkomma die eeuwig werden op een regenachtige dag in Gap

Het regende in La Grave. Ondertussen regende het ook in Briançon, Gap, La Berarde en zelfs in Chamonix. En in het Zuiden, daar regende het ook. (En in Nederland ongetwijfeld ook) We waren zo verplicht om binnen te blijven als vroeger, op de knutseldagen. Ik kreeg een excuus om weer met bus en al bij Fieke op bezoek te gaan, Roel deed zaken, Marcel kon verder aan zijn skischoenproject en Fieke zelf vond het heerlijk om voor het eerst in maanden weer te huismussen, want al die zon had haar dag in dag het huis uit gejaagd (of verleid). En dus zaten we allemaal achter onze boeken, laptops, gitaren en skischoen. Ik schreef aan een liedje met Fieke terwijl zij vorderde in haar boek en Marcel maakte hoog bovenin de hooischuur progressie met chemicaliën. Naast het huis graasden de babykoeien onder een hemel zwaar van wolken en donkere kleuren. Op het hoogtepunt van creativiteit besloten we naar Gap te rijden om daar een tatoeage te laten zetten. Was het minder willekeurig geweest, dan had ik …

Tocht 11: Traversée de Râteau

Camp-to-camp houdt zich vrij stil over deze traverse en in het best climbs topogidsje staat ‘ie niet eens omschreven. Tijdens mijn C3 cursus beklommen we beide toppen van de Râteau en ik kan me vaag herinneren dat de gids zei dat de traverse tussen de toppen uiterst ongemakkelijk was (en eigenlijk alleen werd gedaan door mensen die de lijst willen aftikken). Had ik maar geluisterd. In een waas van verstandsverbijstering besloten Marcel en ik om 11 uur ’s avonds omhoog te lopen. Vanuit La Grave (1450) naar de top van het liftstation onder Glacier de la Girose (3200, 04:00), naar de west-top (3750, 06:00), naar de oost-top (3800, 12:00), via de graat naar beneden naar de Glacier de la Selle (3100, 02:00) en weer naar boven naar de Col de la Girose (3500, 16:00) om het laatste liftje te zien vertrekken terug bij het liftstation (3200, tijd om fysiek en mentaal het loodje te leggen). Vlak boven de col op de heenweg, toen de zon langzaam op kwam en we het grootste hoogteverschil hadden overbrugd, …

Tocht 12: Arête de Sialouze

Tocht twaalf verliep zo vlekkeloos dat ik geen idee heb hoe ik jullie aandacht bij dit verslag houd of verleidt om dezelfde route in te stappen. Als je denkt aan een héle mooie graat, niet te lang, die prima af te zekeren valt en (zoals het hoort) goud kleurt in het zonnetje, dan zit je wel op de Sialouze (en die naam, Siiaaloouuuze, zo aantrekkelijk). Mijn moeder suggereerde een keertje dat ik absurde voorvallen door mijn verslagen kon weven. Halverwege een abseil van 25 meter zag ik dat de breche tussen de eerste en de tweede gendarme vol knalrode krabben lag. Gelukkig konden we via een hoger gelegen rotsblok alsnog de tweede gendarme bereiken. De huttenwaard zei ons later dat half juli die krabben normaal gesproken wel naar de zee vertrekken. Ik had op camp-to-camp echter gelezen dat ze eind mei al weg zouden zijn, maar goed, ze liggen daar nog gewoon, tussen R7 en R8, er schijnt overigens ook de optie te zijn om rechts langs ze te traverseren (maar daar liggen soms kwallen). …