Die dieren spraken heus wel

De wilde dieren op de boot van Yann Martel in zijn beroemde boek Life of Pi kende ik al voor het gelezen te hebben. De zebra, Orang-oetang, hyena, Bengaalse tijger en het Indiase jongetje Pi waren allang geschetst op basis van de flarden aan informatie die zulk soort bekende en verfilmde boeken de wereld in sturen.
Toen had ik het boek voor me en las ik dat de naam van het jongetje kwam van het Franse woord ‘Piscine’: Zwembad in het Nederlands. Ik las dat hij Hindoe, Christen en Moslim tegelijkertijd was en samen met zijn broertje opgroeide in de dierentuin die gerund werd door zijn vader.
Op een zeker moment vond vader het tijd om zijn kinderen de ware aard van de dieren in zijn dierentuin te tonen, en wel via een verschrikkelijke scene. Voor het oog van de jongetjes liet hij een levende geit de kooi van een Bengaalse tijger binnen. Je kunt je wel bedenken wat er met die geit gebeurde.

Niet alleen de jongetjes waren geschokt, maar ik ook. Ik dacht namelijk dat de Bengaalse tijger in het boek Life of Pi niet écht een levende geit zou afslachten (onder het weerzinwekkend gemekker van die geit zelf).
Toen de familie uiteindelijk met dierentuin en al van India naar Canada werd verscheept, zonk het schip en bleef Pi alleen achter op een reddingsboot. Met dus een zebra, Orang-oetang, hyena en Bengaalse tijger (overigens een andere dan die de levende geit op had gegeten). Nu wist ik dat Pi en al die dieren dikke vriendjes zouden worden, want zo moest het wel gaan als ze allemaal op een enkele reddingsboot waren beland.

Nee dus. Diep geschokt was ik toen de hyena plotseling de voet van de gewonde zebra afknabbelde (echt waar). Dat de dieren niet spraken moest ik even verwerken, maar dat ze elkaar opvraten?
Ik had duidelijk niet goed opgelet toen vader ons een Bengaalse tijger toonde die echt wel een levende geit verslond.
De hyena ging vervolgens aan de haal met de Oerang-oetang en de Bengaalse Tijger met de Hyena en Pi, dat jongetje dat naar ‘zwembad’ was vernoemd en drie religies aanhing, met zeeschildpadden.
Gek genoeg dacht ik nog steeds dat de twee overlevende schipbreukelingen een hechte vriendschap zouden opbouwen. Maar Pi moest de godganse tijd dat hij met de tijger op de oceaan dobberde dealen met het levensgevaarlijke, bloeddorstige, beestachtige karakter van zijn bootgenoot. Doodsbang was hij (zou ik ook zijn met een Bengaalse tijger die zich gedraagt als een Bengaalse tijger). Op het einde voelde hij wel een band voor de tijger, maar het beest zelf rende gewoon de jungle in.

Als Pi later zijn verhaal doet (ik zat op een boot met een zebra…), geloven mensen hem niet. Immer, overleven met zulk wild op zo’n kleine oppervlakte voor zoveel dagen is vrijwel onmogelijk. Misschien is alles wel anders gegaan; waren er helemaal geen wilde dieren, is Pi verschrikkelijk in de war. Uiteindelijk geeft Pi een andere mogelijke en vrij gruwelijke verklaringen voor de gebeurtenissen en laat Martel zijn lezers kiezen waarin te geloven.
Ik geloof in een derde, niet door Martel omschreven uitleg: Dat de hyena de wond van de Zebra schoonlikte en Pi er toen zijn shirt om bond, dat de tijger angstig voor het water wegkroop in de armen van de Oerang-oetang en het hele zootje al die dagen op de boot miraculeus overleefde, en toen ze vervolgens een onbewoond (in de zin van geen mensen, maar wel dieren) eiland aandeden leefden ze lang en gelukkig samen, behalve Pi, want die voer door naar de beschaving en vond daar zijn eigen warme nest.

One Comment

  1. Wat lief! Mooi boek he 😊

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s