Author: Ruby Elizabeth

Niet genoeg

‘Kijk’, zeggen Thibault en ik telkens voor de grap. ‘Ook daar zijn ze de sneeuw vergeten’. De rotswanden op het zuiden zijn droog. Zelfs voor de pistes van Serre Chevalier halen we onze steenski’s tevoorschijn, oude latten die wel kapot mogen. Regelmatig word ik overvallen door een lentegevoel en hoop ik dat de bloemetjes niet hetzelfde overkomt. Het zou zo zonde zijn als ze nu al hun kop uit de aarde steken. Het is mijn allereerste winter zonder het fameuze ski-examen dat me midden maart steevast met gespreide kaken opwacht. Een winter waarin ik zinloos en zorgeloos mag dwalen door de absurde, magische besneeuwde wereld die ik met zoveel verwondering ontdekte toen ik berggids besloot te willen worden. Maar er ligt geen sneeuw. Niet genoeg, althans. Als ik triest ben voor mijzelf en het uitstel van mijn geplande dwalingen, dan ben ik nog veel triester voor de winter. Een paar weken geleden regende het keihard. Als het die paar dagen koud genoeg was geweest, dan had de winter nu met miljarden ijskristallen geschitterd in het …

Helper

Paulo is een lange, stevige, diepdonkere man. Hij slaapt in de wachtruimte op een stoel, direct na de hoofdingang van het centrum, met zijn nek in de knik van een slapende man op een stoel. Als migranten ’s nachts aankloppen, schrikt hij wakker (denk ik, ik ben er ’s nachts niet bij, misschien wordt hij zachtjes wakker van hun voetstappen buiten). Dan brengt hij ze naar een vrije hoek in het gebouw, geeft ze te eten en wat dekens en gaat weer terug naar zijn stoel. Soms maakt hij schoon. Dan komt onze keukenheldin ’s ochtends aan en is de hele keuken spic en span. Of het hele trapgat. Omdat de spanningen tussen de Afghanen en Margebanen vaak s’ nachts tot uiting komen, is hij dikwijls getuige van gevechten en weet ons dan ’s ochtends aan te wijzen wie als eerste het mes trok. Laatst werd hij zelf met de dood bedreigt. Waarom? Omdat hij onze helper is, omdat hij tussen beide probeerde te komen, omdat hij misschien niet alles even tactisch oplost. Ze zeggen …

Voor de harige vierpoten

Zo’n tien jaar geleden zag ik een felgroen boek in de kast bij Fieke staan. ‘Gaat over de impact van de vleesindustrie op het klimaat’, zei ze. Het heette Dieren Eten en was geschreven door Jonathan Safran Foer. Na het lezen schrapte ik vlees grotendeels uit mijn dieet. In de jaren daarna was ik soms strikt en soms flexibel vegetariër, tot dat er in 2020 een vrachtwagen vol varkens omviel in Drenthe en ik het dermate jammer vond dat al die knorrige beesten niet massaal hun vrijheid tegemoet renden dat ik mijn eigen occasionele vleesconsumptie een beetje gek begon te vinden. In diezelfde tijd adopteerde ik bovendien Tigrou (overtuigd carnivoor), een chagrijnige harige vierpoot die me verschrikkelijk ongerust kon maken. Ik voelde me direct enorm verantwoordelijk voor zijn welzijn en wist dat ik me op precies dezelfde wijze zou ontfermen over welke andere harige vierpoot dan ook die onder mijn verantwoordelijkheid zou vallen. Als ik dan langs een stel koeien liep, was ik blij hen te kunnen vermelden dat ik hun zusters heus nooit meer …

Aan de bar

Het is eerste kerstavond. Op de hoek van de bar is een jongen komen zitten. Omdat het binnen koud is, zo’n 15 graden, heeft hij zijn jas nog aan en reikt zijn muts tot over zijn oren. Hij is onze enige gast. Ik ga met tegenzin het gesprek aan, want ik ben murw van verveling sinds Covid de Grote Stilte naar onze bar bracht (de klandizie is voornamelijk Brits), kamp mede daarom al dagen met een lek in mijn tank van sociaal enthousiasme voor vreemden en kan toch niet veel anders. Mijn collega is verdwenen in de keuken, de bar is absurd schoon voor het soort vermaak dat wij bieden, de koelkasten puilen uit, we hebben genoeg limoentjes gesneden om cocktails te maken voor de hele vallei. Na gesproken te hebben over mijn herkomst (Amsterdam) en de zijne (vergeten), begint hij over zijn beste vriendin, die de feestdagen in Briançon doorbrengt en tevens haar ex bezoekt. Die ex is toevallig ook de huisgenoot van de gast aan de bar, en de huisgenoot probeert haar blijkbaar …

Kiezels

Les Terrasses is de naam van het voormalige bejaardentehuis waar Refuge Solidaire de eerste drie verdiepingen huurt. Zowel de tweede als derde verdieping geeft toegang tot een drietal terrassen waar migranten ’s winters hun sigaret roken en ’s zomers in de zon zitten. Het terras op de derde verdieping is zo groot als een basketbalveld en ligt vol met kiezels. Misschien was dat prettig of mooi voor de bejaarden, maar migranten hebben er niet zoveel aan (je kan er nu eenmaal niet zo goed op basketballen). Toch hebben de kiezels tot een vorm van amusement geleid. Drie Afghaanse broertjes tussen de vier en zeven jaar oud verveelden zich op een willekeurige herfstdag in het vluchtelingencentrum en stuitten toen op een terras vol kiezels. Ze vulden elk een handje, liepen naar de rand van het terras, zetten hun voetjes op de onderkant van de stalen balustrade en probeerden een voor een verschillende objecten te raken. De weg lag daar zo’n vijf meter onder. Blijkbaar mikten ze vooral op geparkeerde auto’s van de buurtbewoners, en (godzijdank) niet …

Een deur en een kompas

Sinds ‘het contract’, dat na mijn laatste werkdag bij Refuge Solidaire zo is gaan heten, heb ik moeite met schrijven. Zodra ik achter mijn laptop ga zitten, voelt het alsof ik op het punt sta om een deur te openen naar een gigantische storm met windstoten die me stuk voor stuk op zullen pakken, mee zullen nemen, heen en weer zullen schudden en me uiteindelijk als lapje voor het scherm zullen achterlaten. Daarom eindig ik meestal op een nieuwssite, of iemands anders blog. Mijn theorie was aanvankelijk om de deur telkens op een kiertje te zetten en kleine vraagstukjes door te laten. Maar zonder de storm waar ze vandaan komen en deel van uit maken, lijken ze nauwelijks kracht of betekenis te hebben. Wat ik nu denk is dat ik gewoon aan de storm moet wennen (of de deur voor altijd gesloten moet laten, een verleidelijke optie). Wat is die storm dan? Ik vermoed chaos. Het niet werkelijk begrijpen van ongelijkheid, mijn eigen positie en rol daarin en wat die impliceren voor mijn dagelijks leven, …

Het drama van de dertigjarige vrouw

Al vanaf mijn veertiende brengen verjaardagen de crisis van het ouder worden. Sinds mijn denken enigszins op gang is, ben ik me tergend bewust van de voordelen van onwetendheid, roekeloosheid en onverantwoordelijkheid. Ik wil niet terug, maar alles dat me dichter bij het drama van de dertigjarige vrouw brengt maakt me dieptreurig. Ik ga mijn creativiteit vastbinden met ductape. Eenieder die zich waagt aan mijn vertrouwen en optimisme stuur ik mee naar Spanje. Ik heb back-up van honderd zwarte pieten, elke verjaardag, hoe oud ik ook word. Ik vind het mooi om te zien hoe mijn vrienden steeds noemenswaardiger worden. De tijd brengt ons persoonlijkheden. Toch, vanuit een duistere invalshoek, brengt de tijd me dit jaar eenentwintig niet uitgevonden eieren. Een ei per jaar. Ik had een tophockeyende soulartiest met Braziliaanse kinderen, bestsellers en een grote gekleurde pappagaai kunnen zijn. De eerste pepernoten herinneren me eraan, maanden voordat ik jarig ben. Wanneer de Albert Heijn vol kinderschoenen staat weet ik dat Sinterklaas is gearriveerd, met de crisis van het ouder worden in de juten zak …

De Franse Jatpiet

Rommelpiet had de hele klas overhoopgehaald. Stoeltjes waren omvergelopen, de grond lag bezaaid met legoblokjes en Zondag volgde gek genoeg op Dinsdag. Het was 18 november en ik bracht een ochtend door tussen zestien uitgelaten kleuters onder de hoede van mijn moeder, in groep 1/2 van een basisschool in Hoofddorp. En het wás nogal een ochtend. Disco-sinterklaasmuziek klonk al door de aula om een uurtje of acht. Rommelpiet had ook de tafels op de kop achtergelaten en zelfs per ongeluk alle schoentjes verstopt, maar tot ieders opluchting was het tevens in hem opgekomen om in elk schoentje een chocoladesinterklaas te stoppen. Hoe leg je dit nou uit aan je Franse vrienden? Ze weten vaak niet eens dat Sinterklaas bestaat (en wij in Nederland grotesk zijn verjaardag vieren). Meestal pak ik al gauw de kerstman erbij, waar hij nu eenmaal erg op lijkt, en laat de stoomboot, roetveegpiet en wortels voor het paard min of meer achterwege zodra ik merk dat de interesse van mijn Franse gesprekspartner nu ook weer niet reikt tot Diewertje Blok van …

Partytent

De eigenaren van Les Terrasses Solidaires besloten een week voor het einde van mijn contract om het gebouw te sluiten voor al haar huurders, een dag na de inauguratie van de nieuwe locatie, omdat ze erachter waren gekomen dat de situatie vrijwel onhoudbaar was (de migranten lagen weer eens in bosjes in het couloir). Het was eindelijk tijd voor de overheid om haar verantwoordelijkheid nemen. We zouden pas heropenen als zij ons beloofde zich te ontfermen over de migranten die wij volgens de norm van het gebouw geen plek meer konden bieden (nummer 81, 82, 83 etc.) De migranten worden nu al een week lang ondergebracht in een zaal naast de kerk, en de overheid wil niet onderhandelen (die vindt het misschien wel prettig dat we moesten sluiten). De kerk ligt onderaan Briançon en Les Terrasses bovenaan; we slepen al het eten, de dekens en de vrijwilligers dus heen en weer tussen beide locaties. Inmiddels is er geen plek meer over in de kerkzaal en hebben we een extra tent moeten opzetten. Van veraf lijkt …

Moeilijke mannen

Op de ochtend van mijn eerste werkdag in het vluchtelingencentrum, vroeg een collega me of ik haar wilde helpen bij de ronde langs de kamers, want haar Engels was zo slecht. Achter de eerste deur die we openden, om half tien ’s ochtends, lagen zo’n tien mannen op veldbedjes te slapen. We spraken luid om ze wakker te maken, vroegen naar hun naam en legden ze uit dat er die middag een auto naar Lyon zou rijden met vier vrije plekken. Of ze naar Lyon wilden. Het gros besloot ons te negeren, zij die zich naar ons omdraaiden keken boos, een enkeling sloeg demonstratief de deken over het hoofd. Mijn collega liet zich niet negeren en bleef zichzelf herhalen in haar Franse Engels (Franglais zeggen ze hier), ik probeerde met een man te communiceren die zich inmiddels half had opgericht en met opgetrokken wenkbrauw naar me keek. Hij sprak redelijk Frans. Ja, ja, ja, zei hij, het is goed, het is goed. Ja, ik kom mezelf melden, ja, ik ga weg. Ik zag aan hem …