Blogs
Comments 3

De Franse Jatpiet



Rommelpiet had de hele klas overhoopgehaald. Stoeltjes waren omvergelopen, de grond lag bezaaid met legoblokjes en Zondag volgde gek genoeg op Dinsdag. Het was 18 november en ik bracht een ochtend door tussen zestien uitgelaten kleuters onder de hoede van mijn moeder, in groep 1/2 van een basisschool in Hoofddorp. En het wás nogal een ochtend. Disco-sinterklaasmuziek klonk al door de aula om een uurtje of acht. Rommelpiet had ook de tafels op de kop achtergelaten en zelfs per ongeluk alle schoentjes verstopt, maar tot ieders opluchting was het tevens in hem opgekomen om in elk schoentje een chocoladesinterklaas te stoppen.

Hoe leg je dit nou uit aan je Franse vrienden? Ze weten vaak niet eens dat Sinterklaas bestaat (en wij in Nederland grotesk zijn verjaardag vieren). Meestal pak ik al gauw de kerstman erbij, waar hij nu eenmaal erg op lijkt, en laat de stoomboot, roetveegpiet en wortels voor het paard min of meer achterwege zodra ik merk dat de interesse van mijn Franse gesprekspartner nu ook weer niet reikt tot Diewertje Blok van het Sinterklaasjournaal.

Maar omdat ik nu eenmaal vlak voor vijf december in Nederland was en via de kleuters razendsnel besmet raakte met het Sinterklaasvirus, vond ik het bijzonder leuk om stiekem mijn tas vol chocoladeletters, pepernoten en marsepein te laden en het geheel naar Frankrijk te schepen (met de Flixbus). Tot drie keer toe ben ik op mijn vaders achteruittrapremfiets naar de winkel gereden om alle juiste letters bij elkaar te verzamelen.

Nu ben ik zelf denk ik nét iets georganiseerder dan rommelpiet, maar toch moest ik tijdens het reizen terug naar Frankrijk behoorlijk op mijn spullen letten om niet alle chocoladeletters per ongeluk in het toilet van de bus achter te laten. Daarom bestempelde ik één groene rugtas tot belangrijke-dingen-tas die ik niet uit het oog zou verliezen. Daarin zat: mijn laptop, spiegelreflexcamera, portemonnee, telefoon, paspoort, etui met lievelingspen, dagboek en meditatieboek (om kalm te blijven wanneer ik toch zou ontdekken dat ik de chocoladeletters in het toilet van de bus had achtergelaten).

Halverwege de busreis kwam ik erachter dat ik de allermooiste chocoladeletters, de T van Thibault en de F van Fieke, gekocht in een echte chocoladewinkel in Haarlem, bij mijn ouders vergeten was. Mijn moeder, die het belang van dit soort zaken natuurlijk direct juist inschat, had de letters gelukkig al lang in een kartonnen doos op de post gedaan. Na een flinke reis, en met een redelijk gevoel van succes, kwam ik die middag aan bij de ouders van Thibault in Grenoble en liet behoorlijk trots al het snoepgoed aan mijn vriendje zien. Daarna stopte ik de chocoladeletters wijselijk terug in mijn bagage, want ik had al eens eerder meegemaakt wat er gebeurt als je Thibault en Hollands Snoepgoed zonder surveillance in dezelfde ruimte achterlaat.

We deelden natuurlijk wel een zakje truffelpepernoten.

De volgende avond zouden we mijn reis terug naar Briançon met de auto voortzetten. Daarom besteedde ik verder geen aandacht meer aan mijn organisatie en veranderde gedachteloos de inhoud van de belangrijke-dingen-tas. Daarin zat nu: al het snoepgoed en nog steeds het etui met mijn lievelingspen, mijn paspoort, dagboek en meditatieboek. We maakten van de gelegenheid gebruik om met wat vrienden uit Grenoble falafelbroodjes te eten en parkeerden de volgeladen auto in het centrum van de stad (daar hadden we misschien iets langer over moeten nadenken). Toen we een uurtje later terugkwamen zei ik verbaasd tegen Thibault: ‘Kijk dit nou, het slot in de deur van de bestuurder is er niet meer’. Een gapend gat zat op de plek waar ik de sleutel wilde steken. ‘Oh’, zei hij, ‘dat is me nog niet eerder opgevallen. Mis je iets?’ Ik wierp vlug een blik op het binnenkantje van de auto, maar omdat Thibault nog een stuk rommeliger is dan rommelpiet en hij de auto twee weken lang voor zichzelf had gehad, zag ik zo één twee drie niets ontbreken. Mijn portemonnee lag gewoon in het handschoenenvak, de spiegelreflexcamera weggestopt achter een laag tassen op de achterbank en mijn laptop in mijn reistas in de koffer.

De volgende morgen werd ik vrolijk wakker, want ik zou de hele dag lang voor cadeaupiet spelen en mijn Franse vrienden ongevraagd een klein beetje ons grote Sinterklaasfeest mee laten vieren. Tien minuten later constateerde ik met verdriet het bestaan van de Franse jatpiet: de belangrijke-dingen-tas was natuurlijk nergens meer te bekennen.

Die tas blonk uit in wat er allemaal in had kunnen zitten maar er nu bij toeval niet meer inzat: mijn laptop, spiegelreflexcamera, portemonnee, telefoon en de twee allermooiste chocoladeletters die een paar dagen later via de post zouden aankomen.

Helaas laat een dagboek vol reflecties op twee bijzondere jaren zich toch ook niet zo makkelijk vervangen en kun je een lievelingspen niet zomaar weer aanschaffen. Mijn paspoort voelt daarbij bijzonder waardeloos in handen van een Franse jatpiet maar o-zo-praktisch in de mijne en dat meditatieboek had ik best wel acuut kunnen gebruiken om het zojuist geleden verlies te relativeren.

Uiteraard had ik die bende van Franse jatpieten ook liever niet willen belonen met een tas vol snoepgoed. Waar ik dan stiekem toch wel een klein beetje om kan lachen: hun buit was waarschijnlijk uiterst onverwacht. Ik zie ze voor me in hun kamer, hoopvol de tas openritsen en met verbazing al die chocoladeletters tevoorschijn halen. Geen cent rijker maar dan toch plotseling smikkelend in een hoekje van de kamer, de ogen groot van al de suiker, flink wat chocolade rond hun mond, de grond bezaaid met pepernoten, marsepein en lege letterdozen, waarop de eerste letters van de namen van mijn Franse vrienden tegen die tijd bijzonder betekenisloos staan afgebeeld.

Ik hoop dat ze er dan toch maar van genieten, dat Sinterklaasfeest van ons.

(Ik had in dezelfde tas ook appelstroop, stroopwafels en verschillende soorten hagelslag gestopt, waaronder krokodillenhagelslag voor Thibault. Het stemt me nog steeds triest dat ik hem daar nu niet meer mee kan verassen. Voordeel is dat ik ongetwijfeld binnenkort naar Nederland moet voor een nieuw paspoort; dan koop ik vijf van die pakjes krokodillenhagelslag, stop er in elke tas één en doe er meteen maar eentje op de post. Dat lijkt me nog de veiligste route.)

(En ik hoop natuurlijk stiekem dat de Franse jatpiet door het Franse broertje (of achterneefje of iets dergelijks) van Sinterklaas wordt aangesproken op zijn gedrag en onder dreiging van een enkeltje Spanje mijn dagboek, paspoort en pen terug komt brengen, desnoods vol roetvegen. Dan zal ik nooit meer een auto vol chocoladeletters in Grenoble parkeren, want ik snap best dat je ze daarmee in de verleiding brengt.)

This entry was posted in: Blogs

3 Comments

  1. Wat een waardeloze toestand Ruby.
    Een soort van ZUURprise.

    Mocht je nog weer naar Nederland komen …
    Had je Abel nog gezien?

  2. konijntjekortstaart says

    Wat een geweldig verhaal Ruby, afgezien dat het natuurlijk wel heel vervelend is dat je die spullen, waaronder dierbare, bent kwijtgeraakt… zoals jij het vertelt, is het één groot Sinterklaasverhaal.
    Zit ook nog verder te fantaseren over hoe die twee superchocoladeletters, die achterbleven, natuurlijk vreselijk hadden zitten opscheppen over hun sjiekheid; en dat de gewone letters ze daarom stiekem uit de tas hadden gewurmd….maar eerlijkheid duurt het langst en nu komen die twee prachtletters straks als enige op hun bestemming….
    Met respect weer,
    Liefs,
    Willemijn

  3. Wat een verhaal! Ik weet niet wat ik zelf erger zou vinden, mijn lievelingspen of mijn dagboek. Misschien moet ik de Sint weer eens een brief schrijven, veel te lang geleden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s