Author: Ruby Elizabeth

Annick Speur

Even langs bij Ruby Er zijn vele soorten franse lekkernijen, tijdens mijn bezoek aan Ruby in Chamonix heb ik een nieuw geneugte ontdekt, een croissant au amande. Over het algemeen ben ik een simpel mens met simpele wensen, en zo bestel ik doorgaans een croissant, op een wilde dag misschien een pain au chocolat. Maar niet Ruby. Ruby is geëmigreerd en inmiddels ook volledig geïntegreerd in Chamonix. Zij besteld dus onder de torenhoge druk geleverd door de stroeve blik van de franse madame bij de bakker niet zomaar een croissant, nee, zij besteld een croissant au amande. Bij het wachten op de bus eten wij onze lekkernijen op(een normale croissant voor mij, dat wel). Ik ben op bezoek bij Ruby om haar eindelijk weer eens goed te spreken en ook om misbruik te maken van het feit dat haar vloer plek heeft voor een matje en pal midden in een (winter)sport walhalla ligt. Ik word toegevoegd aan de 301 Spanjaarden (zie ook de gastblog van Bas) en honden en maak me er gelijk thuis. Ik …

Roze bril

Sinds dat stuk van Bas vertrouw ik mijn eigen schrijven niet meer. Ik ben inderdaad een beetje een romanticus, beweeg mezelf door Chamonix met een roze bril, of in elk geval lichtroze. Haren in een afvoerputje, hasjlucht of gevaarlijke wc-potten dringen niet echt tot me door als hinderlijke aspecten van het zojuist geëmigreerde bestaan, omdat ik heel gemakkelijk high word van dat bestaan zelf. Ik schrijf zo stoned als een garnaal en ben misschien zo stoned als een garnaal zolang het dagelijks leven me niet afleidt. Ik heb daar ooit hard aan gewerkt, ik heb die bril zelf roze geverfd, misschien zag ik de haren in het afvoerputje al aankomen en ben ik preventief gemakkelijk geworden. Hoe dan ook, ik moet tegenwoordig een beetje lachen om mezelf en mijn woorden omdat ik me er bewust van ben geworden dat ik een hele gestileerde versie van mijn bestaan op deze blog naar voren breng – wat logisch is, maar wel geinig. Ik vind het geinig. Ik ben nu eigenlijk wel getriggerd om over niet romantische dingen te …

Bas Visscher

Trouwe lezers van deze blog, jullie gaan vandaag niet in jullie vaste portie Ruby-schrijfsels bediend worden. Nee, in dit gastblog is het tijd voor wat anders.  Ruby is een romanticus, idealist, optimist, dromer, liefhebber van lyrisch schrijven, observator, doorzetter, vrije geest, bikkel en wereldburger. En daar zijn haar schrijfsels dan ook naar. In deze blog gaat het over een andere boeg. Afgelopen dagen heb ik Ruby haar Chamonix-experience van dichtbij  mogen meemaken. Tijd om de ontnuchterende waarheid op tafel te hebben, maar ook om de balans op te maken na ruim een half jaar Chamonix. Dan wordt het laagland weer geïnformeerd. Een puntsgewijze beschrijving van de situatie: – Laat ik beginnen met de plek waar Ruby woont. Dit is in Le Tour, een klein dorpje tussen Chamonix en de col des Montets. De bekendste inwoner is de Spanjaard Kilian Jornet, de ultrafitte ultraloper die vanuit Chamonix de 1000m hoge Grandes Jorasses noordwand opsprint op hardloopschoenen. In Le Tour  wonen op zijn minst 5  andere Spanjaarden, namelijk in het huis van Ruby. Dit aantal is fluctuerend …

7: Paarse Monsters

De zevende dag op ski’s We zijn in Le Tour. Ik ski vaak met mijn huisgenootje, en op één of andere manier is het telkens slecht weer als ik met hem op de piste sta. Dit keer is het bijna helderblauw. Maar de monsters op de onderste piste zijn knalpaars. Sinds mijn dag op de groene babypiste begrijp ik een stuk meer van het verbond tussen ski’s en zwaartekracht. Alhoewel ik gedurende de eerste twee runs onveranderlijk strijd naar controle voer, pik ik snel een soort van comfort op. Ik kan mijn onderbenen ontspannen en gaan op de golven van de piste, op wat voor manier dan ook. Mijn huisgenootje brengt me in de loop van de dag naar het begin van een rode piste. Het is er zo één om beginners goed te laten voelen over hun eigen skikunst. Een verkapte babyspiste, en dus vloei ik er doorheen. Ik knal bijna in een twee meter hoge sneeuwwand die ik even niet aan had zien komen, verder voel ik me een Argentiërse superski baby. Aan …

4: De Achtertuin

De vierde dag op ski’s Mijn eerste zelfstandige alpine avontuur begon op de graspistes van Le Tour aan het begin van de weg naar Refuge Albert. Twee jaar later kwam ik er weer en liep ik dezelfde route, heen, niet terug, omdat ik met de heli was afgescheept naar Zwitserland. Afgelopen zomer was ik er met mijn ouders om ze Glacier du Tour te tonen. Heen én terug. Afgelopen herfst liep ik er met Fieke voor een eerste buiten-seizoen alpine avontuur. Er lag al wat sneeuw. Op de terugweg dansten we op Lean on van Major Lazer, een gigantische mainstream hit die me nog steeds gelukkig maakt omwille van die willekeurige dans bovenaan de grasgroene pistes. Le Tour was me al dierbaar voor ik er kwam wonen. Nu heb ik negen fantastische huisgenoten in een chalet aan de rand van het dorp en beginnen de pistes praktisch in onze achtertuin. De keukenramen kijken uit op La Balme, het skigebied boven Le Tour, en tonen me ’s ochtends of de liftjes gaan of niet. Lange tijd …

Mam,

Ik was laatst een biertje aan het tappen in mijn café. De afgelopen paar dagen schijnt de zon in Chamonix, misschien niet het beste voor de pistes, maar wel goed voor ons gemoed. Ik keek naar buiten en zag mensen op het terras van het café tegenover ons. Mijn gedachten vlogen, zo even naar vroeger, shit, mam, wat lijkt dat lang geleden. Ik kan het niet eens vroeger noemen, maar op de een of andere manier heeft de wereld heel veel rondjes gedraaid sinds ik in de auto naar Chamonix ben gestapt. Andere rondjes voor jou en mij. Gedurende het tappen van dat ene biertje wenste ik zo vurig dat ik met jou op een terras kon zitten dat het me de rest van de dag niet meer losliet. Ik fantaseerde over de gesprekken die we zouden hebben, over de nieuwe levensfilosofie die ik over je heen zou storten. Jij zou me corrigeren en inzichten geven in mijzelf, want al ben je het er niet mee eens, ik voel me nog immer een variant van …

Kwakkel

Het is niet verstandig een tekst te schrijven om 00:20, wanneer je zo moe bent dat de aftocht van bank naar bed een te grote opgave is. Maar nu ik eenmaal mijn laptop op mijn schoot heb kan ik het niet laten een kleine toer door mijn eigen moeheid te maken. Ik vraag me immer af hoe mijn artsenvriendinnetjes hun coschappen door zijn gekomen. Ik zie best in dat adrenaline en verantwoordelijkheid je een eind brengt, maar wat dan op die schaarse vrije momenten? Hoe krijg je die lichaamsvezels dan nog als een eenheid in beweging? Fuck, ik kan dat niet hoor. Mijn grootste en enige probleem is dat mijn fysiek het nog steeds niet trekt, dit leven. Mijn weerstand zit aanhoudend onder nul, zo ijzig als sommige pistes hier in Le Tour. En ik ben nog geen nacht uit geweest; dat is een indicatie an sich, ik blijf naar mijn feestbeestvriendjes herhalen dat ik met ze mee op pad ga wanneer mijn lichaam zich een korte nacht kan permitteren. Niet dus. Ik vraag me …

8: Teleski Difficile

De achtste dag op ski’s Ik houd korte verslagjes bij van elke dag dat ik ga skiën, om mezelf een reflectie af te dwingen op de afgelopen sessie én om het schrijven van de blog over die dag uit te kunnen stellen, zonder dat ik cruciale informatie vergeet. De eerste zin van het verslag van mijn achtste skidag luid (dikgedrukt): De eerste dag dat ik niet begin als een idioot. De achtste dag begon goed. Het was inderdaad de eerste dag waarop mijn lichaam zich  kon herinneren hoe het een piste af moet bewegen. Ik was alleen op Le Tour en het weer was perfect. Elke hobbel op de piste was ver van tevoren zichtbaar. Ik begon aan blauw, die ene die ik al honderd keer ben afgeskied, en bleef daar het gros van de dag. Er liep een paddenstoelliftje langs omhoog en ik was vastberaden die trouw te blijven totdat ik de piste begreep, zoals ik de groene piste op dag zes had begrepen. Het was een mooie dag, écht een mooie dag, want …

3: Bovenaan de Helling

De derde dag op ski’s Brevent ken ik niet. Afgelopen zomer woonde ik tegenover het liftstation en zag ik de eitjes vanachter mijn raam omhoog getrokken worden, maar ik ben nog nooit boven geweest. Ik weet inmiddels dat Flegère zich niet specifiek munt op debutanten, ik heb gezien dat er sneeuw ligt en ervaren dat de liftjes me netjes bovenaan de piste afzetten. Van Brevent weet ik niets. Ik had dus ook een dag Flegere geprefereerd, ware het niet dat mijn huisgenootje mee wilde skiën gedurende zijn drie uur lange middagpauze en zijn werk vlakbij Brevent ligt. Rond tien uur liep hij ski’s te verkopen en zat ik al in één zo’n ei. Het woei als een malle. Het moment dat ik uit het liftstation stapte werd ik aangevallen door duizend agressieve sneeuwvlokken. Ik zag een bordje Espace Debutant voor een soort liftgebouw en sjuffelde erheen, in de lift, tussen Britten die naar bier roken. Ergens in een wit niemandsland werden we afgezet, en ik had geen idee meer waar ik was of heen moest. …

6: Skiën

De zesde dag op ski’s Ik heb niet elke dag tijd om omhoog te gaan, en ook zeker niet elke dag zin. Het weer lijkt soms op het einde van de wereld vanachter de ramen van het chalet en zolang ik nog in de overlevingsmodus verkeer, zoek ik regelmatig naar excuusjes om niet de kou in te hoeven. Soms is het weer daadwerkelijk te slecht. We hebben een stel regenachtige dagen gehad, de wind speurt guitig de hoger gelegen pistes af en als lawinegevaar dreigt, dan is daar weinig op te antwoorden. Maar er is altijd wel iets open. Maandag de 11e was het Flegère. Het regende, het woei, het was verschrikkelijk, maar de groene piste van Flegère was open en ik sleepte mezelf aan mijn haren naar buiten, daarna mijn ski’s en skischoenen. Het moment dat ik het hele zootje bovenin Le Tour had gebracht (de weg vanaf het chalet naar het busstation stijgt enorm, met name wanneer een skiuitrusting op je schouders leunt) reed de bus weg. Ik draaide me abrupt om, in …