Had ik geld
Bivakkeren in gebergte is een bijzondere ervaring. In slaap vallen tussen je reuzenvrienden en wakker worden met het besef dat je met hen de donkere hemel hebt gedeeld, dat maakt om drie uur opstaan nauwelijks een opgave. De eerste drie keer. Maar de zooi die in de tas omhoog moet om een bivak mogelijk te maken nestelt zich als een steek in je ruggengraat. De wolken laten je donsslaapzak bibberen van angst en het voedsel raakt op nog voordat het weer omslaat. Had ik geld, dan zou ik weken hoog blijven. Gedurende slechte dagen zou ik doorzakken op speciaalbier van de hut en me ’s ochtends het lager uit laten schoppen door de venijnige huttendame. Nee, nee, ik zou geen vuile blikken meer krijgen van de waard omdat ik teer op zijn voorzieningen; omdat ik stiekem warm zit in een hoekje van zijn eetzaal, stiekem kook onder zijn afdak, stiekem neem van zijn gletsjerwater of spiek van zijn weerbericht. De waard zou van mij houden zoals hij van zijn omzet houdt. De gidsen zou ik …
