Het verhaal van de steenman

Ik ga niet terug naar het ontstaan van het gesteente, want daar weet ik niets vanaf. Wat ik wel weet, is dat er eens een best wel grote steen onderscheiden werd van alle andere best wel grote stenen, doordat het zaadje van een roze bloem in een windvlaag precies naast hem op de grond terecht kwam. De roze bloem werd toevallig net iets groter dan de andere bloemen en trok de aandacht van een meisje.

De steenman kreeg voeten

Het meisje droeg een hoedje van katoen en een tuinbroek van spijkerstof. Ze zwenkte heen en weer over het pad, van interessante modder naar interessante kever, van bloem naar mierenhoop naar rots. Haar ouders liepen een paar meter achter haar en soms waren zij ook interessant genoeg. Maar nu zag zij een roze bloem die net wat groter was dan alle andere bloemen en liep ze er in rechte lijn naar toe. Van het pad. Haar ouders volgde haar en besloten precies daar te gaan lunchen waar het meisje was gaan zitten: op een best wel grote steen.
Ze aten stokbrood met brie en staken soms het meisje een stuk brood toe. Zij nam een hap, trok de roze bloem uit de grond, nam weer een hap en stapte van de steen. Ze liep door het gras en vond een tweede steen, best wel groot, maar net iets kleiner dan de andere. De bloem en het brood legde ze in het gras, zodat ze de handen vrij had om de tweede steen op te pakken en terug te zeulen naar haar ouders. Daar schoof ze hem op de best wel grote steen.
‘Waar is je brood?’
Het meisje liep weer weg, vond het brood en de bloem, liep terug naar haar ouders en nam plaats bovenop de twee stenen. De bloem in haar rechterhand, het brood in de linker.

De steenman kreeg benen

Een man liep uren achtereen over hetzelfde smalle pad en stelde het plassen al zeker twintig minuten uit. Hij zag op tegen het afdoen van zijn rugzak, en des temeer tegen het weer opdoen. Zijn rug was bezweet en hij wist dat zijn tas nat en koud zou zijn. Ook besefte hij zich dat zijn planning krap was: Het weer zou omslaan en de kaart gaf hem nog 500 hoogtemeters.
Maar zijn blaas dwong hem van het pad. Hij liep tot twee best wel grote opgestapelde stenen en gooide zijn tas ernaast. Een paar meter verder deed hij zijn plasje.
Het was, nu hij toch van het pad was, verleidelijk om even te gaan zitten. Hij hurkte neer op de stenen en strekte zijn benen. Net niet comfortabel. Een eind verder vond hij een best wel grote steen, maar kleiner dan de andere twee. Hij nam hem onder zijn arm, liep terug, en zette hem bovenop. Een uur later hervatte hij zijn tocht, en behaalde een nieuw persoonlijk record in aantal hoogtemeters stijgen per uur. Net voor de donderbui klopte hij aan bij de hut.

Afbeelding

De steenman kreeg een romp

‘Jo, weet jij waar we zijn?’
‘Lopen we nog goed?’
‘Ja, nee, dat vraag ik, weet ik veel.’
‘Daar dan, daar is een steenman’.
‘Nee, man, daar is geen pad’
‘Ja, maar wel een steenman’.
‘Ga er heen dan’.
….
‘Hé, ik zie het pad!’
‘Waar?’
‘Daar!’
‘Oh…’
….
‘Wacht, we maken hem even wat groter’.

De steenman kreeg een hoofd

We waren vroeg die middag terug gekomen van een hoge top en zaten aan ons derde biertje. Onze koppen waren verbrand en onze sokken stonken. Al ons resterende geld ging op aan eten. Te moe om op te staan, te moe om te blijven zitten. We spraken over steenbokken en apen, en hoe de Alpen zouden zijn wanneer de steenbokken altijd al apen waren geweest. ‘Kijk daar, daar heb je er weer eentje!’, zei vader tegen kind terwijl de aap statig uitkeek over het dal.  De waard hield ons met een schuin oog in de gaten, alsof we snode plannen smeedden. Maar daar waren wij hélemaal niet meer toe in staat. Het werd donker.
Tegen tienen besloot de waard om aan te schuiven, wij dachten om ons het lager in te schoppen.
Maar hij sprak over andere zaken. Hij sprak van een steenman in het dal, op meters van het pad. Naar verluidt mistte deze al zo’n vijf jaar een hoofd. ‘Jullie’, zei hij in het Duits, ‘jullie zijn denk ik geschikt om die arme man op te zoeken, en eindelijk eens een hoofd te geven.’

Dus dat deden wij. We wachtten op de nacht en op de ochtend, pakten onze spullen en daalden af. Eenmaal in het gras zochten we en zochten we. ‘Steenman!?’ Geen gehoor. Geen steenman.
Tot één van ons een roze bloem zag, toevallig net iets groter dan de rest, en er in rechte lijn op af liep. Wat vond hij daar: Drie best wel grote stenen en één normale steen, opgestapeld, de steenman. We plaatsten een laatste steen bovenop, liepen terug naar het pad, het dal in, en naar huis.

Ik weet niets van het ontstaan van het gesteente, maar ik weet wel waaruit de steenman bestaat: Uit een verhaal.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s