Author: Ruby Elizabeth

Een kleine zomer

Het is voorbij. Twee weken lang verkeerde Chamonix in een veel te vroeg gekomen lente, met fluitende vogels, volle terrassen en vrolijkheid die rechtstreeks door het zonnetje werd aangewakkerd. Hoe lang kun je dan boos zijn om de groene vergezichten en uitgedroogde ijslijnen? Een panaché met de zon in het gezicht en je denkt er niet meer aan. En een ander voordeel: Je kunt lekker hardlopen over de bergflanken en liedjes zingen op de fiets. Rotsklimmen en picknicken in het gras; een heus voorproefje op de zomer. Maar goed, het is wel volslagen belachelijk. In Februari zouden we ons zorgen moeten maken om lawinegevaar, niet om ons badpakfiguur. De weergoden waren even van het padje en krabbelen eindelijk terug. Het regent momenteel in de vallei, maar daarboven sneeuwt het. Als het even kouder wordt liggen hier de daken weer onder. Winter deel twee, een laatste kans voor de seizoensarbeiders om aan hun skitax te komen. Nu de vallei is gehuld in schaduw, mist en regendruppels en we niet meer worden gesust door het zonlicht, schreeuwen …

Mama, de mannen, de lappenmand en pap en Suus die er niet zijn

19 Februari, 20:48. Ik eet mijn bord leeg in de personeelsruimte van het hotel zonder een woord tegen mijn collega’s te zeggen. Mijn blik is strak gericht op mijn mobiel. Op het treinstation van Les Bossons staat Adria. Het is donker. Hij wacht. Ik wacht. You’ve got them? – bericht ik hem. No, not yet. Dan belt mijn broer. Yo smurf, we zijn er. Ik had Adria gevraagd om mijn moeder, Jaap en Arnold op te halen van het perron in Les Bossons, vlak bij ons chalet. Ze zijn echter keihard door Les Bossons gereden en staan nu met rugzak en al voor de stoep van mijn werk. Ik ren uit de personeelsruimte naar buiten, het bord halfleeg, grote ogen van mijn collega’s, en omhels mijn familie in het barlicht van Chambre Neuf. Adria, I’ve got them here, they went to Chamonix – bericht ik hem nu. Mijn familie is gearriveerd. De volgende morgen zit ik Nederlands te kakelen aan de ontbijttafel, met een groot Vikingbrood dat vanuit Zweden via de nachtreceptionist op de broodplank …

Skitouren en Ijsklimmen

Het lijkt erop dat ik eindelijk tijd overheb voor de bergen. Voor skitouren en ijsklimmen, in plaats van voor kopzorgen over een stel negentienjarigen dat te brak is om hun diensten te draaien. Het skitouren voelt als een cadeautje dat uit de hemel is gevallen. Chamonix is weer eens in de war en straalt alsof het zomer is, grasvelden die overal tevoorschijn komen in Februari, kreten van wanhoop van freeriders die hun ei niet meer kwijt kunnen. Maar wij gaan gewoon de bergen op en vinden daar ons geluk. Lange afdalingen over sneeuw die er prima aan toe is. En verbrandde gezichten, want ook in het hooggebergte is het zomer. Omdat ik nog steeds een groot deel van mijn lijst moet afstrepen, is het belangrijk dat er nu en dan weer iets valt. Maar afdwingen kun je het niet en de tochten die we nu maken zijn zo mooi dat ik moeiteloos kan afwachten. Ben en ik hadden beiden een reeks vrije dagen, wat ons de ruimte gaf om naar Cogne te gaan. Een paradijs …

Dezelfde materie

Precies een jaar geleden ontmoette ik een Spanjaard in het Franse bergdorp Le Tour, aan het einde van de vallei van Chamonix. Naast bergen als de Aiguille Verte en Chardonnet werden we vriendje en vriendinnetje. Vanaf het begin van onze relatie verbaasde ik me over mijn liefde voor hem. Dat lag niet aan hem noch aan onze relatie. Dat lag aan de liefde zelf. Wat is dat nu tussen ons? – dacht ik vaak. Liefde is altijd moeilijk te definiëren, een gevoel dat alle kanten op gaat, juist daarom is het zo leuk om toch op zoek te gaan naar een verklaring. Iets dat de lading dekt. Het bleek voor mij echter geen uitdaging, want opeens rees de verklaring kraakhelder op in mijn geest. Boem. Het begint hiermee: Ik heb eigenlijk veel grotere liefdes dan mijn vriendje. De bergen. Op de wandelvakanties in mijn jeugd zijn ze linearecta mijn hart ingelopen en inmiddels zijn zo ongeveer hetgeen waar mijn wereld om draait. Hoe? Ze zitten altijd in mijn hoofd. Ze zijn mijn dagelijkse decor en …

Op pad met de snelle jongens

De nachtreceptionist klimt M9 met een glimlach en passeert nu en dan een noordwand, zo’n beetje tussen de bedrijven door, wat je niet zou zeggen als je hem achter het bureau zag zitten. Ben, een Britse jongen die stil zijn werk doet. Alhoewel, wanneer je achter het bureau langs glipt zie je dat er altijd een route op zijn beeldscherm openstaat. En zijn schouders zijn toch wel iets breder dan het dagelijkse leven vraagt. Hij woont in een chalet met klimmende Ieren en Britten, een verzameling klimnerds pur sang, rusteloos zolang er niets gepland staat om op te klimmen of af te skiën. Hun woonkamer is bezaaid met topo’s en materiaal (en rommel gezien het de leefruimte van vijf vrijgezelle jongens betreft), de entree volgestouwd met ski’s. En een hoop Engels gebabbel en thee. Ik heb het geluk af en toe met deze jongens mee op pad te mogen, wat nu al resulteert in een hoop vallen en opstaan. Cliffjumps, powpow en treelines. Ik moet er nog steeds aan wennen dat ik kan skiën, maar …

Tot ze erbij neervallen

Een vrouw van over de zeventig staat te rock-en-rollen aan de bar. Haar grijsblonde, natte haren zwaaien van links naar rechts. Wij staan haar te kopiëren en zij ons, terwijl achter haar tweehonderd mensen volledig uit hun dak gaan. Bij elkaar geplakt voor de band en op de tafels, zingend en springend en dansend, het bier in hun bekers en uit hun bekers, de band bezweet op het podium. Als ik na afloop het mengsel van bier en gesmolten sneeuw van de vloer dweil zie ik haar alleen aan een tafel, met het hoofd in de handen en schijnbaar uitgeput. Are you ok? – vraag ik. Yes, zegt ze terwijl ze opkijkt. That was a good one…. But I’m too old for this. Ik ben verplicht het te ontkennen, zeg dat ze zich prima handhaaft. Dan zegt ze: Yeah, but I might die doing this. Well, if so, vervolgt ze direct, then that’s a damn good way to die. Ik ben het toch wel met haar eens.

Ik zou graag wat sneeuw willen

Ik heb een oud-huisgenootje die momenteel in Japan woont en Facebookfoto’s post van zijn skitoeren. Een bruine Argentijnse kop in drie meter verse sneeuw met een weerspiegelende skibril en een grijns van oor tot oor. Jaja, hij wel, denk ik als ik zijn pagina sluit. Wij niet. We hebben hier welgeteld één goeie sneeuwval gehad, nadat we krampachtig en massaal op drie kunstmatige pistes ons humeur probeerden te behouden. En nu doen we gewoon weer hetzelfde; er het beste van maken en heel hard bidden voor sneeuw. Want het weer voorspelt niets. In Spanje sneeuwt het overigens wel, in het kleine wijkje van mijn vriendje, dat waarschijnlijk helemaal ontregeld is. Ik moet vaak denken aan wat Roeland eens tegen me zei: Je moet anticiperen op de condities. Niet gaan skiën als er geen sneeuw ligt, en vooral gaan sportklimmen als begin december het zonnetje schijnt. Dat is misschien wel het mooiste aan het klimmen (alpinisme, skiën): er is altijd iets anders te doen. Als de pistes wegteren, het ijs rammelt, de sportklimroutes ondergesneeuwd zijn (en …

Met een doekje onder de koffiemachine

De manager is de tent uit gelopen. Wat nu? Tsjah, we hebben nog wel wat rondlopen. Ruby bijvoorbeeld. Ik was even bang dat ze écht dachten dat ik de bar kon managen. Bovenop het fulltimecontract dat ik al had, gewoon, voor en na het werk eventjes wat dingen regelen. De eerste week in mijn nieuwe rol (functie? nee, niets in mijn contract is gewijzigd) merkte ik hoe de blik van boven veranderd was; misschien maakte ik die illusie deels, maar het kwam ook naar voren uit opmerkingen. Ruby, wat is dit. Waarom sluit je al. Waarom nog niet. Waarom zijn de WC’s niet schoon. Waarom doet Pietje zijn werk niet goed, waarom heeft Marietje de peuken niet van het terras gehaald. Hoe meer ‘verantwoordelijkheden’ ik toegeschoven kreeg, hoe zinlozer het allemaal leek. Hoe mooier vooral de bergen buiten werden. Dat Seb stiekem een biertje had gedronken, dat er dingen niet correct werden aangeslagen, dat Lex een grote mond opzette tegen een arrogante Franse dame, dat de biertank lekte en er NOOIT werd schoongemaakt ONDER de …

Carte Vitale

Frankrijk heeft me geaccepteerd! Mijn Frans toont dan nog wel gebreken, maar in mijn brievenbus lag laatst een heuse Carte Vitale. Dat heeft me (met een beetje overdrijven) bijna twee jaar gekost. Met een Carte Vitale kun je naar de dokter en de apotheek. Er zit een chipje op waarmee je kunt afrekenen. Het is de wonderkaart. Ik zit in een gemeenschap van immigranten die veel klaagt over het functioneren van het Franse systeem en al haar bureaucratische uitspattingen. Gezien ik mijn documenten (geboorteakte, contracten, kopieën enzovoort) twee keer heb moeten opsturen en achteloos tussen Cluses en Sallanches heen en weer gestuurd ben (Oh, hiervoor moet u in Cluses zijn. Nee hoor, hiervoor moet u in Sallanches zijn) zou ik ook het een en ander kunnen opmerken. Toch vind ik het bijzonder dat ik deel uit mag maken van het Franse systeem. Ik als Nederlander, die gewoon maar op een dag aan komt zetten, krijgt haar ziektekosten vergoed. Het is overigens wel zo dat ze een behoorlijk deel van mijn loon afhalen. Nu, een kleine …

Permissie om te vliegen

Twee maanden geleden vervloekte ik het stiekem nog, omdat Marcel me eerst door een onmogelijke crust had laten afdalen (devies maak geen bochten en rem niet), daarna omhoog loodste over een ijzige flank waarbij ik elke kickturn dacht dat ik in de knoop naar beneden zou rollen en daarna uitdaagde om een steil couloir door te skiën (I’m not ready for this – Yes you are – No I’m not – Just go – I don’t dare – Just GO!!). Skiën. Ik kan dit niet, dat heb ik zo vaak gedacht. Het is te laat. Als je een berggids wil worden, moet je toch wel een held op de piste zijn. Om die reden was ik vorig jaar begonnen, niet uit liefde, misschien een beetje uit nieuwsgierigheid, maar vooral om op een dag tot de opleiding toegelaten te kunnen worden. Even een nieuwe sport oppikken en daar supergoed in moeten worden; dat is wel een recept voor een minderwaardigheidscomplex. Al die klotekleuters (pardon) die me maar voorbij bleven razen, al mijn vrienden die op me …