Author: Ruby Elizabeth

Tocht 10: Aiguille du Moine – Contamine, Labrunie

Om tien uur ’s avonds kwamen Marcel en ik terug bij het treinstation van Montenvers. Ruim twaalf uur daarvoor had ik ons nog in het treintje naar beneden zien tuffen, maar dat treintje was lang, lang vertrokken. Vijf uur te laat voor het treintje, wat een catastrofe. Maar, ik moet zeggen dat we, zodra we achter op schema raakten dan ook maar de tijd namen. Het treintje tufte toch wel zonder ons en de zon scheen nog voor uren achtereen. De Contamine – Labrunie route loopt over de oostzijde van Le Moine en begint met twee 6atjes die, vanwege het gewicht van de tas of gewoon omdat ze van die typische Chamonix (Contamine, Rebuffat enz.) lengtes zijn, voelen als 6b of 6c. Over dat gewicht in van die tas gesproken: Ik heb Pezl Lynx stijgijzers, La Sportiva Nepal schoenen die onzichtbare betonnen plateauzoolen onder zich dragen en een tas die zelf aanvoelt alsof ‘ie de afgelopen zes jaar al het zweet van mijn rug heeft opgeslagen (bah). Zwaar. De eerste vertraging liepen we op nog …

De vlinder en puntkomma die eeuwig werden op een regenachtige dag in Gap

Het regende in La Grave. Ondertussen regende het ook in Briançon, Gap, La Berarde en zelfs in Chamonix. En in het Zuiden, daar regende het ook. (En in Nederland ongetwijfeld ook) We waren zo verplicht om binnen te blijven als vroeger, op de knutseldagen. Ik kreeg een excuus om weer met bus en al bij Fieke op bezoek te gaan, Roel deed zaken, Marcel kon verder aan zijn skischoenproject en Fieke zelf vond het heerlijk om voor het eerst in maanden weer te huismussen, want al die zon had haar dag in dag het huis uit gejaagd (of verleid). En dus zaten we allemaal achter onze boeken, laptops, gitaren en skischoen. Ik schreef aan een liedje met Fieke terwijl zij vorderde in haar boek en Marcel maakte hoog bovenin de hooischuur progressie met chemicaliën. Naast het huis graasden de babykoeien onder een hemel zwaar van wolken en donkere kleuren. Op het hoogtepunt van creativiteit besloten we naar Gap te rijden om daar een tatoeage te laten zetten. Was het minder willekeurig geweest, dan had ik …

Tocht 11: Traversée de Râteau

Camp-to-camp houdt zich vrij stil over deze traverse en in het best climbs topogidsje staat ‘ie niet eens omschreven. Tijdens mijn C3 cursus beklommen we beide toppen van de Râteau en ik kan me vaag herinneren dat de gids zei dat de traverse tussen de toppen uiterst ongemakkelijk was (en eigenlijk alleen werd gedaan door mensen die de lijst willen aftikken). Had ik maar geluisterd. In een waas van verstandsverbijstering besloten Marcel en ik om 11 uur ’s avonds omhoog te lopen. Vanuit La Grave (1450) naar de top van het liftstation onder Glacier de la Girose (3200, 04:00), naar de west-top (3750, 06:00), naar de oost-top (3800, 12:00), via de graat naar beneden naar de Glacier de la Selle (3100, 02:00) en weer naar boven naar de Col de la Girose (3500, 16:00) om het laatste liftje te zien vertrekken terug bij het liftstation (3200, tijd om fysiek en mentaal het loodje te leggen). Vlak boven de col op de heenweg, toen de zon langzaam op kwam en we het grootste hoogteverschil hadden overbrugd, …

Tocht 12: Arête de Sialouze

Tocht twaalf verliep zo vlekkeloos dat ik geen idee heb hoe ik jullie aandacht bij dit verslag houd of verleidt om dezelfde route in te stappen. Als je denkt aan een héle mooie graat, niet te lang, die prima af te zekeren valt en (zoals het hoort) goud kleurt in het zonnetje, dan zit je wel op de Sialouze (en die naam, Siiaaloouuuze, zo aantrekkelijk). Mijn moeder suggereerde een keertje dat ik absurde voorvallen door mijn verslagen kon weven. Halverwege een abseil van 25 meter zag ik dat de breche tussen de eerste en de tweede gendarme vol knalrode krabben lag. Gelukkig konden we via een hoger gelegen rotsblok alsnog de tweede gendarme bereiken. De huttenwaard zei ons later dat half juli die krabben normaal gesproken wel naar de zee vertrekken. Ik had op camp-to-camp echter gelezen dat ze eind mei al weg zouden zijn, maar goed, ze liggen daar nog gewoon, tussen R7 en R8, er schijnt overigens ook de optie te zijn om rechts langs ze te traverseren (maar daar liggen soms kwallen). …

Twaalf tochten

Als je in Frankrijk een berggids wilt worden en deel wilt nemen aan het toelatingsexamen, dan moet je eerst een lijst van veertig tochten voltooien. Die gaan op ski’s, of over graatjes, rots of ijs. Midden januari lever je de lijst in en dan buigen zich daar een aantal ernstige alpinisten over. Twee maanden later zit je tegenover hen en zeggen ze: Goh, vertel eens, hoe ben jij precies 13 februari 2015 van die berg afgedaald? – of zoiets. Als ze na een ondervraging van dertig minuten hebben vastgesteld dat je een alpinist bent die weet waar die mee bezig is (of dat in elk geval zo kan laten overkomen), dan mag je de volgende dag naar het ski-examen. Dus is het hoog tijd om die lijst in elkaar te knutselen. Omdat ik er stiekem vorig jaar al mee bezig was, staan me deze zomer nog twaalf tochten te wachten. Ze zijn wel specifiek; het liefst willen ze dat je een beetje verdwaalt op lange graten en een beetje angstzweet in moeilijk af te zekeren …

Deze kikker begrijpt er helemaal niets van

Ik vroeg God om een licht zieltje gisteravond en hij heeft me er een gegeven. Zo licht dat ik er niet eens moeilijk over hoef te doen dat het God was die me heeft geholpen, want ik denk nog steeds niet dat hij bestaat. Ik opende mijn ogen en voelde het meteen. ‘Slaap er maar een nachtje over’ had alles verandert. Plotseling stond de bus naast de rivier geparkeerd en schitterde de zon in het wilde water. Het gebrul van de stroming werd nu en dan zachtjes overstemd door vogelgefluit en krekelgetjirp. Op de houten tafel stonden de bloemen die ik gister had geplukt en in een jampot in het water van de rivier had gestoken. Het lange gras danste in de wind, en de takken van de dennenbomen, en de bloemen in de jampot en mijn haren. Zelfs de stenen bergen dansten een beetje op hun achtergrond. Het kampvuur van gister lag er stil bij. Zo levendig als de vlammen zware gedachten bij me hadden aangewakkerd, zo dood was het nu. Vlak voor het …

Céüse

Van veraf is het echt niet zo duidelijk, de waanzin van de rotsen van Céüse. Kom maar eens dichterbij. Dan weet je niet meer wat je ziet; niet wat zich boven je uittorent nog wat goud kleurt onder de avondzon in de uitgestrekte vallei achter je. Waar die klimmers in de lange, gladde overhang een weg naar boven vinden? – daarvoor moet je een ster zijn. En die zie je daar dan ook. Gebruinde Catalaanse sterren met één lange dreadlock langs hun dunne, gespierde rug, lokale Franse sterren uit het nabijgelegen Gap, luide Britse sterren met hun bleke, robuuste lichamen en zelfs een jonge Nederlandse ster die ook gewoon klimt in Klimmuur Centraal. Super inspirerend. ’s Avonds komen Marcel en ik aan tussen de busjes op de parkeerplaats. Het gekwebbel van de nederzetting vindt de volgende morgen een weg door ons open raam. Ik stap de schuifdeur uit en de zon in. De buurman mediteert op zijn CrashPad. Daarnaast hebben ze een waslijn uitgehangen, vrolijk gekleurde klimkleren in een glimlach tussen de bomen. In de …

Een Fiekje in het water

Ik ben bij Fieke op bezoek. Het landhuis staat nog steeds midden in een droom, van de jonge koeien die aan de overkant mee koekeloeren tot de houten vloer en de lampenkappen van de woonkamer. Fieke verbaasd me als ze me komt begroeten. Daar nadert een volwassen vrouw. Ik kan er niet eens de vinger op leggen wat er precies veranderd is, zij zegt dat ik ook veranderd ben maar weet niet precies waarom. In de loop der dagen raak ik meer en meer van haar onder de indruk (gegeven dat ze al jaren geleden mijn held bij uitstek was, zegt dat veel). Haar gloednieuwe rode vervoersmiddel, een retro Jumpy die zo cool is als die Volkswagenbusjes, staat rustig voor het huis, Fiek zit rustig op de Yogamat, de appels en kiwi’s liggen rustig in de fruitmand. Buiten zie ik hoe de eerste groentes boven de oppervlakte van haar groentetuin uitschieten. Ze ratelt Frans alsof ze drie jaar eerder dan ik is geëmigreerd. Alhoewel ze net een nieuwe baan heeft heb ik niet de indruk …

Wie wilt mijn brein?

Ik heb een goed brein dat ik graag even zou willen ruilen. Een beetje zoals Jouw vrouw, mijn vrouw, maar dan wisselen we van geest. Want weet je, ik ben mijn eigen gedachtegangen zat en een boek of creatieve levenswending is even niet afdoende. Ik zou graag een ander schouwspel daarboven willen zien, andere kleuren en dimensies, een nieuw behang, het jouwe. Wat het me ook brengt, licht of duister, diepte of oppervlakte, zolang het maar anders is. Want weet je, daarna zal ik vast het mijne weer wat meer waarderen. Zoals die vrouw die je inruilt bij Jouw vrouw, mijn vrouw. Daar blijk je dan toch, na al die jaren van routine en alle mystiek allang overleden, best goed mee samen te kunnen leven.

Op. Af. Op. Af.

De wegen van Chamonix brengen me geen vrijheid meer, geen ontdekking of avontuur, maar het benauwde idee dat ik hun richting moet volgen. Ik voel het als Marcel me in de bus door de vallei rijdt, en op de fiets, en te voet. Het is genoeg geweest. Chamonix verlaat je niet zomaar. De winterplannen liggen al klaar: Zonder twijfel Chamonix, met haar toegankelijke afdalingen en meesterlijke bergen om de hoek. Maar het idee om nog een zomer tussen al die trailrunners en dure zonnebrillen mijn weg te vinden, spreekt me niet aan. Wat dan wel? Nog altijd ligt daar het Écrins plan, waar de beesten door de vallei lopen en de mensen Frans spreken, waar ik ben opgegroeid als alpinist en trots met mijn beste vriendinnetjes op de top van de Barre stond, waar hippies en bloemen uit de grond schieten en Marmotten je vriendelijk komen begroeten (lelijke dikzakken die gewend zijn aan de toeristen). Maar om eerlijk te zijn… trekt Chamonix noch Des Écrins me. Noch de andere alpenlanden, noch Spanje, noch Nederland. Weet …