All posts filed under: Blogs

Ongevallenprocedure

In mijn mail staat een document als bijlage dat we, als bestuur van een Studenten Alpen Club, speciaal voor komende zomer opgestuurd hebben gekregen. Het document bevat een procedure waarin een groot aantal stappen wordt omschreven, die we moeten uitvoeren wanneer één van ons niet terugkeert uit de bergen. Pure onheil in een bijlage. Ik heb het nog niet gelezen. Dat ding staat me tegen, misschien wel zoals het hoort. Toch zal ik hem openen en, zoals van me wordt verwacht, zorgvuldig doornemen. Veiligheid is een dominant thema binnen het klimmen. Dat het mis kan gaan, is net zo inherent aan de sport als dat het goed gaat. Maar shit, ik kom nog maar net kijken. Zo onhandig als ik nog ben met touwen of tochtenplanning, zo onhandig zijn mijn gedachtes ook nog rond het risico dat de bergen me brengen. Ik zou graag zeggen dat ik de risico’s op mijn eigen dood accepteer, zoals ik in de verhalen lees van slachtoffers of overlevenden, maar voor mij zijn ze zó knallend ongrijpbaar . Gevoelsmatig ben …

Een dag is zo leuk als de zon schijnt

De witte benen die opgaan in het licht van de aankomende zomer en de rode smoelen die doen denken aan de grote verbrandde lichamen op het strand, aangespoelde walrussen die me intrigeerde toen ik jong, bloot en ingesmeerd door het zand rende; dat maakt deze dag zo leuk. Gillende kinderen zijn al onhandelbaar voor ze ’s ochtends vroeg het lokaal binnen komen. Ze zijn de tsjilpende vogeltjes van de stad. Waarom fietsen er meisjes met leren jasjes door de straten? Het uittrekken van zo’n jas zou voelen als een revolutionaire act, ze zouden met een euforische kreet deel worden van de diepgaande veranderingen binnen een land. Een land dat bijna in zomer is. Boodschappentassen waar de punten van twee lange stokboden uisteken worden her en der door de straten gedragen, op weg naar een paar vierkante meter gras in een park. Zakenmannen zweten hun pakken uit. Dames die normaal gesproken niet zo cool zijn, genieten van hun nieuwe identiteit achter hun grote zonnebril. Als een voetganger bijna omver wordt gereden glimlacht de chauffeur verontschuldigend schaapachtig. …

En tot nooit

Het interesseert me geen moer wat je gaat doen. Hoe je kind gaat heten, of je wordt aangenomen, waar de relatie met de liefde van je leven heengaat. Het is me volstrekt om het even. Ons beider geveinsde interesse is ontmaskerd. Ik zeg ‘doei’, jij zegt ‘later’, en we denken, ‘en tot nooit’. Hoogstens ben ik wijzer geworden uit onze woordenwisselingen. Je levenservaring, inieminie deeltjes daarvan, zullen wel het mijne zijn geworden. En jij bezit wat van die van mij. Dankbaar kunnen we elkaar echter niet zijn, want we floreren in desinteresse, zo intens en impulsief dat er niet eens tijd overblijft om het woord uit te spreken. Of we waren elkaars vermaak in een tijd die toch overbrugd moest worden, of we waren elkaars sociaal wenselijke praktijk. In elk geval ontbreekt het ons nu aan een samenkomst van plaats, tijd en onze aanwezigheid, en kunnen we louter bij afscheid onze vrienden vieren. Ik hoop dat je kind een mooie naam krijgt. En tot nooit.

Criminaliteit in ’t Café: Balans

Het dienblad vormt een perfecte balans met de corona’s, Prosecco glazen en Martini’s op haar oppervlakte, rustend op mijn vingertoppen. Als er een verandering plaatsvindt door de redding van een vergeten vaasje dat zich doodslaat op de bar, kan ik de balans hervinden door mijn hand wat te verplaatsen. Het wiskundig brein van horecapersoneel bevind zich (louter) in hun vingertoppen. Wanneer een gast in een waan van extreme uitdroging vast zijn cola van het blad afpakt dan BAM. Of wanneer een gast, lief bedoelt, haar koffiekopjes net wat onhandig richting de rand van het blad plaatst, BAM. Het gaat nauwelijks mis omdat er vrij snel geanticipeerd kan worden op dergelijke dreigingen, maar toch geef ik graag het advies af te blijven van de harmonische toestand tussen dienblad en horecapersoneel.

Berg zegenen de bergen

Ik hang de bergen aan als een religie. Ik denk en ben overtuigd van bizarre dingen, waar ik niet eens meer de volle vreemdheid van kan invoelen. Ik zeg dat ik alleen in de Alpen vrij ben. Dat ik daar anders nadenk dan hier, maar hoe vreemd en onmogelijk zou dat zijn! Dat terwijl ik niet eens in staat ben om het concept vrijheid voor mezelf te definiëren of kan omschrijven hoe dat ‘andere denken’ er dan aan toe gaat. Nu besef ik me dat pas. Ik begrijp dat ik een eigen, creatieve wereld heb gevormd die naast het bestaan van de bergen zelf weinig concreets in de realiteit bezit. Tot voorkort was ik een slachtoffer van de grootse magie van de Alpen, maar nu weet ik dat die magie een verzameling van jarenlange gedachtes in mijn eigen kop is, zo vertrouwt en frequent dat het voelt als de werkelijkheid. In de bergen kan ik denken, in de bergen ben ik vrij. Ik ben er dus ook mee gestopt om tegen anderen in deze termen …

Ettringen 2013

Vanaf mijn voordeur loopt een modderig spoor door mijn kamer. Het gaat langs setjes, slaapzakhoezen en een hoop vuile kleding, tot twee doorweekte Vans. Over elke stoel hangt wel iets: Een matje, een slaapzak, een jas, sokken. Ik stap onder de douche en ontdek de veelheid aan wondjes, door het prikken van het water op mijn geschampte huid. Mijn spieren protesteren als ik shampoo in mijn haar kneed. Ik zie klodders schuim langs de blauwe plekken op mijn benen glijden. Het valt echter nog mee. Fieke zou geloofwaardig aangifte voor zware mishandeling kunnen doen. Dader: Ettringen. Ik droog me voorzichtig af en stap mijn kamer weer binnen. Het ruikt er naar regen. Velden We maakten ons zorgen, Juul en ik, daar op Amstel. De voorspellingen waren verdrietig en de optimisten schaars. Er was wat gedoe met auto’s, een traditioneel overspannen Weco, een Belg die zijn auto niet achter durfde te laten en een emotionele voorzitter. We vroegen ons af wie we nou moesten troosten van alle hoopjes mens aanwezig. Twaalf uur later, zaterdagochtend 18 mei, …

Criminaliteit in ’t Café: Theedrinkers

Studeren in een café werkt fantastisch. Ik doe het zelf graag, en wanneer ik op werk tafels heb met laptops en stapels boeken, overvalt me eenzelfde rust als in de bibliotheek. Met consumpties koopt een gast het recht om een plekje in het café te behouden. Voor een kopje thee geld zo’n half uur. Voor een lunch kan hij of zij wel twee uur blijven zitten. Alcohol tijdens dit soort solowerk-cafebezoeken vind ik briljant. Wanneer een gast tijdens het schrijven van haar scriptie aan de wiskey gaat, zie ik in gedachten het stuk al de meest positieve wendingen nemen en mag ze (vrijwel) zo lang blijven zitten als ze wilt. Maar er zitten bepaalde tijdslimieten aan consumpties. Gasten kunnen niet onbeperkt op een enkel kopje thee teren. Zodra er drie lange uren verstrijken voel ik als personeel de drang om mijn territorium af te gaan bakenen. Als ik dan voor een vierde keer langs kom en op dwingende toon vraag ‘meneer, wilt u misschien nog wat te drinken?’, waarvan waarschijnlijk alleen maar de woorden ‘meneer’ …

Criminaliteit in ’t Café: Fooi

Fooi blijft iets ingewikkelds. Het gaat mij, en misschien bedienden met mij, niet eens zozeer om het geld. Het gaat me om de waardering die ik krijg nadat ik een tafel van 180 euro (in een kleine kroeg) perfect heb gedraaid en al mijn grapjes correct wist te timen. Het is een bevestiging van goed werk. In die zin is horeca een mooi beroep; we krijgen onze waardering direct na onze optreden, en de norm ligt vreemd genoeg rond een positieve waarde. (Ik draai ook wel eens een tafel heel slecht en eigenlijk maak ik niet zoveel grapjes) De keerzijde is dat er eigenlijk geen neutraliteit bestaat. Geen of te weinig fooi is een belediging, en genoeg of veel fooi is een compliment. Daartussen zit een hele range aan bedragen die ik in de loop der tijd op een bepaalde manier heb leren interpreteren. Het is een spel, het is een handigheid waar onervaren horecagasten geen flauw idee van hebben. (Ik bedenk me hoe het zou zijn als fooi ook in andere beroepen gegeven werd. …

Utrecht-Freyr 2013

Kim zou zeggen: ‘Alles kan’, of Joris: ‘Denk in oplossingen, niet in problemen’. Dus zo dacht ik en dat zei ik. Er deed zich een situatie voor en alhoewel de tegenargumenten alarmerend aanwezig waren, zag ik alleen maar oplossingen. Mensen, en ik, had ik een tijd terug besloten, hebben de neiging om zo vastgeroest in het dagelijks leven te raken dat ze hun oog voor mogelijkheden verliezen. En vanaf het moment dat ik dat besluit had genomen, wilde ik alle impulsiviteit die na het volwassen worden nog in me over was, aanwakkeren en tot wijze raadgever maker. Terwijl ik anderen van mijn oplossingen bij de zich voordoende situatie op de hoogte bracht en reacties als ‘belachelijk’ kreeg besefte ik me langzaam dat de scheidslijn tussen impulsiviteit en roekeloosheid maar vaag is. Tot zover de theoretische achtergrond. Mogelijkheden Kim kwam ’s avonds bij me langs. Ze had een dag lang koekjes en muffins gebakken, met vezels en chocola. Een chemisch blik met poeder stak uit haar tas. Het poeder kon ze de volgende dag in haar drinkfles …