All posts filed under: Blogs

De mode van outdoor

Voor  mijn eerste C1 kreeg ik spullen toegeworpen. Van belang was alleen de zonnebril, rood en snel. En een oranje notitieboekje, dat ik vlak voor de cursus met aandacht uitzocht. Een week lang reisde het mee in de flap van mijn kleine rugzak en richtte ik eindeloos woorden aan mijn moeder. ‘Vandaag was heel leuk en morgen gaan we naar de volgende hut. Papa en Suus vinden het ook heel leuk. Vandaag hebben we soep met een bal gegeten.’ Op mijn eerste Asacweekend werd ‘materiaal’ voor het eerst relevant, maar wist het zich nog niet als concept te onderscheiden van alle andere dingen in de wereld. Ik had mijn oude Uggs, een grijze joggingsbroek en een groot vest van mijn broer aangetrokken. In mijn tas zaten Haribo, Redbull, muziekboxen en een slaapzak van de Decathlon. Het was koud in Ith. Anna had een expeditievader en zweette zich dood in haar geleende slaapzak, terwijl ik met wijd open ogen de nacht ervoer. Overdag kroop water door de gaten van mijn schoenen. Kou nestelde zich in elke …

Voorklimcursus

USC. De twaalf deelnemers van de voorklimcursus vallen bij bosjes uit de wand en ik ben hun instructeur (in opleiding). Ik zet alles op alles om me als zodanig op te stellen, maar ik moet mijn houding bewust blijven corrigeren. Wanneer een cursist naar me toekomt en vraagt waar setjes liggen, denk ik in eerste instantie: ‘Weet ik veel, vraag een instructeur.’ USC gaf gelegenheid aan mijn eerste sportklim in ASAC-context, wat zich manifesteerde als esthetisch onverantwoord omhoog trekken en de vraag wat de lol hier dan weer van was. Gedurende mijn opleiding tot zelfstandige klimmer kon ik grenzeloos ontspannen als de recalcitrante consumerende weet-niets en ziet-wel. Veiligheid werd bepaald en in de gaten gehouden. Touwen en setjes kwamen op pootjes aangelopen. Grepen groeiden uit de wand in hun van nature logische sequentie. Nu de groep cursisten zich leergierig voor me opstelt voel ik het conflict als een duiveltje op mijn schouder. USC als gebouw neemt gevoelsmatig elke grote verantwoordelijkheid weg, omdat ik er op significante momenten altijd onder anderen functioneerde. Een Jesper of Bas …

Ik heb een nieuwe droom

Ik sluit mijn ogen en ik waan me ergens, op een plek, op het juiste moment en het liefst voor eeuwig. Mijn dromen zijn meestal niet vluchtig van karakter. Zolang ik veilig studeer kan ik mijn dromen tot de essentie van mijn wezen uitroepen (studeren ontneemt me namelijk elke mogelijkheid tot het realiseren van dromen en dat is gunstig, want dan kan ik ze aanhouden), en dus moeten mijn dromen, in het kader van mijn eigen gemoedsrust, vrij solide zijn. Alhoewel mijn nieuwe droom niet indiceert dat ik al mijn oude laat varen, ben ik toch verontrust. Stel, je wordt op een ochtend wakker in kamp 2 van K2, gevangen in een felgekleurde slaapzak, en het eerste dat je constateert (ondanks storm en verdwenen expeditiegenoten) is de aanwezigheid van de droom om barista te worden: vindt dan maar eens een koffiemolen. Misschien moet ik dromen onderscheiden van fantasieën, op basis van hun duur, intensiteit en zelfs realisatiepotentieel. Maar dat ontdoet een droom van zijn charme, immers een droom is een droom omdat het een droom is! …

Oninteressant

Ik kan niets meer posten, omdat ik alleen nog over de bergen schrijf. Voor niemand is dat interessant, zelfs ik verlies interesse. Acht keer op poëtische wijze de vreemde magie van bergen formuleren maakt het ene woord nog krachtelozer dan het andere. Het hele ‘waarom’ of ‘hoezo dan’ is zo uitgemolken dat ik bereid ben de bergen en hun consequente impact als een feit aan te nemen. Vriendschap, liefde, vrijheid… bergen. Toch blijft schrijven een aantrekkelijke aangelegenheid: het herhaaldelijk uitspreken en opschrijven van verlangens geeft een beetje bestaansrecht aan dat willekeurige feit dat de bergen nu eenmaal vormen. Kon ik maar mijn studie uitwissen. De schuld, de verplichtingen: het hele traject als van de aardbodem verdwenen, met alleen een grote stapel boeken die achterblijft. Hoe sneller het einde nadert, hoe ongeduldiger ik word. De verleiding van de Alpen, andere landen en avontuur stijgt exponentieel, en zelfs al kan ik vaak de hort gaan: geen enkele trip die een einde in zich draagt is bevredigend. Nu lijkt het alsof ik mijn leven radicaal zou willen veranderen om …

Studeren na de Watervallen

Iedereen heeft een laptop of collegeblok voor zich liggen. De professor spreekt en pennen krassen, toetsen tikken. Ik denk aan het gerammel van biners. Het belang van de stof kan ik niet inschatten. Zelfs niet in het kader van de punten die het me oplevert wanneer ik haar beheers. Ik schrijf rijen zinnen als een geautomatiseerde notulist en bekijk het eelt op mijn linkerhand. De aderen. Kleine wondjes die dwars door dikke wanten heen zijn veroorzaakt door vallend ijs. Het is druk voor het Spinhuis. Ik rijd door massa’s studenten heen, op de fiets, zonder uit te wijken of een spoortje ergernis. In mijn hoofd loop ik in andermans passen naar de waterval. Sneeuw torent boven mijn hoofd uit, niet alleen op de takken van bomen maar ook naast me, als twee metershoge dammen langs het spoor. We houden afstand van elkaar om niet tegelijkertijd door lawines geschept te worden. Dicht tegen mijn buik voel ik de piep zitten. Had ik niet op de fiets gezeten. Thuis leg ik mijn collegeblok op mijn bureau. Ik …

De zomer ter sprake

Het is na de zomer. Ik kijk regelmatig naar mijn armen en buik om hun kleur te bepalen. Telkens zijn ze bruin en wacht ik het moment af dat ik rouw om hun verlies van tint. Maar wanneer ik constateer dat mijn armen zich als sneeuwwitte tentakels voor het toetsenbord bewegen, spreek ik van rouw noch diepere gedachtegang. Het zijn gewoon mijn armen, en mijn armen zijn wit. Alsof ze altijd zo geweest zijn. De droomwereld van het alpenleven overleeft een tijd lang in Amsterdam. Bang loop ik door de collegezalen, door de winkels, door het café; bang voor de greep van routine. Maar op een dag constateer ik dat er allerlei tijden en zinnen in mijn agenda staan, en is er wederom sprake van rouw noch diepere gedachtegang. Ik knip de lichten uit en sluit de deur, trek mijn rits tot boven dicht voor ik mijn gezicht naar de winter keer, en ga waar ik moet gaan. Op een onverwacht moment, ben ik het zelf of is het een ander, brengt iemand de zomer …

Rome en Nepal

We liepen over een smal weggetje in Rome, kaarsrecht, ingeklemd tussen huizen zoals alleen een smal weggetje dat kan. Aan het eind passeerden we een Nepalese winkel. Een rij foto’s van de Himalaya hing dwars over de wand. ‘I’m going to climb those’. De Nepalezen lachten me uit. Sam ging geïnteresseerd het gesprek aan terwijl ik een souvenir voor Fieke uitzocht. (Ik begrijp opeens mijn ergernis aan mijn studie en elke opdracht die ik ervoor heb moeten maken: De interesse in mensen is niet oorspronkelijk, maar heeft een doeleinde – ‘Antropologie’. Sam was werkelijk geïnteresseerd, zoals overeen komt met haar aard.) We hoorden over het dorp, familie, bergen en het verblijf in Rome. Ik dacht aan de verhalen van Fieke over de periode, jaren terug, dat zij in Nepal was. Ik dacht aan het Italiaanse lesboek dat in mijn tas zat. Ik dacht aan de colleges over Latijns Amerika. Ik keek in de ogen van twee mannen die op een houten kruk overvallen werden door Sams interesse en werd geconfronteerd met een wereld die mij onbekend was, …

Plastic Kerstboom

Jep is een klimmer. Hij stevent op een verticaal stuk bank af, loopt omhoog en zoekt grip met alle vier zijn pootjes. Halverwege mindert hij vaart en glijdt hij ongecontroleerd naar beneden. Het doet me denken aan de laatste remoefeningen langs de rand van een windkolf, op het eind van de dag, wanneer de serieuze toon verloren is en we in hilariteit overtreffen. Ik red Jep van zijn eigen capriolen en stop hem terug in zijn kooi. Mails van Fieke forceren me van de bank in Oost naar Malawi, en Jep is te jong om uit zicht te laten. Ze zit op rotsen langs het water, met haar blonde haar in een band, en een glimlach wanneer ze denkt aan haar eigen gedachtes. Ze flirt met jongens zoals ze dat hier zou doen, ze is lief zoals ze dat hier zou zijn en vlamt van passie voor betere wereld, meer dan ze hier ooit zou kunnen. Uit haar woorden blijkt zoveel conflict dat ik haar onmogelijk verlichting kan terugsturen. De onverenigbare verlangens en twijfels over …

Grote Jep

Over La Grande Bellezza schrijven is eng. Jep zegt nogal wat, waardoor de film nogal wat zegt, en als je dan wat terugzegt wil je dat ’t toch op eenzelfde niveau is. Ik weet alleen niet of ik helemaal begrepen heb wat Jep zegt, en zelfs in die situatie heeft hij me uit ’t veld geslagen. Zijn ‘bla bla’ is het meest wijze dat ik ooit heb gehoord. Zijn Italiaans is het mooiste dat ik ooit heb gehoord, een ticket naar Rome is onvermijdelijk, onlangs toegevoegd is gevuld met klassieke opera en ik kan niemand meer serieus nemen. Behalve Jep. En zij die wel wat over La Grande Bellezza durven te schrijven. En de wortels die ik moet eten, omdat die belangrijk zijn.

Jep de Hamster

Op de avond van 23 november lag een dikke moederhamster puffend in het hooi. Begeleid door flets TL licht wurmde baby na baby zich een uitweg en zette poot in een kooi, diep, diep in Amsterdam West. In gevangenschap geboren. Nog voor Jep naam of zicht had werd hij al geprofileerd op Marktplaats. Een worm met potentie. Samen met zijn broertjes en zusjes stond hij gefotografeerd en gewaardeerd op vier euro binnen het bleekgele kader. Om de zoveel dagen verschenen nieuwsgierige mensenhoofden achter de tralies. Luide stemmen braken zijn dagrust, grote handen tilden hem op en zetten hem weer neer, grote ogen zochten de schattigste onder hem en zijn broertjes en zusjes. 7 december verkozen twee dames hem. Het waren de witte vacht met de bruine en grijze stippen, en zijn rustige houding (al op zo’n jonge leeftijd) die hem positief onderscheidde van de rest. Zondag 15 december zal Jep bevrijdt worden. Mits hij tegen die tijd de lading van zijn naam begrijpt en zich ten gevolge niet al te pretentieus opstelt.