Author: Ruby Elizabeth

Oudbestuur

Het 87ste is niet meer. We horen bij de clan van oudbesturen. Nadat we waren gedechargeerd daalde een rust op me neer. Het waren niet de avonden die werden geofferd aan vergaderingen of activiteiten, die het gevoel van onrust teweeg brachten. Ik had nog ruim de tijd om te klimmen of mijn studie op de rails te houden. Het was echter de constante bezetting van de gedachten die me soms liet verzuchten dat het toch wel intens was, dat draaien van een bestuursjaar. Sommigen hebben nog wat moeite met loslaten van het één of ander. Een denkwijze leer je immers niet gemakkelijk af. Maar ik wel, ik bevind me in het Walhalla van vrijblijvendheid, sinds het moment dat we officieel zijn overgedragen. Het bestuur zien handelen en geen idee hebben waar het toe dient, rondlopen door de hal zonder ons aan iemand op te hoeven dringen, genieten van de lieve mensen om ons heen: dat zijn de geneugten van oudbestuur zijn. We kennen de vereniging tot in haar ziel (althans, de moderne variant ervan), maar hebben geen grote verantwoordelijkheid …

Awakenings

De wijn stond op tafel en de gitaar wisselde van speler. Al het licht kwam van twee kaarsen. We spraken over niets in het bijzonder en lachten veel om nog minder. De tijd ging voorbij zonder er deel van uit te maken. Tot Awakenings ons erbij betrok. Alle zes sloegen met lichte tegenzin de jas om en stapten op de fiets. Wat, immers, is bij machte zo’n rustige, mooie avond te overtreffen? We liepen het terrein van de Gashouder op en hoorden de techno. Mensen waren goed zichtbaar in het felle licht van de hal. Ze vormden kleine groepjes van overeenkomstige kledingstijlen en gedroegen zich uitgelaten. Zodra ze de zaal inliepen waren ze voorgoed verdwenen. Sceptisch lieten wij ons naar binnen lokken. Meteen kreeg het geluid vat op ons, het dreunen, het volume, de sporadische melodietjes. Flirten bestond niet. We hoefden ons niet van ons voortbestaan te verzekeren, want de toekomst lag niet verder dan de duur van een beat. We waren op een vreemde manier egoïstisch. Niet omdat we, zoals op andere feestjes, onze …

Tentamens

Na vijf minuten verloor ik elk vermogen me te concentreren. Ik zag de zinnen maar ik las ze niet. Ik wist waar ik de informatie in mijn brein had opgeslagen, maar ik kon er niet bij. Ik verdwaalde kansloos op bergpaden. Mijn gedachten vlogen van Nietzsche naar flanken, van topkruizen naar mijn eigen filosofieën, en van strakke blauwe hemels naar dit groteske falen. Het besef mondde uit in grote frustratie. Ik had de vragen kunnen beantwoorden, maar ik kon het niet. Het tentamen was geen herkansing. Nooit heb ik een toets niet in de herkansing gehaald. Nooit heb ik een essay kunnen verbeteren, omdat ik ze nooit heb opgestuurd of ingeleverd voor de deadline. Nooit heb ik alle stof voor een toets geleerd. Nooit heb ik me niet geschaamd voor de kwaliteit van mijn antwoorden, essays of mijn gedrag tegenover werkgroepdocenten. Dit tentamen ging over stof die ik interessant vond. Maar dat is tot dusver geen reden geweest om stof te beheersen: Zodra kennis de sfeer van verplichting ademt verlies ik mijn vermogen me te …

Eat less, do more

Het klinkt als de lijfspreuk van een anorexiapatiënt. Eat less, do more. We hoorden hem langskomen in een kleine documentaire over een ijsklimmer, als deel van een lange zin met een reeks geboden. De man zocht in elk opzicht het uiterste op, als gevaarlijk middel om de essentie van zijn bestaan uit te breiden. Deze woorden bleven hangen. Eet minder, maar doe meer. De boodschap behoeft weinig uitleg en is magisch aantrekkelijk. Het doet me denken aan het lichaam van een sporter, als zijn project, als een beeldhouwwerk en een machine. Het aannemen van deze lijfspreuk zou leiden tot een bijzonder efficiënte machine, en dat op zich voelt al nastrevenswaardig. Alsof het lichaam er volmaakter van zou worden, los van uiterlijke kenmerken. Alsof het zich onafhankelijk en vrij over de aarde zou kunnen voortbewegen, in de meest optimale situatie. Alhoewel we de spreuk voor de zomer als mantra hadden aangenomen, ging het er in de bergen significant anders aan toe. Eten moesten we zelf omhoog zeulen. We aten vaak uit één pan en hielden scherp …

Totale Destructie

Ik wist niet dat mijn rug en armen uit zoveel afzonderlijke spiertjes bestonden, en zeker niet dat ze zich zo konden uitspreken. Ik heb het internet afgespeurd naar wijze adviezen omtrent klimmen en trainingsleer, maar hun overvloed deed hen teniet. Klimmers om me heen zijn weinig eenduidig. Intuïtief denk ik nog steeds: Hoe meer, hoe beter, maar nu mijn lichaam dat gaat tegenspreken moet ik wel een ander geloof aannemen. Gezien haar schreeuw het meest dwingend is zal ik mijn lichaam tot mijn raadgever maken. Deze week heeft me verbijsterd. Na een sessie projecten in Thea lag ik er twee dagen af en een avond Monk was desastreus voor de overgebleven dagen. Ik heb mezelf haast moeten vastbinden om die dagen waarop mijn brandende spieren me met klem aanraadden te herstellen, niet toch mooie routes in te stappen. Ik heb drie avonden gespendeerd aan de grepen van viertjes en vijfjes. Wat tergend irritant om anderen dan je projectjes te zien klimmen. Wat tergend irritant om op spierkracht te moeten wachten. Dit was totale destructie. Ligt …

De Billen van een Klimmer

Ik betrap mezelf erop dat ik een haast technische visie loslaat op lichamen, zowel dat van vrouwen als van mannen. Mijn esthetische waardeoordeel gaat gepaard met een inschatting van klimvermogen, zelfs van het onbestemde lijf van mijn werkgroepdocent of van de kassamedewerkster van de Albert Heijn. Niet alleen gaat mijn oordeel gepaard met aan klimmen verwant gedachtegoed, het wordt er ook door beïnvloed. Waar ik eerst jaloers was op lange dunne benen, kijk ik nu venijnig naar dunne middeltjes die contrasteren met buiten proportie grote schouderbreedtes. Ik weet welke capaciteit daaraan kleeft. En mijn spiegelbeeld reflecteert eerder de welvingen van spieren, dan de hoekige structuren van botten, alhoewel niets aan verhoudingen is verandert. Verbazingwekkend is het geenszins. Al die zekeraars kijken naar al die klimmende lichamen – want wat is er meer te doen wanneer vrienden aan de andere kant van de hal klimmen – en wie niet bewust verbanden legt tussen hetgeen die ziet (lichaam) en hetgeen die ziet klimmen (klimniveau), zal dat onbewust wel doen. Het is er klimmers ook wel om te doen. Die shirtjes …

Strevens

Het oude Thea en Centraal verleidden ons dik twee jaar geleden om klimmen in ons dagelijks leven op te nemen. Zonder gegronde motivatie bevond ik me met een groep meisjes wekelijks tussen routes, tot ook de activiteit van de sport zelf aansloeg. Elk half jaar stegen we een niveau, met als grote doorbraak de stap naar de 6jes. De ambities op de grote klimmersschaal werkten motiverend en verslavend, omdat de beloning aanbleef. Inmiddels is de wand een stuk stugger en moet ik harder werken. Desondanks ligt de nadruk minder dan ooit op het bereiken van het volgende niveau. Mijn motivatie is vrijwel gereduceerd tot het meest intense van het klimmen: klimmen zelf. Controle. Begrijpen, verdwijnen en overwinnen, daar gelaten wat het precies is dat ik wil overwinnen. Natuurlijk ben ik zo menselijk om blij te zijn als ik een voor mij uitdagende route onsight, presteren is me lang niet vreemd en ook mijn ego is nog geen zwijgen opgelegd. Daarbij blijft de klimmersschaal een mooie graatmeter van techniek en kracht en enzovoort, en geeft het …

Het niet in de nacht

Na een verjaardag op de camping lieten we ons afzetten in de buurt bij Obergurgel. De twee jongens en ik waren onzeker over de aanlooproute, die zich bevond aan de andere zijde van de rivier en begon bij het dorp. Het was donker. We wisten en zagen niet waar het dorp begon of eindigde en haalde ons een extra uur aanloop op de hals. Aanvankelijk waren we van plan bij de hut te bivakkeren. Ik was nog vermoeid van een eerdere tocht en moest wennen aan het idee dat het donker was opdat het nacht zou worden, en niet vanwege het vroege opstaan. Mijn zaklamp liet me slechts een paar meter van het pad zien, en wat daarbuiten viel kon variëren van bossen tot verlaten pretparken, dodelijke dieptes tot dorpspleinen bij nacht. Soms passeerden we een waterval. Ongeacht hoe klein die was, was het geluid indrukwekkend, en zo werd alles dat buiten het zicht de zintuigen prikkelde een indruk op zich. We wisten dat de hut te ver was om die nacht te bereiken. Ik …

Wielrennen

Ik kan dus niet zomaar even gaan fietsen. Het wielerwereldje heeft alles wat ik verwacht van een nieuw wereldje, wat iedereen verwacht, en ik ga dan ook niet in herhaling treden over outfits, goeroes, jargon, sexy topmannen, bekende evenementen, bekende pijntjes en onuitgesproken regels. Pezige oude mannetjes zeggen geen Fietsheil, de vrouwenkleding is godsgruwelijk lelijk en dunne bandjes op grote keien is kut. Daarmee basta. Toch kan ik het niet laten twee dingen te noemen. Ik ga altijd met de trein, van mijn ouders in Heemstede naar Amsterdam, en kijk nooit onafgebroken naar de omgeving. Voor het eerst, sinds ik de afstand heb gefietst, zit er een volledige geografische connectie van de twee plekken in mijn hoofd. Ik kan als het ware voelen waar het ene ten opzichte van het andere ligt. De ligging van Amsterdam is een openbaring. Wat een water! Wat een weilanden, wat een schapen! Ik maak de kaart met elke tocht gedetailleerder, logischer en gekleurder. Wat blijkt, ik moet drastisch mijn begrip van de Nederlander aanpassen. Muiderberg en Naarden zijn dorpen …

Cafédans

Zij kwam eerst binnen. Ze liep naar de bar en vroeg mijn collega of ze hier kon werken. Hij wees haar op de grote tafel in de hoek en zij nestelde zich daar; tas op de bank, laptop op tafel, kopje thee in bestelling. Buiten zat een jongeman aan een cappuchino. Hij kwam binnen en legde even een hand op haar dikke buik. Ze zaten lang zwijgend naast elkaar, zij tikkend en wrijvend in haar ogen, hij verzonken in een boek. Ik liep langs en hij zei het volgende: She is working very hard and she needs something that makes her feel strong. Do you have something like that? Ze moest erom lachen en gaf hem een kus. Ik bracht een broodje tonijn, en weer even later een taart. Tegen de avond pakte hij haar hand en trok haar van de bank. Daar dansten ze, eventjes. Vervolgens rekende hij af bij mijn collega, stopte zij haar laptop terug in haar tas, en liepen ze samen de deur uit. Thank you!, riepen ze na. Nee, jullie …