Het Sprookje van de Bergen

Duistere Bergen

 

 

Ben je wel eens in de bergen geweest?

Waarschijnlijk wel, want als je niet klimt of wandelt, dan ski je wel. Of anders heeft het leven je er vast eens afgezet, omdat het op de route naar iets anders lag of het onverwacht deel was van het landschap. Je kunt het in elk geval niet missen. Als je er bent, dan weet je het.

De hindernissen die jij en ik in Nederland moeten overkomen om van A naar B te komen bestaan uit water, randstad en file. In principe zijn die te overzien, want over water bouwen we een brug, zo nodig over woningbouw ook en de file lossen we op met logica of wachten en miepen.
Je kunt geen brug over een berg bouwen. Soms bouwen ze er een tunnel doorheen, maar die verbind slechts twee heel specifieke locaties. Voor alle andere plekken ben je gebonden aan de regels van de bergen zelf, aan wat zij besluiten toe te laten: In het dal is dat nog veel, maar hoe hoger je komt, hoe lastiger ze het voor je maken. Gletsjers, afgronden, ijle lucht. Bomen, bloemen, stormen, rivieren, steenbokken. Ijs, lawines, Yeti’s. Rotswanden en smalle paadjes, Marmotten en uitgestrekte velden. Berghutten en bivak’s, koude nachten en felle zon. Drie miljoen kleuren, duizenden geuren en de wind.
Snurkende lagergasten, snelle berggidsen.
De Dahu.

De bergen winnen. Ze zijn altijd groter, ouder, mooier en machtiger. Naast een berg zijn we een miertje dat niet significanter is dan dat zwarte beestje dat tussen een rij van zijn soortgenootjes verticaal een boomstam opklimt.

Daarom heb ik besloten om ertussen te gaan wonen. Ik kon niet anders. Ik had ze in mijn jeugd al leren kennen en toen ik ze in mijn studententijd leerde beklimmen werd het al snel duidelijk dat ik gedoemd was om mijn boedel bij elkaar te pakken en me voor altijd bij ze te voegen.
Ze verbijsteren me. Nog steeds elke dag, op de meest normale momenten, hun schoonheid dringt diep tot me door en kalmeert me. Ze relativeren alles, mijn problemen, mijn plannen, mijn hele bestaan. Naast hen is het niet erg om te leven, noch om dood te gaan, naast hen ben ik en dat is het.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de levensgrote grote-mensen-speeltuin die ze vormen. Je kunt hier, de bergen van Chamonix, in een gevleugeld pak van de Aiguille de Midi springen of met een downhillmountainbike de verdwenen pistes afrollen. Je kunt op je trainrunschoenen in rondjes om de bergen lopen, op, af, op, af, en op je stijgijzers lange ijsroutes klimmen. Je kunt samen met vijftig anderen op een mooie zomerse dag in je parachut boven de Aiguilles Rouges hangen en op een mooie winterse dag lange skitoeren maken. Ook met parachut, als je wilt. Je kunt zwemmen in bergmeertjes en klimmen in honderd kleine gebiedjes verspreid door het dal. Je kunt naar Italië en naar Zwitserland en de toeristen systematisch vervloeken die in het hoogseizoen de doorstroom in het centrum van Chamonix – en ongetwijfeld ook andere bergdorpen – hinderen. Je kunt alle toppen beklimmen. Allemaal. In een rij de Mont Blanc en helemaal alleen de dikke Dru. Je kunt met een boekje een bergflank oplopen en ergens naast een steenbok plaatsnemen, hij eet zijn gras en jij leest je boek.

Het klinkt misschien een beetje als een sprookje, maar dat komt omdat het een beetje als een sprookje is.

Dit is het sprookje van de bergen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s