Park
We zitten in het park. De prullenbakken puilen uit van rotzooi en het gras ziet zwart van fietsen. Ergens in het midden hebben we een kringetje gemaakt, zeven bestuursleden rond een stapeltje bier. Kim zit in kleermakerszit, Kaspar ligt languit en Flo maakt tekeningetjes op een stuk karton. Ik leg mijn hoofd even tegen het gras, alsof de hitte door het contact in de aarde zou geleiden. We werken gestaag de vergaderpunten af, van financiële zaken tot de nieuwe site. Ik pik zo nu en dan een woord op, maar neem vooral de tijd om mijn bestuur te bestuderen. Wat zijn we jong. Wat maken we een beslissingen. Vanaf welk moment waren wij bevoegd om zo voor onszelf in te staan? Weten we werkelijk wat we zeggen? Ongevallenprocedure. Dat gedoemde document blijft maar terugkeren. Een paar dagen geleden speelden we nog verstoppertje op de kade van Monk, nu moeten we beslissen wat we doen als één van ons verongelukt. Er lijkt een stap te missen. Wanneer hebben we gekozen voor de wereld waarin dat soort …
