Kikkervrienden

Ik ben in Nederland en ik heb geen jas meegenomen. Ik dacht dat het wel mee zou vallen. De wind, de regen en de grijze luchten; dat is het Kikkerland. Het is eind oktober. Maar ik ging ervan uit dat de wereld overal aan het opwarmen was. De zomer in Chamonix was dikwijls bloedheet en Angel zegt keer op keer dat de herfsthitte in het voorportaal van de Pyreneeën nieuw is.

Het stelt me gerust, die wind. En mijn moeder heeft een jas te leen.

Nederland. Ik weet niet precies uit welk land ik ben vertrokken noch in welk land ik terug zal keren, begin volgende week. Maar of het nu Spanje of Catalonië is: Deze oktober dragen tieners er naveltruitjes en oma’s wijde bloezen met korte mouwen. Hoogstens een fijn wollen vestje over de schouders. Je hebt daar nog even geen jas nodig.

Mijn moeder haalde me gister op van Schiphol en ging mee op zoek naar het Nepalese Consulaat aan de Herengracht. De vrouw die de stempel in mijn paspoort zette was erg leuk. Zo leuk als mijn moeder, maar dan met een Nepalese ketting om.
‘Kijk, mam, mijn eerste visum.’ Trots liet ik haar mijn paspoort zien. Toen we het consulaat uitliepen, regende het zo hard dat we maar zijn gaan rennen. Onder de serre van een café aan het Rembrandtplein vonden we bescherming, soep en een broodje oude kaas.

Het is fijn om terug thuis te zijn. Ik had mijn vader al meer dan jaar niet gezien en trof hem onveranderd aan. Heel erg mijn lieve papa. En Nederland bestaat nog gewoon uit al die Nederlandse dingen. Uit mijn jeugd en herinneringen. Tegen de wind in fietsen met losse haren en koude wangen op een fiets met achteruittraprem, daar kom ik vandaan. Dan lijken mijn Franse en Catapaanse levens uit een roman te komen en mijn échte leven uit die straten waar de wind door waait.

Maar naar Nepal ga ik toch echt met Marcel en Angel. Mijn vriendje en zijn vader.

Het is best wel veel, stiekem, al die landen die plotseling onder mijn paadje zijn gekropen. De schakel tussen Catapanje en Frankrijk maak ik inmiddels wel makkelijk, maar een terugkeer naar Nederland is altijd even een dingetje. Nepal vind ik ook wel een dingetje. Ik had liever nog wat langer in de ogen van mijn papa, mama, broer, broer en zus gekeken en even tegen de wind in gefietst, maar het leven ontbreekt die achteruittraprem. Ik sukkel gewoon door naar Kathmandu. Mijn kikkerland en kikkervrienden worden vervangen door yaks in het 8000 meter hoge yakland.

Maar als de wind er waait, dan weet ik waaraan ik zal denken.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s