Een hooibaal met een smartphone

Na een halve maand in Nepal heb ik geen idee wat als eerst geschreven moet worden. Ik zit momenteel in het relatieve paradijs van Pokhara, ten Westen van Kathmandu, waar boottochtjes over het meer en pashminasjaals tussen de hipstertentjes het meest relevant zijn. Een cocktail zoals Wiskey Sour kost 285 rps, nog geen drie euro. Angel en Marcel zijn niet te motiveren voor een cocktailavond, maar als ik me niet in kan houden, dan zijn er genoeg reizigers om van de straat te plukken.

Geïnspireerd door Pokhara dwalen mijn gedachten vaak af naar het restaurant dat ik zelf op zou willen zetten. Zolang je niet van de toeristische paden afwijkt is Nepal erop gericht om het verblijf van de toerist zo comfortabel en Westers mogelijk te laten verlopen. Je hoeft hier niet persé te lijden onder een afwijkend idee van hygiëne en kunt rustig je toekomst uitwerken zonder spirituele afleiding of shock vanwege de praktijk in de derdewereld.

Maar als je wilt, is er genoeg om over na te denken dat betrekking heeft op een reis door Nepal. Mijn schrift is bijna vol en als ik, zoals veel reizigers, een Macbook had meegedragen, dan had ik tweedaags blogs kunnen produceren. Waarover? De Himalaya. Nepalezen. Plastic. Een brede ‘dirtroad’ die elke dag wat verder tot het beschermde natuurgebied van Annapurna doordringt en zowel ontwikkeling (ontwikkeling?) als destructie brengt. Reizen met een vermoeide schoonvader. Jonge vrouwen die hooibalen dragen van ogenschijnlijk het dubbele van hun eigen gewicht en ondertussen kwetteren in hun smartphone. Een trekking over Thorung La, een pas op 5416 meter hoogte tussen de giganten van de Himalaya. Hindoeisme, boeddhisme en alle vormen van religie die ze ons, toeristen, in allerlei vormen serveren. Een huilbui vanwege het verliezen van een pluchen pinguin (en de realisatie dat Marcel de man van mijn leven is omdat hij de ernst van de zaak inzag en me troostte). ‘Busrides from hell’. Bloedmooie kindjes. Tibetanen. Stupa’s die zich verstoppen achter selfiemakende Aziaten met glanzende zwarte haren. Het boek While the Gods Were Sleeping van antropologe Elizabeth Enslin over haar onverwachte studie van Nepal door haar huwelijk met een high caste Nepali. Hoogte, droogte, hitte, kou. De mix van authentieke kledij en skinnyjeans. Diarree en hurkwc’s. Wifi. De wetenschap dat armoede zich verstopt in andere valleien en zo niet, zich manifesteert in de gedaante die we al kennen van thuis: de occasionele zwerver. Waanzinnige landschappen. Een straalbezopen receptionist die de kamersleutel verstopt. Kathmandu, waarover ik pas later durf te zeggen dat ik het, als onwetende toerist zonder specifiek doel of leidende interesse, vrij verschrikkelijk vind (stof, vervuiling, chaos, plastic en herhaling van dezelfde winkels voor toeristen; maar goed, zoals gezegd wijken wij niet van de gebaande paden). Apen, jonge koeien en honden die zich gedragen als katten.

Ik zit momenteel in een café met een kop ‘Ruby’ thee en een stuk worteltaart. Een zeldzaam moment alleen. Vanmiddag komen onze alpinetassen aan in Pokhara, met ijsbijlen, stijgijzers en touwen. In een waanzinnig krap tijdsschema trekken Marcel en ik morgen richting het Annapurna basecamp om daar, over een dag of vier, een willekeurige, naamloze berg te beklimmen die onze persoonlijke geschiedenis in zal gaan als Mount Pinguin, mochten we de top bereiken. Angel laten we in Pokhara, waar het comfort en de aanwezigheid van een Spaans tappasrestaurant ons allen geruststelt.

Ik heb zin in de tweede helft van de reis. Maar ik heb ook zin om thuis te komen en mijn indrukken uit te werken, om vervolgens een leven op te pakken waarin ik actief meedraai. De rol van toeschouwer is beperkt houdbaar, zelfs in Nepal.

_DSC9030

 

 

 

 

 

 

 

 

One Comment

  1. Daar aan de worteltaart, pizza en hamburgers (zijn de chai-zaden en groene smoothies ook al doorgedrongen tot de hippe koffietentjes?) en eenmaal thuis aan de dhalbaat, gewoon, om nog even door te proeven van Nepal. En dat terwijl ze daar in de verstopte valleien dagelijks 2 maal aan de rijst met …? zitten. Ja de wereld is een beetje gek.

    ‘De rol van toeschouwer is beperkt houdbaar’, mooi geschreven Ruub. En misschien wel juist daar, misschien juist wanneer je bent gezegend met een brein als het jouwe en niet alleen maar het egoïstische plezier van die worteltaart beleefd.

    Zeg antropoloogje, val niet van die pinguïnberg (doen ze nou ook al aan pinguïns in de Himalaya?!) en ga nog maar even goed cultuursnuiven!

    Je grootste fan

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s