Tocht 7: Traversée des aiguilles Dorées

Ik ben nog nooit weg uit Europa geweest. Geen Azië toen ik achttien was, geen Zuid-Amerika tijdens mijn studie, geen vluchten langer dan… wat zal het zijn, twee uur? Wat trouwens niet nodig is om voet op een ander werelddeel te zetten: Twee vrienden van me fietsen na de winter naar de Himalaya. Daar doen ze wel eventjes over. Een jaar.
Mijn avontuurlijke leeftijdsgenootjes kwamen natuurlijk thuis met waanzinnige verhalen over hun exotische reisbestemmingen, terwijl ik me verplicht zag uit te weiden over een rotsblok of een bergbeek. Wat me echter vooral bijbleef van hun verblijf in het onbekende, waren de poepproblemen. Ofwel het kwam er niet meer uit, ofwel het bleef er niet meer in (vooral die: drukke Indiase bussen die niet stoppen terwijl jij bijna flauwvalt van kramp). Ik vond dat eindeloos fascinerend, het was me immers zo vreemd als die landen zelf. Natuurlijk was ook mijn systeem weleens slachtoffer van een boosaardige inwoner, maar de gevolgen daarvan waren altijd binnen de perken gebleven. Ik heb nooit naar het toilet hoeven rennen. Er was altijd wel een mate van consistentie. Ik dacht dus ook dat ik voor die ervaring op zijn minst een ticket naar een ander continent moest boeken.

Het bleek genoeg om naar de Aiguilles Dorées omhoog te lopen (Zwitserland nota bene, wie had dat gedacht). Op een warme zomeravond afgelopen jaar liepen Marcel en ik nietsvermoedend richting Glacier de Trient, waar de Aiguille Dorées uitgestrekt het einde van de vallei uitmaken. Bepakt met een tent, slaapzak en kookgerei passeerden we Refuge Albert Premier en een waterbron met, ik verraad het maar alvast, zo’n Indiase bacterie maar dan in Franse variant. Alhoewel mijn darmsysteem die nacht vreemd lag te kronkelen begon ik rond drieën opgewekt aan de klim naar de graat van Dorées. Een fascinerend mooie zon kwam ongeveer gelijktijdig op met een noodtoestand in mijn onderstel waar ik werkelijk versteld van stond. Toen had ik nog de illusie dat ik kon winnen, je weet wel, op spierkracht en wilskracht. Twee rotsblokken verder begon ik naar mogelijk subtiele poepplaatsen te zoeken (alhoewel ik de gedachte vernederend vond). Marcel voelde zich eveneens niet helemaal lekker, niets darm gerelateerd overigens, en suggereerde terug te keren. Ik wist niet hoe snel ik daarmee in kon stemmen. Dan hoefde ik ten minste niet op de graat te poepen.

Terwijl de gletsjers afliepen dacht ik meerdere malen: Naah, wat maak ik mee? Wat gebéurd daar? Maar ik wilde koste wat kost wachten op het toilet van Albert Premier. Misschien omdat ik het monster dat zich in mijn onderbuik had genesteld niet wilde vrijlaten in de natuur, bang voor hoe het eruit zou zien, bang voor achtervolging. Of omdat mijn preutsheid nog net aan sterker was dan de kracht die inmiddels door het monster werd uitgeoefend. Als ik niet zo gebukt ging onder de kramp, had ik mezelf gelukkig kunnen prijzen dat ik niet in een Indiase bus zat, maar het enige waar ik aandacht voor had was niet-poepen. De laatste meters over de morenen naar de hut heb ik toch echt wel in sprint afgelegd.

Goed, sindsdien kan ik dus bijdragen aan wilde poepverhalen zonder ooit een stap op een ander continent te hebben gezet. En nog een succes: Afgelopen maandag hebben we de Aiguilles Dorées in alle rust kunnen traverseren.

IMG_20170821_131613
Marcel aan de top van de serie rappels aan het eind van de traverse, die meer tijd heeft ingenomen dan de gehele graat zelf.

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s